doorgaatervoor.punt.nl
Laatste artikelen

Het is alweer bijna een week geleden, maar mijn moedertje verjaarde. Eigenlijk is zij met haar 80 jaar nu een bejaarde. Dat rijmt,  het is alleen niet waar, mijn moeder is verre van een bejaarde. Ons mam is nog prima bij de tijd en weet goed wat ze wil.

Zus en ik verzochten de hele familie om een A4-tje te fröbelen met een wens, anekdote of herinnering. Al die bijdragen bundelden wij in een versierde map en het werd een prachtig document. Mijn moeder was er verguld mee. Vooral de zwart-wit foto’s uit de jaren ’40, waarop haar beide ouders stonden, maakten haar emotioneel. We spraken de wens uit nog lang van haar te mogen genieten, gaven haar cadeaus en hieven het glas. Op dat moment miste ik weer erg mijn andere zus, we zijn toch niet compleet zonder haar.

De volgende dag was het weer feest, want we gingen naar Parijs. We wandelden in het park rondom de Eiffeltoren, kwamen hijgend van al die trappen bij de Sacré Coeur aan en genoten van de sfeer en de heerlijke zon.
De volgende dag sjouwden we over de Champs-Elysées, maakten selfies bij de Arc de Triomphe en deden een tour in een open bus, zoals het echte toeristen betaamd.
We lunchten met uitzicht op de Notre Dame. Op zijn Frans met rode wijn erbij. Dat bleek later op de middag voor een wat loom gevoel in de beentjes te zorgen, maar à la.

We doorkruisten de stad met de metro en shopten nog wat links en rechts. ’s Avonds streken we neer in een gezellig tentje. De ober gooide heel gezellig een vol glas rode wijn over mijn ecru jeans en splinternieuwe trui. Zoals vriendin D later zei: wat een incroyable dombo! Ik spoedde mij naar het hotel, schoot in mijn oude spijkerbroek en trok een andere trui over mijn hoofd. Nadat de betreffende ober zevenhonderd keer ‘I am sorry’ had gezegd en ik de aangeboden fles wijn had afgeslagen, aten we ons maal. Na afloop kissebisten we nog wat over de vergoeding, mijn broek en trui waren immers voor eeuwig naar de gallemiezen.

De laatste dag bezochten we het Cité des Sciences et de l’Industrie; een soort interactief wetenschap- en techniekmuseum. We zagen een prachtige film over de ruimte in het planetarium, deden allerlei proefjes en lachten om onszelf in een filmpje. Aanrader!
Nadat we bijna vast zaten in de parkeergarage omdat het betalingssysteem niet werkte, de kinderen al juichten dat we dan nóg langer in Parijs moesten blijven, reden we dan toch terug naar huis.

Soms is het leven een feest.

Reacties (9)

Vliegensvlug sprong ik op mijn fietsje en sjeesde naar huis. Ik poetste mijn tanden bijna tot bloedens toe. Ik floste en ik jaste de rager door de spleten. Ik spoelde en spoelde, tot ik zeker wist dat de geur van de boterhammen-met-komijnekaas-lunch van een uurtje geleden niet meer te herleiden was.

Ik parkeerde de Fiësta pal voor de ingang van de kerk. Zou ik nog een schietgebedje….?
Ik vermande me. In de wachtkamer negeerde ik de stapel oude Libelles. Pal voor me hing een foto van het tandartsteam. Ze lachten me vrolijk toe in hun blauwe jasjes. Zenuwachtig keek ik terug en had de neiging om mijn tong uit te steken. Maar dan zul je altijd zien dat dan net de deur openvliegt om mij te verwelkomen, dus ik beheerste me.

Het duurde nogal. Ineens bedacht ik me dat ik nog wat moest regelen met een attractiepark. Het schoolreisje van de groepen twee. Ik zocht op het www naar het e-mailadres en stelde een mailtje op. Lang leve mijn telefoon. Gelukkig wist ik het aantal leerlingen van al die groepen uit mijn hoofd en ook de datum waarop het festijn zal plaatsvinden. Net toen ik op verzenden drukte, zwaaide de deur van het martelhok open.

Mijn tandarts is de vader van een leerling van onze school. We babbelden even over schoolreisjes en ik verklapte waar zijn zoontje naar toe gaat. Vrijwel direct daarna schoot de naald ongenadig in mijn mond.

Een uur later zat ik thuis op de bank, met hoofdpijn en een scheve mond. Ik probeerde thee te slurpen, maar dat bleek een domme actie.
Ik hing wat versuft voor de tv en zag niet eens dat Bob de Jong tóch brons bij elkaar had geschaatst.
In de tijd dat ik verkrampt in de tandartsstoel had gelegen, had de mevrouw van het attractiepark een alleraardigst berichtje teruggestuurd.
Een zoon zeurde wat we gingen eten.

Het leven gaat ook altijd gewoon door hè. Zelfs als ik zielig ben. Het is wat.

 

Reacties (5)

Jongste zoon is nogal in de ban van de aanstaande Cito-eindtoets. Hoe hard ik ook roep dat het helemaal niet zo spannend is, dat het allemaal goed komt en weet ik veel wat nog meer, het kind is er enorm mee bezig. Dat kan ook bijna niet anders, want hoe hard onderwijsland ook roept dat het schooladvies way belangrijker is dan de Cito-uitslag, toch wordt op elk aanmeldingsformulier gevraagd naar de Cito-score.
Bij elke open dag waar we zijn geweest, werd de score als graadmeter voor aanname genoemd. Zeg dan ook niet dat het niet belangrijk is.

Hoe dan ook, er wordt veel geoefend en gepraat over de week van 11 februari in groep 8. Laatst betrapte ik mezelf erop dat ik ’s avonds riep dat het tijd werd om naar bed te gaan ‘want je moet fit zijn voor de Cito’. Uit mijn lange lijst van argumenten om op tijd te gaan slapen, was dit wel de slechtste. Maar ja, ik ben ook maar een mens.
‘Denk je nou echt dat één keer vijf minuten later in bed liggen betekent dat ik mijn Cito verknal?!’ riep mijn bijdehante zoon naar mij. Ik haastte mij te zeggen dat dat natuurlijk niet zo kon zijn, maar toch. Ik kon toch moeilijk zeggen dat ik lekker alleen in bad wilde gaan liggen, met een glaasje rode wijn op de badrand en slechts de spotjes boven de spiegel aan? Dat ik toe was aan een moment voor mezelf? Dat ik daarna lekker naar een door mij gekozen tv programma wilde kijken in plaats van naar die eeuwige voetbal nabeschouwingen?

Tussen de middag kwam het kind kliedernat geregend uit school. Terwijl ik eieren bakte voor ons tweetjes, vroeg hij of hij volgende week dinsdag in joggingbroek naar school mocht.
‘Heb je dan sportdag of zo?’ vroeg ik. ‘Neeheeeee, dan heb ik toch Cito!’.  Ik zag het verband even niet. ‘Je mag ook in pyjama komen, wat je maar wilt, zei juf’ ratelde het kind verder. Ineens begon ik het te begrijpen. De leerlingen mochten dus in joggingbroek of pyjama komen omdat ze zich dan lekker(der) zouden voelen. En als je je comfortabel voelt, nou, dan maak je vast de Cito-toets beter. Het moet niet gekker worden.

Ik ben eigenlijk heel erg anti joggingbroeken moet u weten. Ik vind dat zoiets nog net kan in bed of als je daadwerkelijk gaat joggen. Nu wil mijn zoon dus in een joggingbroek naar school. Ik dank de heer en de hemel dat hij geen Crocs heeft, want die krengen schijnen heel erg lekker te zitten.








Reacties (7)

Afgelopen week stond ik in contact met de dierenambulance, de dierenpolitie, waarvan ik geen weet had van het bestaan ervan, de gewone politie en tenslotte met de wijkagent. Vanwege schoolpleinterreur.

De laatste weken wordt onze school bezocht door een tamme kraai. In eerste instantie was dat geinig; zo’n vogel die zomaar op iemands arm ging zitten of op een kinderfietsje voor het lokaal. Het beest werd echter steeds vrijer; hij vloog laag over het schoolplein, zat bij kinderen op het hoofd en joeg zo menigeen de stuipen op het lijf. Het dier schijnt tam gemaakt te zijn door iemand en blijkbaar is hij ontsnapt. Of misschien was de kraaientemmer hem wel zat. De hele wijk heeft het erover. Er zijn nogal wat basisscholen, peuterspeelzalen en kinderdagverblijven in de buurt. Maar ook oudjes vinden het eng, zo’n fladderend zwart beest ineens op hun grijze knar. Je zou er bijna van uit je scootmobiel vallen.

De dierenambulance wist van het probleem, er waren meerdere meldingen van gemaakt. Ze rukken hier echter niet voor uit. We moesten zelf maar de vogel zien te vangen en dan wilden ze hem wel ophalen. Bijna was dat gelukt, maar ja, de vogel was hem ineens weer gevlogen. Je zou bijna denken dat hij dan zit te lachen op een tak hoog in de boom, terwijl hij beneden mensen met doeken en dozen ziet panieken.

Ten einde raad belden we nóg maar een keer naar de dierenambulance, er waren immers juffen die liever niet meer naar de sporthal wandelden, ze vonden het doodeng.
Wederom hetzelfde verhaal, maar dit keer drong ik aan. ‘We hebben er ook het materiaal niet voor’ wierp de dame tegen. ‘Jawel, dat hebben jullie wel’ deed ik eigenwijs. Ze zijn immers al twee keer bij mij thuis geweest; voor een pauw die niet meer uit mijn achtertuin wilde en voor een vogel die in de slaapkamer bleef vliegen (en schijten). Ze was echter onvermurwbaar, opperde zelfs dat hij dan misschien maar neergeschoten moest worden. Mijn bek viel open.
Ik werd doorverwezen naar de dierenpolitie. Ik deed weer mijn verhaal. Er werd begripvol gereageerd maar ze zouden niet komen, er was immers geen sprake van dierenleed. Ik werd doorverbonden met de gewone politie en vervolgens met de wijkagent. Die vonden dat de dierenambulance gewoon moest helpen het probleem op te lossen. En toen was de cirkel weer rond. Ik werd er een beetje moe van. Misschien moet ik toch maar net doen of het beest zal worden neergeschoten, dan is er immers wel sprake van dierenleed?

Ik kan ook Anouk eens bellen, hoe zij die birds van de rooftops liet vallen.

 

Reacties (10)

Voor de derde keer in mijn carrière als moeder, mag ik met een zoon naar de open dagen van de middelbare scholen. De eerste keer, in 2007, vond ik dat best heel wat. Je kleine ventje naar de middelbare school. Ik dacht dat ze gewoon altijd zouden blijven zoals ze waren, die kinders. Wel zo overzichtelijk.

Niets was minder waar, binnen een paar maanden had ik een nieuw kind in huis. Van een basisschool jochie naar een puber met een eigen bankpas en verkering.
Toen oudste een middelbare school ging uitzoeken, was de keuze redelijk beperkt; met een gymnasium advies ga je nu eenmaal niet bij scholen kijken die dat niet bieden.
Oudste bezocht drie scholen; de eerste waren we met een kwartier weer uit. Hij vond het maar niks. Ik snapte heel goed wat hij bedoelde, al konden we beiden niet goed uitleggen wat er ‘mis’ was met die school.
Nu, zeven jaar later, herhaalt de geschiedenis zich. Jongste bezocht diezelfde school en was heel resoluut: ‘Mam en pap, dit wordt ‘m niet’.

Vorig jaar deed ik met middelste een rondje open dagen. Ook daar was één school bij die we met een kwartier weer de rug toekeerden. Het maakte de keuze alleen maar makkelijker.
Middelste was vooral geïnteresseerd in de uitstapjes die de diverse scholen te bieden hadden, hoeveel uur gym er werd gegeven, of er wel een goedwerkende automaat in de kantine voorhanden was. Ook de kantine zelf moest aantrekkelijk zijn. Gelukkig vond hij een school die alle ingrediënten in zich had. Hij voelt zich er als een vis in het water en doet het meer dan goed. Ook de Turkse pizzaverkoper is blij met onze keuze; sindsdien vertoont zijn omzet een stijgende lijn.

Jongste kijkt in de wiskundeboeken, doet proefjes in het scheikundelokaal en let vooral op de architectuur van de scholen. Het gebouw moet mooi zijn. Nu is mooi een nogal subjectief begrip, maar goed. Het lyceum waarop ik zelf heb gezeten en waar ook oudste zijn diploma heeft gehaald, dat was toch wel het mooiste gebouw, vond jongste. Ik kan niet anders dan het met hem eens zijn. Het voormalige klooster, de glas-in-lood ramen, de kapel die tot een strakke mediatheek is omgetoverd, het ademt een bepaalde sfeer. Als je de ogen dicht doet, zou je je kunnen voorstellen dat hier gebeden werden gepreveld en dat de gezangen prachtig door de ruimte galmden. Hier en daar staan nog wat relikwieën uit die tijd, waardoor je nog meer die tijd kunt herbeleven.

Binnenkort is het keuzemoment. Ik ben er bijna van overtuigd dat jongste, die toch al zo’n kopietje van zijn oudste broer is, voor hetzelfde lyceum gaat kiezen.
Al was het alleen maar omdat je er op de open dag een USB-stick kreeg in plaats van een balpen.

Toch kwam hij van de week ineens met de mededeling dat hij naar de ‘TTO afternoon’ gaat op de andere school. Want in het tweede jaar een uitwisseling met Spanje, dat is ook niet verkeerd natuurlijk.











Reacties (7)

Sinds enkele weken slaap ik door de week alleen. Dat is niet echt een bewuste keuze, maar meer het lot van een vrouw met een man die een grote opdracht inclusief strakke deadline heeft in het westen van het land.
Ik doe er niet moeilijk over, maar gezellig is anders. Wel overzichtelijk, want ik heb al twee weken niks gestreken en ik kook slechts om de dag omdat ik elke dag genoeg overhoud voor de dag erna. En overzichtelijk, zoals u weet, daar houd ik van.

Op een avond, toen we met ons drietjes aan tafel zaten, zei middelste dat hij zich afvroeg wat papa dan ’s avonds doet in het hotel.
Nou, dat lijkt me duidelijk, antwoordde ik zonder na te denken. Die zit met een knappe, slanke blondine in een bistrootje of zo. Daarna nog een afzakkertje in de hotelbar.
Terwijl ik de gierende lach van middelste verwachtte, zag ik dat hij wit wegtrok. Wat zeg ik, hij viel zowat flauw. Ik schrok ervan. Snel haastte ik me te zeggen dat ik een geintje maakte en dat papa gewoon heel hard aan het werk is. Dat hij daarna in zijn eentje een hapje eet, zijn mail checkt, ons belt of whatsappt en dat hij dan gaat slapen omdat hij de volgende dag weer vroeg present moet zijn bij de opdrachtgever. Dat mag ik toch hopen hè.


Ik had er geen seconde rekening mee gehouden dat het in zo’n kinderhoofdje heel anders kan werken. De laatste tijd zijn er wat scheidingen in de buurt. De jongens zien natuurlijk hoe zoiets in zijn werk gaat, of horen verhalen op school over vreemdgaande vaders die worden betrapt. Of moeders die een tête-à-tête hebben met de buurman.
Toen middelste, immer geïnteresseerd in mijn welbevinden, vroeg of ik wel lekker had geslapen zonder papa aan mij zij, antwoordde ik dan ook heel opgewekt dat ik juist een héérlijke nacht had gehad. Geen gesnurk en gedraai naast me en een zee van ruimte! Niet wakker worden van gestommel om 5 uur in de ochtend, het starten van die dieselbak en het dichtslaan van de voordeur. Wie wil dat nou niet. Ik zei het met een grijns. Althans dat was mijn bedoeling. Middelste, mijn gevoelige kind, had een heel andere indruk. Mama was dus blij dat papa een paar weken pleiten was! Misschien gingen we wel scheiden?

Ik heb moeten praten als brugman (gelukkig kan ik dat goed) en hem moeten overtuigen dat ik het natuurlijk ook niet echt jofel vind om ’s avonds alleen met een wijntje op de bank te zitten. Dat pap ook liever elke avond lekker met zijn jongens knuffelt (en met mij) dan in een suffe hotelkamer te zitten. Maar soms moet het even zo. We maken het goed door lekker met elkaar een paar dagen naar Parijs te gaan binnenkort. Doen we een family hug aan de voet van de Eiffeltoren.









Reacties (15)

Het grootste jaarlijkse evenement in casa Door vond dit weekend weer plaats. Voor de dertiende keer op rij. Ieder jaar lijkt het wel spannender te worden. Je zou denken dat iets wat je al dertien keer hebt meegemaakt, niet meer zo bijzonder is. Dat je eigenlijk precies weet hoe zo’n dag verloopt. Dat is ook zo, in mijn hoofd werkt het zo en in die van de anderen hier thuis ook. Maar niet in het hoofd van middelste.
Sinds februari vorig jaar leefde hij toe naar zijn verjaardag. Hij telde de maanden, stelde in juni en augustus al verlanglijstjes op, die vervolgens weer verdwenen en de laatste weken was het onderwerp van gesprek vrijwel continu ‘mijn verjaardag’.

Het allerliefst wilde hij nieuwe sneakers. Ik was allang blij dat ik ze online kon bestellen, want de verjaardag viel midden in mijn drie weken single-parent-zijn, dus tijd was zeg maar niet waar ik het meeste van had. Ik slaakte een zucht van verlichting want ik hoopte dat hiermee een einde zou komen aan het wekenlange pushen. ‘Mam, heb je ze al besteld, Mam doe dat nou, Mam waarom wacht je zo lang, Mam…’.

De dag erna kwam hij uit school en nog vóór hij zijn tas in een hoek van de kamer had gesmeten, vroeg hij of de postbesteller al was geweest. Ik knikte van ja, mij van geen kwaad bewust. ‘Waar zijn dan mijn sneakers?’ vroeg het kind ongeduldig. ‘Oh, bedoel je dat, die zijn er nog niet hoor’ sprak ik kalm. Ik zag de teleurstelling op zijn smoeltje en legde uit dat zo’n pakketje wel even een traject moet afleggen en dat dus best nog een dag kon duren.

De dag erna van hetzelfde laken een pak. Ik denk dat de man van de post er ook een beetje nerveus van werd, want hij werd bijkans van zijn fiets getrokken door middelste.
De brievenbus wordt hier soms een paar dagen niet geleegd, domweg omdat ik dat vergeet. Ik kan u verzekeren dat hij de afgelopen week zeven keer per dag gecontroleerd werd op inhoud. Want wie weet had de pakketbezorger wel een briefje achtergelaten. Bijna had ik er zelf een brief in gedaan: ‘Lieve C, je moeder wordt gek van je’.

Weer een dag later kreeg ik mail van de winkel waar ik de sneakers besteld had. ‘In antwoord op uw vraag……’. Ik fronste mijn wenkbrauwen. Mijn vraag? Ik had helemaal geen vraag gesteld. Er begon mij wat te dagen. Thuis voelde ik middelste aan de tand, uiteraard nadat ik had bevestigd dat de post besteller géén pakketje had gebracht die dag. Het jong had dus op mijn account een mail gestuurd naar de winkel om te vragen wanneer hij zijn cadeau kon verwachten. Weliswaar was het een beleefde (doch enigszins dwingende) mail, maar ik heb hem toch even verteld dat ik niet gediend was van mailtjes vanaf mijn account waar ik niets vanaf weet. Schuldbewust maakte hij zijn excuus. Het goede nieuws was, dat we nu wel wisten wanneer het pakketje zou worden geleverd. Donderdagmiddag. Was dat even mooi voor zaterdag, zijn verjaardag!

Er werden foto’s gemaakt van de sneakers en deze werden gretig via whatsapp, Twitter en Facebook met de vriendenclub gedeeld. Goddank vonden alle jongens ze cool, vet en gaaf. Stel je voor dat er iemand is die ze suf had gevonden. Ik moet er niet aan denken.

Gisteren was de grote dag. Het hele huis was vol met vrienden en familie. Vanochtend kwam de dertienjarige tussen ons in liggen: ‘Het was de gaafste verjaardag ever!’.
Ik heb een gebakje voor de postman bewaard.











Reacties (10)

Regelmatig zie ik mijn twee oudste zonen hun wenkbrauwen fronsen als ze in de keukenlade weer een onbestemd zakje zien liggen. Zaadjes en besjes; ik gooi ze ’s morgens door mijn soya yoghurt. We eten steeds vaker vis en biologische meuk. Dat is vanwege de pakketten van HelloFresh zo gekomen en ik heb het in mijn wekelijkse eetpatroon overgenomen. Mijn jongste, zoals altijd geïnteresseerd in recepten, koken en eten, is hier het meest enthousiast over. Oudste juicht dat hij doordeweeks zijn eigen studentenhap kan eten.

Vorige week leende ik het boek ‘De voedselzandloper’ van een vriendin. Interessant en informatief vond ik. De zonen keken een tikje argwanend naar me.
Een dag later opperde ik dat ik erover dacht om de opleiding voedingsconsulent te gaan doen. Het is te overzien; slechts een jaar studie.

Middelste vond het tijd worden zijn vader eens aan de tand te voelen. Pap, denk je dat we noooooit meer frietjes, koekjes of wat lekkers krijgen? Want mam vindt dan natuurlijk alles ongezond wat wij lekker vinden. Mijn patatliefhebber had grote zorgen! Hij keek er doodongelukkig bij.
Stel je voor dat je iedere dag uit school een beker groene thee met een wortel krijgt! Of een groene smoothie met een stengel bleekselderij! Nee, middelste zag het allemaal maar somber in. Hij is sowieso al heel zielig dat zijn moeder nooit snoep koopt.






Reacties (15)

Vanochtend gebeurde het weer; ik keek vol verwachting naar het witte busje dat voor mijn huis stopte. Niet pontificaal voor het raam, maar een beetje verborgen achter het gordijn, gluurde ik. Ik zag de chauffeur met een sprongetje achter het stuur weg springen en de twee grote deuren van zijn bestelbus openen. Met een grote doos, zwart met goud, zag ik hem mijn oprit oplopen. Mijn hart begon sneller te slaan. Niet omdat het een knappe man was.
Ik moest me beheersen om niet keihard naar de voordeur te rennen.
Ik hoorde echter helemaal niks. Even later zag ik hem met lege handen weer naar zijn auto lopen en de portieren dichtslaan.
Snel gluurde ik in de gang. Deed mijn deurbel het soms niet? Nog net zag ik dat de buurvrouw haar voordeur dichttrok, de grote doos balancerend op haar arm.
Een gevoel van teleurstelling bekroop me.
Ik ben zo dol op kerstpakketten! Heerlijk; zo’n doos vol met lekkernijen.
Vorig jaar kregen we er twee, ik was de koning te rijk.

Dit jaar kreeg ik een klein, maar leuk kerstpakketje van mijn werkgever. Een busje met losse thee, wat bonbons, een geval wat je in een beker melk moet stoppen en waar dan chocomelk van komt én een cadeaubon van de winkel waar het allemaal was gekocht.
Zelf regelde ik voor alle 28 mensen van het overblijfteam van de school waar ik werk, een soortgelijk pakketje. Iedereen was blij verrast.

Vandaag stuurde mijn lief me een mail door. Zijn werkgever stuurde zoals elk jaar een code door, waarmee je een cadeau van een site kunt uitzoeken.
Ik hoop elke keer dat er op die site een doos staat afgebeeld met als titel ‘verrassingspakket’. Helaas. De verrassing dit jaar was, dat de link niet werkte.

Ik ga even onder de kerstboom liggen huilen hoor.












Reacties (7)

Van de week viel mijn oog op een artikel dat op Facebook werd gedeeld over de keuzes van mensen die arm zijn. Arm in de zin van niet veel geld hebben. Ik ga het artikel niet herhalen, maar verwijs u graag naar de site van decorrespondent.nl.

Er wordt gesteld dat schaarste bezit neemt van je geest en dat mensen dus anders gaan handelen dan dat zij normaal gesproken zouden doen, door het gevoel van gebrek. Interessant om te lezen hoe ‘invloedrijke denkers’ hierover denken.

Toevallig (?) was er in het RTL nieuws diezelfde avond een item over het handelen van arme mensen.
Als iemand bij de voedselbank komt vanwege redenen die ik hier niet hoef te noemen, maar wel voor vijftien euro per week de lucht in paft, zou je dan zo iemand het roken moeten verbieden? Of juist het voedselpakket moeten weigeren?

Een man die in de schuldsanering zit, was aan het woord: hij vertelde dat hij als enige pleziertje het roken nog had. Het geld wat binnenkwam, ging rechtstreeks naar de schuldeisers, hij kreeg een klein weekbedrag om van te leven. Daarvan kocht hij zijn shagje. Als hij niet zou roken, zou dat voor de schuldeisers niet uitmaken, immers zij worden reeds betaald.

Hij moest keuzes maken: geen cadeau voor een jarige vriend, maar wel zijn rokertje. Lange tijd heb ik ook heel resoluut geroepen ‘dat het belachelijk was dat mensen met weinig geld wel roken’. Het stuitte mij tegen de borst dat mensen dat doen.
Dit is denk ik ook omdat ik een enorme antiroker ben. Ik vind het goor, ongezond en eerlijk gezegd ook dom. *Bergt zich nu voor alle rokers die dit lezen*.
Stel dat iemand de keuze had gemaakt om van het weinige geld lid te worden van een tennisclubje, dan had je mij niet gehoord. Want dat is zeg maar meer mijn ding.

Toch ben ik wel wat van mening veranderd. Niet alleen door dit artikel, ook door wat ik heb gezien van dichtbij. Weinig geld en een uitzichtloos bestaan levert enorm veel stress op. Roken mag dan niet de beste keuze zijn, als het je nog een beetje sjeu geeft aan je leven is dat toch wat waard, aldus die man in zijn vettige keukentje.

Ik werd er wel triest van, zittend op de bank met mijn cappuccino in de hand.

 

 

 










Reacties (5)
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl