doorgaatervoor.punt.nl
Laatste artikelen

Niet de hele uitzending van de Nationale herdenking vlucht MH17 heb ik gezien. Ik schakelde in op het moment van de stilte. Daarna klonk het Wilhelmus. Daar raak ik altijd een beetje geëmotioneerd van.
Woorden, gesproken en gezongen volgden. Een meisje die haar beide ouders was verloren. Wat dapper, zoals ze daar zo stond.

Op Twitter las ik de reacties in mijn tijdlijn. Mensen voelen hun eigen verdriet weer bovenkomen, net als ik. Alle woorden over verlies en onmacht kun je op jezelf betrekken als je iemand die je dierbaar was, bent verloren.
Ik dacht aan mijn zusje. Niet voor het eerst deze dag. Vanochtend had ik het er met mijn moeder nog over, dat ze komende vrijdag weer jarig zou zijn.

De afgelopen keren gingen we naar haar graf, legden er bloemen en stonden er stil in ons gezamenlijk verdriet. Ik weet niet zeker of ik er troost vind, daar in die tuin, maar toch is het wel een mooi ritueel. Soms ga ik alleen naar haar toe, wied wat onkruid, poets het zand van het marmer en zet er een bloemetje of een bloeiende plant neer.  Het is niet zozeer de omgeving maar meer dat ik even de tijd neem om heel bewust dichtbij haar proberen te zijn. Natuurlijk kan dat ook thuis achter de strijkplank of ’s nachts in bed. Maar dan zijn er altijd zaken die afleiden, dat is nu eenmaal zo in een druk bestaan.

Als ik dan terugrijd, neem ik meestal een weggetje langs landerijen en niet door de stad, dan praat ik in mezelf een beetje tegen haar. Soms vertel ik dingen die zijn gebeurd of iets waarvan ik weet dat zij erom zou moeten lachen. Dat doet me dan goed. Stiekem hoop ik dat als er iets tussen hemel en aarde is, dat zij dan ook even kan gniffelen.

Bijvoorbeeld dat er nu toch weer een wanstaltige lantaarn op het graf naast haar is neergezet. Of die lelijke plastic rozen die er, waarschijnlijk met de allerbeste bedoelingen, staan in een onooglijk vaasje, een eindje verderop. Soms ook dingen die in de familie spelen. Dan vertel ik haar over onze moeder en dat ze haar zo mist. Ik weet het ook allemaal niet hoor, of het wel of niet zin heeft om dat soort dingen te doen. Maakt ook niet uit, ook ik doe het met de beste bedoelingen. Voor haar, voor mij, voor ons.

 

Reacties (6)

Afgelopen maart en april was ik heel wat lange avonden te vinden op een trainingsveld van de KNVB. Daaraan ging een uur rijden vooraf. Het leuke was dat ik twee uurtjes met middelste in de auto zat en we zo gezellige gesprekjes hadden. Het nadeel was dat het toen nog lang geen zomer was en ik dus blauwbekkend langs de lijn stond, een kop vieze kantinekoffie in mijn handen geklemd.

Gelukkig was daar nog een moeder die eenzelfde lot beschoren was. Ook haar blonde puberzoon leefde zijn voetbaldroom. Wij kletsten ondertussen over wat voor leuke laarsjes ze aan had en dat die ene trainer best wel lelijk was.
Wij waren dan de uitzondering, de andere aanwezige moeders waren meer van de gezondheidsschoenen, ANWB jassen en mee coachen vanaf de kant. Die riepen altijd meteen dat het buiten spel was of dat er een penalty genomen moest worden. Wij zagen enkel onze blonde zoons die gelukkig zijn zolang ze op een groene mat staan.

Uiteindelijk werd hij toen niet in het talentenelftal geplaatst. Stiekem vond ik dat niet erg, immers het voorjaar was in aantocht en ik zag mijzelf liever met een wijntje in de tuin dan dat ik weer urenlang op zo’n veld moest hangen. Uiteraard vond ik het wel sneu voor de zoon en pepte hem op na deze teleurstelling.

In de afwijzingsbrief stond ergens nog wel vermeld dat ‘De KNVB blijft je volgen, ook al ben jij er nu niet bij’. Maar die zinsnede waren we eigenlijk al weer vergeten. Twee weken geleden arriveerde er een brief met uitnodiging voor weer twee selectiebijeenkomsten ergens in het land. De zoon danste door de kamer. Zijn ogen straalden. Wij waren zo blij voor hem.

De zaterdag voorafgaand aan de eerste bijeenkomst, kreeg hij tijdens een wedstrijd, een forse elleboogstoot tegen zijn slaap. Hij kukelde om, zijn ogen draaiden weg en er kwam in allerijl zelfs nog een arts aan te pas. Lichte hersenschudding en een gekneusde knie. Advies: paar dagen rust en vooral niet trainen. We belden de KNVB en legden het uit. Mocht hij dan wel de tweede bijeenkomst komen? Dat was geen enkel probleem. Het kind danste weer, dit keer iets voorzichtiger, door de kamer.

Gisteren was de tweede bijeenkomst. Tussen mijn twee tenniswedstrijden door, appte ik hoe het ging daar in Apeldoorn. Zoon had fantastisch gevoetbald, iets met assists en een goal, maar zat de tweede helft op de bank. Lief dacht dat het een voorteken zou kunnen zijn voor afwijzing. Optimist als ik ben, dacht ik dat ze het misschien in de eerste helft wel hadden gezien, die scouts.

Vandaag kwam de verlossende mail. Holadijee, hij is geselecteerd voor de laatste bijeenkomst op 12 november a.s. Onze houten vloer blijkt een prima dansvloertje.

Reacties (6)

In mijn mail zat een uitnodiging. Of ik mij wilde melden in een kamertje, op een bepaald tijdstip. Gelukkig wel op een voor mij bekende locatie.
Er werd me een heel verhaal verteld, bepaalde zaken die verduidelijking nodig hadden, werden uitgebreid toegelicht met foto’s en overzichten.

Ik luisterde aandachtig en knikte begrijpend.
Op korte termijn zou ik een beslissing moeten nemen, zoveel was duidelijk. De bijeenkomst duurde ongeveer een half uur.
Er werd me een mailadres opgegeven met de opdracht binnen een week wat te laten horen. Nee, ik was niet aan het solliciteren, want zo lijkt het misschien. Het ging over iets compleet anders.

De tweede opdracht was om geheimhouding te verzekeren. Ik moest mijn mond houden hierover en het er met niemand over hebben. Nou ja, met mijn lief dan, dat mocht dan wel. Uiteindelijk ging het ons allebei aan, maar kon hij er niet bij zijn op dat moment.
De eerste opdracht was appeltje eitje. Ik mailde binnen een dag terug. Geen twijfels over wat ik zou zeggen. Lief en ik waren het daarover meteen eens.

De tweede opdracht vind ik heel erg moeilijk. Een paar dagen mijn mond houden, dat lukt me wel. Maar twéé maanden?! My goodness.
Ik ben eh.. nogal extravert en zwijgen is zeg maar niet mijn ding. Net als geheimen. Ik hou niet van geheimen. Mijn zonen hebben dat van mij, die kunnen ook nooit iets voor zich houden. Moederdagcadeaus kreeg ik vroeger al een week eerder van ze.

Iedere keer als ik er bijna over wil beginnen, denk ik aan de strenge blik van degene tegenover me in dat kamertje. Soms google ik thuis wat zaken die ermee te maken hebben. Maar uitsluitend op mijn eigen telefoon, want op de Ipad zien de jongens de historie van bezochte sites.

Nog een week of zeven volhouden. Spannend man.

 

Reacties (10)

Ik twijfelde tot een uur voor aanvang. Wat als ik me niet op mijn gemak zou voelen? Of als ik na een half uur wel met iedereen uitgepraat bleek te zijn?

Mijn oudste zoon ging ’s morgens even op de koffie bij zijn oma, mijn moeder. ‘Zeg maar tegen oma dat ik vanmiddag waarschijnlijk een uurtje op die reünie blijf, en dat ik dan daarna nog wel even bij haar thee kom doen’ riep ik toen hij in mijn auto stapte en ik op mijn fiets sprong.
Mijn moeder woont nog altijd in het huis waar wij in 1970 kwamen wonen. Het huis waar ik mijn hele jeugd heb doorgebracht. In het verlengde van onze straat stonden drie basisscholen. Drie verschillende geloven op een rijtje. In deze tijd te debiel voor woorden, maar het was toen zo.
Iedere school met haar eigen speelplaats, wel een gezamenlijke gymzaal en een gezamenlijk voetbalveld. Achter mijn school was een groot terrein met heuvels en houten huisjes om in te spelen; wij noemden het altijd het ‘Indianendorp’.

Mijn (katholieke) basisschool heette de Anne Frankschool.  Zaterdag memoreerde Herman het feit dat wij nog toestemming van de vader van Anne Frank hebben gekregen om de school zo te noemen. Het was de eerste school in Nederland met die naam. Jammer dat het naambord jaren later verwijderd werd en er een bord met ‘Het Mozaïek’ werd opgehangen.  De Anne Frankschool was niet meer.

Een beetje afwachtend liep ik het schoolgebouw binnen. Ik herinnerde mij nog het opstapje bij de deur. In de verte hoorde ik opgewonden stemmen, gelach en kreten van herkenning. ‘Hé Dorien! Wat gaaf dat je er bent!’ mijn hartsvriendin uit mijn basisschooltijd verwelkomde me. Zij was ook de organisator van deze bijeenkomst. Dat verbaasde mij niks, zij was altijd degene die het voortouw nam.

Al gauw kreeg ik van allerlei oud klasgenoten zoenen op mijn wangen en een klop op mijn schouder. Ik groef in mijn geheugen en kleurde als ik werkelijk niet wist wie mij daar zo hartelijk begroette. Gênant! De knapste jongen van de klas had nu een grijze baard. Zijn ogen nog net zo mooi als toen, dat zag ik wel. De slimste jongen van de klas was nu kaal. Hilarisch genoeg zat hij in het kappersvak, zo vertelde hij later.
Die aparte knaap van toen was nu psychiater in Brabant. Het mooiste meisje van de klas heeft een internationaal bedrijf met 22 man personeel in het westen van het land. De jongen die een universitaire studie afrondde, organiseert nu bierwandeltochten en als hij daar niet van rondkomt, klust hij bij als deejay.
Een knul bij wie ik altijd graag thuiskwam, is twee keer voor de dood weggesleept, maar het gaat nu heel goed met hem.
De branieschopper van de groep is niet veranderd, ik heb hem de hele middag en avond gehoord.
Mijn beste vriendinnen bleken nog steeds heel erg leuk. Wat hebben we veel meegemaakt in de afgelopen 36 jaar.

Maarten vertelde dat hij een briefje met onzichtbare inkt had geschreven, waarin hij zijn liefde verklaarde aan Jolanda. Hij legde het briefje na schooltijd in haar lessenaar, tezamen met een stift waarmee je de inkt weer zichtbaar kon maken. Ik weet nog dat je die stiften kon kopen bij de HEMA. De volgende ochtend sloeg de paniek bij hem toe. In alle vroegte liep hij naar school en haalde het briefje weer weg. Jolanda heeft nooit geweten hoe zijn hart naar haar uitging. Tot afgelopen zaterdag. Het hoge woord kwam er na al die jaren uit.

Arthur pakte mijn hand. ‘Jou moet ik ook nog wat vertellen…’ zei hij met zijn charmante lach. Some things never change. ‘Ik heb heel lang een ringetje voor jou gehad. Ik wilde het aan je geven, omdat ik je altijd zo lief vond met je mooie rode haren’. Hij keek me met zijn donkere ogen aan. Arthur was de enige kleurling bij ons op school. Ik vond het altijd te gek, maar hij leek me zo onbereikbaar. De dag dat hij eindelijk de moed bij elkaar had verzameld om mij de ring te geven, zag hij dat mijn pinknagel heel onverzorgd was. Er zullen wel rouwrandjes onder mijn nagels hebben gezeten. We speelden namelijk altijd buiten in het Indianendorp.
Arthur knapte daarop af. Zaterdagavond, bij het afscheid nemen, kneep hij nog even in mijn wang en zei dat het toch jammer was geweest, dat het zo gelopen was. Ik knikte en keek nog eens naar mijn gemanicuurde nagels.

Ik kan mij niet anders herinneren dan dat ik van mijn 12e tot mijn 17e in een constante staat van verliefdheid verkeerde. Patrick stond gedurende een jaartje ook op die lijst. Gelukkig was het wederzijds en ondernamen we spannende dingen. Zo kreeg ik mijn eerste zoen van hem op de brug bij de vijver in onze buurt. Het was donker. Ik had altijd een mooi excuus om ’s avonds af te kunnen spreken, wij hadden immers een hond.

Patrick en ik waren net in een amoureuze toestand beland, toen we een plons hoorden. Zijn fiets was door een stelletje malloten in het water gegooid. We deden onze schoenen uit, trokken de fiets uit het water en bedachten hoe hij dit thuis ging vertellen. De fiets was immers beschadigd en zat onder de modder. Daar ging ons romantisch samenzijn.
De verliefdheid bleef en we spraken af voortaan de fiets thuis te laten. We verloren elkaar uit het oog maar beiden herinnerden we ons dit avontuur.

Een van mijn hartsvriendinnen, toen al enorm creatief en praktisch, is docente geworden in creatieve vakken. Geen spatje veranderd! Wat hebben we altijd veel lol gehad samen. Aan het einde van de avond liepen we samen naar onze auto’s, het voelde weer net zo vertrouwd als toen.

Mijn moeder zat ’s middags vergeefs op de uitkijk. De volgende dag vertelde ik haar alle verhalen bij de koffie.

 



















Reacties (10)

Het is alweer bijna een week geleden, maar mijn moedertje verjaarde. Eigenlijk is zij met haar 80 jaar nu een bejaarde. Dat rijmt,  het is alleen niet waar, mijn moeder is verre van een bejaarde. Ons mam is nog prima bij de tijd en weet goed wat ze wil.

Zus en ik verzochten de hele familie om een A4-tje te fröbelen met een wens, anekdote of herinnering. Al die bijdragen bundelden wij in een versierde map en het werd een prachtig document. Mijn moeder was er verguld mee. Vooral de zwart-wit foto’s uit de jaren ’40, waarop haar beide ouders stonden, maakten haar emotioneel. We spraken de wens uit nog lang van haar te mogen genieten, gaven haar cadeaus en hieven het glas. Op dat moment miste ik weer erg mijn andere zus, we zijn toch niet compleet zonder haar.

De volgende dag was het weer feest, want we gingen naar Parijs. We wandelden in het park rondom de Eiffeltoren, kwamen hijgend van al die trappen bij de Sacré Coeur aan en genoten van de sfeer en de heerlijke zon.
De volgende dag sjouwden we over de Champs-Elysées, maakten selfies bij de Arc de Triomphe en deden een tour in een open bus, zoals het echte toeristen betaamd.
We lunchten met uitzicht op de Notre Dame. Op zijn Frans met rode wijn erbij. Dat bleek later op de middag voor een wat loom gevoel in de beentjes te zorgen, maar à la.

We doorkruisten de stad met de metro en shopten nog wat links en rechts. ’s Avonds streken we neer in een gezellig tentje. De ober gooide heel gezellig een vol glas rode wijn over mijn ecru jeans en splinternieuwe trui. Zoals vriendin D later zei: wat een incroyable dombo! Ik spoedde mij naar het hotel, schoot in mijn oude spijkerbroek en trok een andere trui over mijn hoofd. Nadat de betreffende ober zevenhonderd keer ‘I am sorry’ had gezegd en ik de aangeboden fles wijn had afgeslagen, aten we ons maal. Na afloop kissebisten we nog wat over de vergoeding, mijn broek en trui waren immers voor eeuwig naar de gallemiezen.

De laatste dag bezochten we het Cité des Sciences et de l’Industrie; een soort interactief wetenschap- en techniekmuseum. We zagen een prachtige film over de ruimte in het planetarium, deden allerlei proefjes en lachten om onszelf in een filmpje. Aanrader!
Nadat we bijna vast zaten in de parkeergarage omdat het betalingssysteem niet werkte, de kinderen al juichten dat we dan nóg langer in Parijs moesten blijven, reden we dan toch terug naar huis.

Soms is het leven een feest.

Reacties (9)

Vliegensvlug sprong ik op mijn fietsje en sjeesde naar huis. Ik poetste mijn tanden bijna tot bloedens toe. Ik floste en ik jaste de rager door de spleten. Ik spoelde en spoelde, tot ik zeker wist dat de geur van de boterhammen-met-komijnekaas-lunch van een uurtje geleden niet meer te herleiden was.

Ik parkeerde de Fiësta pal voor de ingang van de kerk. Zou ik nog een schietgebedje….?
Ik vermande me. In de wachtkamer negeerde ik de stapel oude Libelles. Pal voor me hing een foto van het tandartsteam. Ze lachten me vrolijk toe in hun blauwe jasjes. Zenuwachtig keek ik terug en had de neiging om mijn tong uit te steken. Maar dan zul je altijd zien dat dan net de deur openvliegt om mij te verwelkomen, dus ik beheerste me.

Het duurde nogal. Ineens bedacht ik me dat ik nog wat moest regelen met een attractiepark. Het schoolreisje van de groepen twee. Ik zocht op het www naar het e-mailadres en stelde een mailtje op. Lang leve mijn telefoon. Gelukkig wist ik het aantal leerlingen van al die groepen uit mijn hoofd en ook de datum waarop het festijn zal plaatsvinden. Net toen ik op verzenden drukte, zwaaide de deur van het martelhok open.

Mijn tandarts is de vader van een leerling van onze school. We babbelden even over schoolreisjes en ik verklapte waar zijn zoontje naar toe gaat. Vrijwel direct daarna schoot de naald ongenadig in mijn mond.

Een uur later zat ik thuis op de bank, met hoofdpijn en een scheve mond. Ik probeerde thee te slurpen, maar dat bleek een domme actie.
Ik hing wat versuft voor de tv en zag niet eens dat Bob de Jong tóch brons bij elkaar had geschaatst.
In de tijd dat ik verkrampt in de tandartsstoel had gelegen, had de mevrouw van het attractiepark een alleraardigst berichtje teruggestuurd.
Een zoon zeurde wat we gingen eten.

Het leven gaat ook altijd gewoon door hè. Zelfs als ik zielig ben. Het is wat.

 

Reacties (5)

Jongste zoon is nogal in de ban van de aanstaande Cito-eindtoets. Hoe hard ik ook roep dat het helemaal niet zo spannend is, dat het allemaal goed komt en weet ik veel wat nog meer, het kind is er enorm mee bezig. Dat kan ook bijna niet anders, want hoe hard onderwijsland ook roept dat het schooladvies way belangrijker is dan de Cito-uitslag, toch wordt op elk aanmeldingsformulier gevraagd naar de Cito-score.
Bij elke open dag waar we zijn geweest, werd de score als graadmeter voor aanname genoemd. Zeg dan ook niet dat het niet belangrijk is.

Hoe dan ook, er wordt veel geoefend en gepraat over de week van 11 februari in groep 8. Laatst betrapte ik mezelf erop dat ik ’s avonds riep dat het tijd werd om naar bed te gaan ‘want je moet fit zijn voor de Cito’. Uit mijn lange lijst van argumenten om op tijd te gaan slapen, was dit wel de slechtste. Maar ja, ik ben ook maar een mens.
‘Denk je nou echt dat één keer vijf minuten later in bed liggen betekent dat ik mijn Cito verknal?!’ riep mijn bijdehante zoon naar mij. Ik haastte mij te zeggen dat dat natuurlijk niet zo kon zijn, maar toch. Ik kon toch moeilijk zeggen dat ik lekker alleen in bad wilde gaan liggen, met een glaasje rode wijn op de badrand en slechts de spotjes boven de spiegel aan? Dat ik toe was aan een moment voor mezelf? Dat ik daarna lekker naar een door mij gekozen tv programma wilde kijken in plaats van naar die eeuwige voetbal nabeschouwingen?

Tussen de middag kwam het kind kliedernat geregend uit school. Terwijl ik eieren bakte voor ons tweetjes, vroeg hij of hij volgende week dinsdag in joggingbroek naar school mocht.
‘Heb je dan sportdag of zo?’ vroeg ik. ‘Neeheeeee, dan heb ik toch Cito!’.  Ik zag het verband even niet. ‘Je mag ook in pyjama komen, wat je maar wilt, zei juf’ ratelde het kind verder. Ineens begon ik het te begrijpen. De leerlingen mochten dus in joggingbroek of pyjama komen omdat ze zich dan lekker(der) zouden voelen. En als je je comfortabel voelt, nou, dan maak je vast de Cito-toets beter. Het moet niet gekker worden.

Ik ben eigenlijk heel erg anti joggingbroeken moet u weten. Ik vind dat zoiets nog net kan in bed of als je daadwerkelijk gaat joggen. Nu wil mijn zoon dus in een joggingbroek naar school. Ik dank de heer en de hemel dat hij geen Crocs heeft, want die krengen schijnen heel erg lekker te zitten.








Reacties (7)

Afgelopen week stond ik in contact met de dierenambulance, de dierenpolitie, waarvan ik geen weet had van het bestaan ervan, de gewone politie en tenslotte met de wijkagent. Vanwege schoolpleinterreur.

De laatste weken wordt onze school bezocht door een tamme kraai. In eerste instantie was dat geinig; zo’n vogel die zomaar op iemands arm ging zitten of op een kinderfietsje voor het lokaal. Het beest werd echter steeds vrijer; hij vloog laag over het schoolplein, zat bij kinderen op het hoofd en joeg zo menigeen de stuipen op het lijf. Het dier schijnt tam gemaakt te zijn door iemand en blijkbaar is hij ontsnapt. Of misschien was de kraaientemmer hem wel zat. De hele wijk heeft het erover. Er zijn nogal wat basisscholen, peuterspeelzalen en kinderdagverblijven in de buurt. Maar ook oudjes vinden het eng, zo’n fladderend zwart beest ineens op hun grijze knar. Je zou er bijna van uit je scootmobiel vallen.

De dierenambulance wist van het probleem, er waren meerdere meldingen van gemaakt. Ze rukken hier echter niet voor uit. We moesten zelf maar de vogel zien te vangen en dan wilden ze hem wel ophalen. Bijna was dat gelukt, maar ja, de vogel was hem ineens weer gevlogen. Je zou bijna denken dat hij dan zit te lachen op een tak hoog in de boom, terwijl hij beneden mensen met doeken en dozen ziet panieken.

Ten einde raad belden we nóg maar een keer naar de dierenambulance, er waren immers juffen die liever niet meer naar de sporthal wandelden, ze vonden het doodeng.
Wederom hetzelfde verhaal, maar dit keer drong ik aan. ‘We hebben er ook het materiaal niet voor’ wierp de dame tegen. ‘Jawel, dat hebben jullie wel’ deed ik eigenwijs. Ze zijn immers al twee keer bij mij thuis geweest; voor een pauw die niet meer uit mijn achtertuin wilde en voor een vogel die in de slaapkamer bleef vliegen (en schijten). Ze was echter onvermurwbaar, opperde zelfs dat hij dan misschien maar neergeschoten moest worden. Mijn bek viel open.
Ik werd doorverwezen naar de dierenpolitie. Ik deed weer mijn verhaal. Er werd begripvol gereageerd maar ze zouden niet komen, er was immers geen sprake van dierenleed. Ik werd doorverbonden met de gewone politie en vervolgens met de wijkagent. Die vonden dat de dierenambulance gewoon moest helpen het probleem op te lossen. En toen was de cirkel weer rond. Ik werd er een beetje moe van. Misschien moet ik toch maar net doen of het beest zal worden neergeschoten, dan is er immers wel sprake van dierenleed?

Ik kan ook Anouk eens bellen, hoe zij die birds van de rooftops liet vallen.

 

Reacties (10)

Voor de derde keer in mijn carrière als moeder, mag ik met een zoon naar de open dagen van de middelbare scholen. De eerste keer, in 2007, vond ik dat best heel wat. Je kleine ventje naar de middelbare school. Ik dacht dat ze gewoon altijd zouden blijven zoals ze waren, die kinders. Wel zo overzichtelijk.

Niets was minder waar, binnen een paar maanden had ik een nieuw kind in huis. Van een basisschool jochie naar een puber met een eigen bankpas en verkering.
Toen oudste een middelbare school ging uitzoeken, was de keuze redelijk beperkt; met een gymnasium advies ga je nu eenmaal niet bij scholen kijken die dat niet bieden.
Oudste bezocht drie scholen; de eerste waren we met een kwartier weer uit. Hij vond het maar niks. Ik snapte heel goed wat hij bedoelde, al konden we beiden niet goed uitleggen wat er ‘mis’ was met die school.
Nu, zeven jaar later, herhaalt de geschiedenis zich. Jongste bezocht diezelfde school en was heel resoluut: ‘Mam en pap, dit wordt ‘m niet’.

Vorig jaar deed ik met middelste een rondje open dagen. Ook daar was één school bij die we met een kwartier weer de rug toekeerden. Het maakte de keuze alleen maar makkelijker.
Middelste was vooral geïnteresseerd in de uitstapjes die de diverse scholen te bieden hadden, hoeveel uur gym er werd gegeven, of er wel een goedwerkende automaat in de kantine voorhanden was. Ook de kantine zelf moest aantrekkelijk zijn. Gelukkig vond hij een school die alle ingrediënten in zich had. Hij voelt zich er als een vis in het water en doet het meer dan goed. Ook de Turkse pizzaverkoper is blij met onze keuze; sindsdien vertoont zijn omzet een stijgende lijn.

Jongste kijkt in de wiskundeboeken, doet proefjes in het scheikundelokaal en let vooral op de architectuur van de scholen. Het gebouw moet mooi zijn. Nu is mooi een nogal subjectief begrip, maar goed. Het lyceum waarop ik zelf heb gezeten en waar ook oudste zijn diploma heeft gehaald, dat was toch wel het mooiste gebouw, vond jongste. Ik kan niet anders dan het met hem eens zijn. Het voormalige klooster, de glas-in-lood ramen, de kapel die tot een strakke mediatheek is omgetoverd, het ademt een bepaalde sfeer. Als je de ogen dicht doet, zou je je kunnen voorstellen dat hier gebeden werden gepreveld en dat de gezangen prachtig door de ruimte galmden. Hier en daar staan nog wat relikwieën uit die tijd, waardoor je nog meer die tijd kunt herbeleven.

Binnenkort is het keuzemoment. Ik ben er bijna van overtuigd dat jongste, die toch al zo’n kopietje van zijn oudste broer is, voor hetzelfde lyceum gaat kiezen.
Al was het alleen maar omdat je er op de open dag een USB-stick kreeg in plaats van een balpen.

Toch kwam hij van de week ineens met de mededeling dat hij naar de ‘TTO afternoon’ gaat op de andere school. Want in het tweede jaar een uitwisseling met Spanje, dat is ook niet verkeerd natuurlijk.











Reacties (7)

Sinds enkele weken slaap ik door de week alleen. Dat is niet echt een bewuste keuze, maar meer het lot van een vrouw met een man die een grote opdracht inclusief strakke deadline heeft in het westen van het land.
Ik doe er niet moeilijk over, maar gezellig is anders. Wel overzichtelijk, want ik heb al twee weken niks gestreken en ik kook slechts om de dag omdat ik elke dag genoeg overhoud voor de dag erna. En overzichtelijk, zoals u weet, daar houd ik van.

Op een avond, toen we met ons drietjes aan tafel zaten, zei middelste dat hij zich afvroeg wat papa dan ’s avonds doet in het hotel.
Nou, dat lijkt me duidelijk, antwoordde ik zonder na te denken. Die zit met een knappe, slanke blondine in een bistrootje of zo. Daarna nog een afzakkertje in de hotelbar.
Terwijl ik de gierende lach van middelste verwachtte, zag ik dat hij wit wegtrok. Wat zeg ik, hij viel zowat flauw. Ik schrok ervan. Snel haastte ik me te zeggen dat ik een geintje maakte en dat papa gewoon heel hard aan het werk is. Dat hij daarna in zijn eentje een hapje eet, zijn mail checkt, ons belt of whatsappt en dat hij dan gaat slapen omdat hij de volgende dag weer vroeg present moet zijn bij de opdrachtgever. Dat mag ik toch hopen hè.


Ik had er geen seconde rekening mee gehouden dat het in zo’n kinderhoofdje heel anders kan werken. De laatste tijd zijn er wat scheidingen in de buurt. De jongens zien natuurlijk hoe zoiets in zijn werk gaat, of horen verhalen op school over vreemdgaande vaders die worden betrapt. Of moeders die een tête-à-tête hebben met de buurman.
Toen middelste, immer geïnteresseerd in mijn welbevinden, vroeg of ik wel lekker had geslapen zonder papa aan mij zij, antwoordde ik dan ook heel opgewekt dat ik juist een héérlijke nacht had gehad. Geen gesnurk en gedraai naast me en een zee van ruimte! Niet wakker worden van gestommel om 5 uur in de ochtend, het starten van die dieselbak en het dichtslaan van de voordeur. Wie wil dat nou niet. Ik zei het met een grijns. Althans dat was mijn bedoeling. Middelste, mijn gevoelige kind, had een heel andere indruk. Mama was dus blij dat papa een paar weken pleiten was! Misschien gingen we wel scheiden?

Ik heb moeten praten als brugman (gelukkig kan ik dat goed) en hem moeten overtuigen dat ik het natuurlijk ook niet echt jofel vind om ’s avonds alleen met een wijntje op de bank te zitten. Dat pap ook liever elke avond lekker met zijn jongens knuffelt (en met mij) dan in een suffe hotelkamer te zitten. Maar soms moet het even zo. We maken het goed door lekker met elkaar een paar dagen naar Parijs te gaan binnenkort. Doen we een family hug aan de voet van de Eiffeltoren.









Reacties (15)
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl