doorgaatervoor.punt.nl
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen in deze categorie!
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!
Laatste reacties

  

 


zonder datum 1994

Ik heb een aanval van ‘ik mis je!’. Dat heb ik wel vaker, maar nu heb ik er écht een ticket voor over. Ik moet nog 6 maanden wachten voor dat ik je weer zie. De namen van bedrijven hier zijn echt hilarisch; het uitdeukbedrijf heet: Strak & Stralend. Het café waar ik regelmatig te vinden ben heet: Tap Maar In.

27 december 1994
We zijn naar St. Maarten geweest en nog een dagje naar Saba. Op Saba had ik het gevoel in een sprookjesboek te wandelen; het is allemaal zo schattig en klein. De landingsbaan ook, dat is minder schattig. Er is bijna een jaar voorbij en ik ben niet zwanger geworden. Geeft niet, komt vast.

24 januari 1995
Ik zit net je brief te lezen met dat verhaal dat je die tuinfakkel in huis had aangestoken en je nieuwe flat bijna in de hens ging! Wij lagen in een deuk. Sukkel dat je bent.
Gisteren ben ik geopereerd door de kaakchirurg. De verstandskies brak bij het eruit halen af en ik moest extra verdoving. Er stond vanochtend een grote doos bonbons op mijn bureau. Ik dacht: ‘Wat een etters, ze weten dat ik niet kan kauwen’. Maar het waren ‘smelt-op-je-tong’ bonbons. Lief hè?
M had gesprek over onze mogelijke verlenging. Het zal worden besproken in Amsterdam.
Er is een nieuwe bar geopend op het strand: Mambo Beach. Kom toch hier wonen, schat

27 maart 1995
Ben je al van de schrik bekomen? Ik niet! Het is zó maf: ik zag op de test dat ik zwanger ben, maar ik geloof het gewoon niet. Gisteren bij dr. Henk van de Huls geweest; alles was prima en de echo liet een vruchtzakje zien met stip. Die stip schijnt belangrijk te zijn.

12 april 1995
Ik heb een verrassing voor je: ik kom op je verjaardag! Ik ben alleen maar beroerd, kots de hele dag. Zelfs water komt eruit.
Bedankt voor het namenboekje wat je stuurde, heel erg leuk.

2 mei 1995
Ik ben nog steeds heel erg misselijk, val kilo’s af en dat is niet fijn. Wat gaaf dat jij zo verliefd bent. Ik lig al weken plat op bed. Zwanger zijn is drie keer niks.

2 augustus 1995
Het is zo stil zonder jou hier, het was fantastisch dat je er was. Hoe was je vlucht en thuiskomst? Ik mis je.

20 september 1995
Gaat goed! Ik weeg nu 62 kilo! Ben naar de kliniek geweest om me in te schrijven voor de bevalling. Je moet dan een garantiebrief van de verzekering meenemen. Alsof dat kind er anders niet uit komt zeg! Ik zit nu zonder stroom en zweet me te pletter.
Er is weer een aardige vriendin naar Nederland vertrokken. Ik heb er moeite mee, dat alle vriendschappen hier vluchtig zijn. F en K gaan terug naar Nederland, dat vind ik echt vreselijk. Op 4 oktober is hun afscheidsfeest. Ik moet er nog maar niet aan denken.

26 oktober 1995
Afscheid F en K was vreselijk. De vriendschap met hun is door de jaren heel dierbaar geworden. Gelukkig heb ik de baby om naar uit te kijken. Onze collega’s en vrienden hadden een babyshower georganiseerd dit weekend. Was heel leuk. Foto’s van het kamertje stuur ik je deze week. Ik mis je nu héél héél erg. Als ik de mening van anderen moet geloven, zie ik er goed uit.

8 november 1995
Ik wil dat de baby komt, ben het zat. Ik pas niet meer tussen de tafel en het bankje bij de Cactus Club. Dat is erg, toch?

Lees meer...   (15 reacties)
 
7 december 1993
Zondag maakte M een solovlucht en vloog weer richting landingsbaan, toen er op 300 voet (een kleine 100 meter) hoger, iemand in tegengestelde richting kwam aanvliegen (in een vliegtuig dan hè). Het was een student die voor het eerst (en voorlopig voor het laatst) solo ging. De toren probeerde hem te corrigeren, maar zonder resultaat. M is als de wiedeweerga naar Tera Korá gevlogen en is daar gaan cirkelen. Wat een konjo, die student! Was ik bijna een rijke weduwe geweest.
In de middag gevaren op Caracasbaai en voor anker op Barbara Beach. Het is fijn om vrienden met een boot te hebben. Alleen vindt M nu dat ik ook een string bikini moet kopen.

1 januari 1994
Gelukkig nieuw jaar, lieverd. Ik mis je. Ik moet je iets vertellen. Een geheim. Je bent de enige die ik het vertel: M en ik hebben besloten dat we ons willen voortplanten. Dus wie weet komt er ooit nog eens een zwangere Door!

17 februari 1994
M is dit jaar niet geïnterviewd door TeleCuraçao tijdens het Carnaval, ik denk dat de kijkcijfers van vorig jaar toch tegenvielen. Het was weer hopi ambiente!
Afgelopen weekend naar een Tambú feest geweest; dit is een feest waar protestliederen worden gezongen (stamt uit de slaventijd). We kregen er uitleg over en aten ‘krioyo’. Dat is typisch Curaçaos eten. Leguanensoep en sopi mondongo (ingewanden soep).

7 april 1994
Sorry, weinig geschreven afgelopen weken. Ben druk met opvangproject van de nieuwe expats uit NL. Ik ga met hen huizen kijken, spullen kopen etc. Er is vannacht ingebroken bij onze buren. Brr.
M gaat morgen voor het eerst naar Bonaire vliegen. Een navigatievlucht, met zijn instructeur Leito. Als hij het overleeft, mag hij volgende week alleen. Ik vind het doodeng. Duim je?
Ook nog een aanrijding gehad (ja, alweer). Een dronken choller liep er tegen op. Lampen en bumper kapot. Hopi konjo’s por aki!
Die vriend van de Luchtmacht neemt een fax voor ons mee uit St. Maarten, lekker goedkoop dus. Kunnen we nog beter communiceren! Oh ja, M was nog op Flamingo TV (Bonaire). Haha, niet met zijn hoofd hoor, maar met naam. Ging over ATF Bestuur.

16 juni 1994 San José, Costa Rica
We hadden een tussenlanding in Panama. Het is hier heel mooi groen met veel bergen. Wel koud voor onze begrippen: 22 graden. Dat is wel weer eens lekker. Gisteren naar Theatro Nacional en Museo Nacional geweest. In de avond naar een bergdorp; Tiquicia.
Ook de Poás Vulkaan bezocht, spannend: er zijn bijna dagelijks kleine aardschokken op het moment. Morgen de jungle in. Ik schrijf verder vanuit Guatemala. Als ik dan nog leef.

25 juni 1994 Guatemala City, Guatemala
De Santó Thomas kerk was heel apart.
De Indianen offeren daar rum. Het stonk er vreselijk naar drank. In de bergen worden ook dieren geofferd. De markt, aan de voet van de trappen van de kerk, was kleurrijk en geweldig om te beleven. De vrouwen in originele klederdracht hebben bijna allemaal een kind op hun rug in een geweven draagdoek. Ook nog een medicijnman gezien op de markt. We slapen in een klein hotelletje (Maya Inn), zonder sloten en zonder verwarming. Het is koud ’s nachts, maar je kunt bellen en dan komen ze de haard op je kamer voor je opstoken.
Al het personeel is traditioneel gekleed, erg mooi. Naar Antigua geweest, een oude stad met veel cultuur. Vandaag kwam er veel rook uit de vulkaan. Geen idee wat dat te betekenen heeft.
De jungletocht was gaaf; we zagen apen, krokodillen en grote schildpadden. Guatemala City is geen geweldige stad. Paleis van de regering bezocht, wat kerken en nog een museum.



Lees meer...   (14 reacties)


Van de week was ik met vriendin G bij vriendin J op de koffie. Bij het naar huis gaan riep ze: ‘Door, ik heb nog wat voor je, voor als je volgende week zielig op de bank zit en niks kunt zeggen. Maar ik wil het wel terug!’. Ze overhandigde me een grote map met daarin alle brieven die ik aan haar geschreven heb in de periode 13 september 1992 tot en met 29 april 1998. Het waren echt honderden brieven en kaarten. Net als mijn moeder heeft zij alles bewaard. Verder kreeg ik nog een boek dat ze in 2002 van me geleend had. Tja, dat krijg je als je je zolder gaat opruimen. Overigens bracht dat boek, (‘Veilig zwanger’) wel weer zoete herinneringen in mij naar boven. Evenals de enorme stapel brieven.
Ik had mij voorgenomen de map met brieven te bewaren voor komende dinsdag, na mijn bezoekje aan de kaakchirurg. Maar gisterenavond kon ik mij toch niet bedwingen en dacht: ‘Een paar briefjes kan ik wel lezen, het zijn er ten slotte zó veel!’. Ik nestelde mij in de stoel met een kop thee en begon te lezen. Ik gierde het uit en las met grote regelmaat hele passages voor aan lief. ‘Dat was ik alweer helemaal vergeten joh!’ klonk het telkens uit ons beider mond. Ons hele leven daar trok weer aan ons voorbij. Ik merkte ook dat ik intussen een stuk ouder ben, aan het taalgebruik en aan de dingen die ik schreef.
Wat is het toch onvergeeflijk dat ik mijn eigen brieven bij het inpakken van de container heb weggedaan. Zo zonde, want ook ik had een paar mappen vol met brieven van familie en vrienden. Een paar passages en losse opmerkingen:

21 september 1992
De vlucht is goed verlopen, we kregen van de stewardess om het kwartier een drankje, waarbij koffie met cognac of Baileys heel gewoon was. Het verdriet heb ik dus weggedronken. Wat was het afscheid op Schiphol erg hè? Einde van de week heb ik een gesprek met de vennoot hier; ik ga 3 dagen werken. Jippie, dan dus 4 dagen naar het strand.
Nog wat typical me: vanochtend viel ik flauw op het kantoor van M tijdens de kennismaking! Zal de spanning wel zijn geweest. Fijne eerste indruk maak ik weer.

16 oktober 1992
Ik heb hier een leven als God in Frankrijk. Waarschijnlijk krijgen we snel telefoon, dan kan ik je eindelijk bellen. Er zijn hier niet veel leuke kledingzaken, ik moet daar nog een praatgroep voor zoeken. Heb me ingeschreven voor een cursus Papiamento en ga callanetics doen.
Mens, wat mis ik je! Ze pakken hier trouwens je boodschappen in en brengen het naar je auto (wel fooi geven natuurlijk).

 

30 januari 1993
Ik heb een nieuwe collega uit Engeland. Wat een sukkel. Hij wist niet eens waar Curaçao lag en kwam met een winterjack het vliegtuig uit. Ik blijf lachen hier.

 

9 februari 1993
Hoe was jouw telefoonrekening? Die van mij bedroeg Naf 400,00!
Ik ga nu boodschappen doen in mijn Starlet zonder airco. Begrijp jij dat ik zo lang zonder rijbewijs kon? Nee, natuurlijk niet, dat wist ik al. Wat was ik een afhankelijke trut in Nederland!

 

1 maart 1993
Ik heb er een baantje bij: ik begin deze week op het Kinderoord Brakkeput als huiswerkbegeleidster. Had ik al verteld dat ik 10 maart naar Venezuela ga met 5 meiden?
En Telecuraçao is een snertzender.

12 januari 1994
Mijn auto zit in elkaar; ik zou gaan lunchen maar een troela vond het nodig voorrang te pakken. Ik trapte vol op de rem, maar door de regen wordt het wegdek hier spekglad en schoot ik door. We hebben nu dansles op Landhuis Brievengat. Eindelijk fatsoenlijk leren salsa en merengue te dansen!

 

15 maart 1994
Ik stond van de week in de supermarkt naast… dokter Jan van de Wouden van Medisch Centrum West! Het is echt waar en hij lachte heel lief naar mij. Hij was samen met zijn zwangere Caroline. Ik had foto’s moeten maken voor de Story! Was ik ook al vergeten bij Leontine Ruiters, Lex Harding en Willem Alexander. Dom!
In de tuin hebben we een kolibrie nestje. Het is zo groot als een vingerdop en er ligt één eitje in. Gisteren hadden we een leguaan in huis… minder.
 
Laat u even weten of u zo'n logje leuk vindt? Dan maak ik een vervolg tot en met 1998.
 
Lees meer...   (28 reacties)
Vanochtend opende ik de gordijnen en zag dat er vannacht een dik pak sneeuw is gevallen. Met de zon erop geeft het een mooi winters plaatje.
Ik maakte een ontbijtje en checkte even mijn mail. Daarin vond ik heel andere plaatjes, gestuurd door een lieve vriendin uit Curaçao. Ze weet dat ik er blij van word.
Helaas krijg ik het hier niet ingeplakt (het is een powerpoint bestand), maar hier zijn wat foto's.
 Landhuis Groot Davelaar

Ik zie de landhuizen, de voor mij zo bekende plekjes waar ik gelopen heb, de Juliana brug waar ik honderden keren overheen gereden heb, het kleine eilandje Klein Curaçao, waar ik ettelijke keren verbrand ben, omdat de zon er ongenadig schijnt en er bijna geen beschutting is. Vaak reed ik met gasten uit Nederland de landhuizen route en deed daarbij ook Groot Davelaar en Ronde Klip aan.

 De Julianabrug, met rechts het zeilschip de Insulinde

De Insulinde, het schip waarop wij met een groepje vrienden een paar dagen gezeild hebben naar de Aves Eilanden, Los Roques en ook weleens naar Klein Curaçao voor een zondagse trip.
De Aves eilanden (Islas de Aves, ook wel Vogeleilanden genoemd) zijn atollen die niet veel meer herbergen dan een handvol palmbomen, witte stranden, vogels en tien douaniers. Ze behoren tot Venezuela. Vlak voor de eilanden liggen schitterende snorkel- en duikplekken. Ik duik zelf niet, maar de anderen van de groep maakten gretig gebruik van deze unieke gelegenheid. Op dit soort plekken maakt het trouwens niet heel veel uit of je gaat snorkelen of duiken; het water is zo helder dat je enorm veel prachtig koraal en gekleurde vissen ziet.

 Los Roques vanuit de lucht

Vandaar uit voeren we naar de Los Roques archipel; een gebied dat is uitgeroepen tot Nationaal Park. Je vindt er prachtige koraalriffen en mangroves. Het ligt ongeveer 160 km boven Caracas en het bestaat uit circa 50 eilandjes. Wat we gehoopt hadden, gebeurt: langs de zijkant van het schip zwemmen dolfijnen mee. Ik kan mij niet herinneren dat ik mij vrijer voelde dan hier op deze boot. Of het moet in de jungle van Costa Rica zijn geweest. Je bent even één met de natuur. Een echte Robinson Crusoë, zo voelde ik mij.
De zonsopgang kleurt de lucht oranje en samen met het azuurblauwe water en de werkelijke spierwitte stranden is het net of je in een schilderij staat. De pelikanen vliegen af en aan.

 Strand op Los Roques

Gran Roque is bewoond, jaren geleden hebben zich hier wat vissers gevestigd. Er wonen iets van 1200 mensen, van wie de meesten dezelfde achternaam hebben.

Lieve Ilona, bedankt dat je meer weer even het verleden hebt laten beleven op deze winterse ochtend!

 

Lees meer...   (24 reacties)
 

Van de week kwam lief laat thuis. De volgende ochtend stond ik in de badkamer, toen hij alweer op punt van vertrekken stond. Met een kus en een ‘tot vanavond!’ liep hij de trap af. Om even later diezelfde trap weer op te rennen.
‘Ik vergeet iets, ‘k moet je nog wat laten zien’ zei hij met een lachje. Hij pakte zijn blackberry en liet me een berichtje lezen. Ik verschoot van kleur. ‘Echt?!’ zei ik. ‘Wanneer heb je dat ontvangen?’. ‘Gisterenavond, maar ik wilde niet dat je er slecht van zou slapen’.
Hij weet als geen ander hoe ik hierop reageer.
‘Denk er maar eens over’ zei hij en gaf me nog een kus. ‘We hebben het er nog wel over’.
Ik bleef verbijsterd met de föhn in mijn handen staan.
De hele dag heb ik aan niets anders gedacht. Ik belde op mijn werk iemand op om te vragen waar ze bleef. ‘Het is toch dinsdag en ik werk op donderdag’ zei ze verbaasd. Ik verontschuldigde me gauw en hing op. Ik vertelde haar niet de reden van het feit dat ik er met mijn gedachten niet bij was.
Toen ik terugfietste van mijn werk naar huis, werd ik bijna onder gereden door een bus. Ik had het waarschuwingssysteem helemaal niet gehoord. Geschrokken fietste ik verder.
Vanavond vroeg lief of ik erover had nagedacht. Op zijn werk werd gevraagd of hij al een beslissing had genomen. ‘Dit is een gezinsbeslissing, dus jaag me niet op’ had lief gezegd.
Er zijn tien twee dingen die me zorgen baren, ik ga er hier niet uitgebreid op in. Maar oh, wat lonkt het:
Een baan op Curaçao, een contract voor 3-5 jaar. Bij een bedrijf dat we goed kennen.


Lees meer...   (48 reacties)


Donderdagavond woonde ik de boekpresentatie bij. Vrijdagmiddag had ik mij voorgenomen de tuin van alle herfstbladeren te ontdoen, zodat het er weer pico bello bij zou liggen voor het weekend. Het boek lonkte echter. Ik besloot de tuin te laten voor wat hij was en nestelde mij in de erker in het zonnetje met een kop thee en begon in het boek. Ik heb besloten om mijn mening aan Edith zelf, in briefvorm, te geven. Omdat ik haar heb ontmoet in de bibliotheek, wil ik het haar persoonlijk vertellen. Ze leest mee hier, weet ik sinds gisteren.
 
Beste Edith,
 
Allereerst gefeliciteerd met de publicatie van je boek! Het lijkt mij heel spannend om zoiets mee te maken. Ik was, net als jij, nog nooit op een boekpresentatie geweest. Waarom dan wel op die van jou? Ik weet het niet. Een paar weken geleden was ik op zoek naar wat boeken voor mijn vakantie, toen heb ik met jouw boek in de handen gestaan en het weer teruggelegd. Diezelfde middag zag ik op de website van de bibliotheek dat jij daar je boek zou lanceren. Het leek mij leuk om daar bij te zijn! Ik nam mij voor om die avond het boek te kopen en als het mogelijk zou zijn, het door jou te laten signeren. Dat is gelukt!
 
Over Expat in Dubai. Het boek leest als een tierelier. Dat verklaart ook waarom ik het vrijdagavond al uit had. Ik denk dat ik het met een andere insteek heb gelezen dan mensen die zelf geen expat zijn geweest. Onbewust maak je toch telkens de vergelijking naar je eigen ervaringen.
Er is een wezenlijk verschil tussen jullie emigratie en die van ons. Wij werden door een grote, internationale organisatie uitgezonden die vrijwel alles voor ons regelde. Veilig en gemakkelijk. Jullie hebben veelal alles zelf moeten regelen.
 
Een groot verschil is ook, dat jij twee dochters in de basisschoolleeftijd had op het moment dat de beslissing viel. Wij waren nog met ons tweeën en hadden dus enkel onszelf om rekening mee te houden. Uiteindelijk neem je niet alleen de beslissing om je eigen leven een heel andere wending te geven, maar ook dat van je kinderen. Jullie zijn gevraagd om te gaan, wij hebben het zelf bedacht. Er was dus geen enkele druk van buitenaf bij ons.
 
Ik vond het leuk om te lezen hoe alles van begin af aan is verlopen bij jullie. De eerste tijd met al het geregel, het aanpassen aan een ander ritme en vooral het verschil in klimaat. Hoe de meisjes het op school deden, hoe de dagen eruit zagen. Heel herkenbaar vond ik dat de buitenwereld (lees: de familie en vrienden in Nederland) een bepaald beeld hebben van zo’n emigratie. Er wordt lacherig gezegd dat je vier jaar (dat was in eerste instantie de bedoeling bij ons) vakantie gaat vieren, dat je lui onder een palmboom gaat liggen en dat je straks, als je terugkomt in Nederland, vast niet meer vooruit te branden bent.
Niets is minder waar. Mijn lief heeft keihard gewerkt op Curaçao. Hij heeft weekenden doorgewerkt en lange dagen gemaakt. Ook ik mopperde weleens, net als jij, dat je er alleen voor stond.
 
Een groot verschil is dat jullie in een compound hebben gewoond en wij te midden van de lokale bevolking. Ik realiseer me dat het in Dubai anders is dan op de Antillen. Ook op Curaçao zijn veel beveiligde villaparken, waar je slechts met een pasje door de poort kunt. Ik heb dat nooit gewild. Wij woonden in een huis dat grensde aan de knoek, met bijna alleen maar lokale buren.
 
Ik bewonder je inspanningen om er wat van te maken, om je aan te sluiten bij andere mensen om op die manier een leven voor jezelf te creëren. Dat is denk ik heel belangrijk. Wanneer je in je mooie huis gaat zitten wachten tot manlief en de kinderen weer thuis komen, dan is de kans erg groot dat je in een depressie raakt door eenzaamheid. Ook ik had een part time baan en deed daarnaast vrijwilligerswerk. Vooral dat laatste bracht mij dichtbij de lokale bevolking en ik heb er heel veel van geleerd.
 
Bijzonder om te lezen is dat je met erg veel verschillende culturen en nationaliteiten in aanraking bent gekomen. Ook Curaçao is een smeltkroes op dat gebied.
Wat mij opviel is dat je in zekere zin een typisch expat leven hebt geleid; in de zin van veel feestjes, borrels en georganiseerde uitstapjes. Even eerlijk: in eerste instantie voelde ik weerzin bij het horen dat jullie lid werden van een beachclub. Ik stelde mij voor dat jullie bleven ronddraaien in het expat ‘kliekje’, iets wat ik mensen op Curaçao ook zag doen. Later begreep ik dat je in de Emiraten niet gewoon op het strand kunt liggen, zoals wij Europeanen het gewend zijn. Dan begrijp ik zo’n keuze wat beter.
De voertaal is Engels in Dubai, je hebt (dus) geen Arabisch geleerd. Op Curaçao kun je goed met Nederlands uit de voeten, toch heb ik meerdere cursussen Papiamento gevolgd en ook een cursus Curaçaose cultuur. Ik vraag mij af of er een echte authentieke cultuur is in Dubai?
 
Ook wij hadden een dienstmeisje en zo kreeg ik er ongevraagd de rol als ‘mevrouw’ bij. Ik heb mij daar al die jaren zeer ongemakkelijk onder gevoeld. Ik was dan ook blij dat Swinda, onze hulp, niet bij ons in huis woonde, zoals bij jou het geval was.
 
Ik vind je een geweldige moeder. Hoe je ervoor gevochten hebt dat je meisjes zich thuis zouden voelen in dat verre land, hoe je hun urenlang hielp met hun vele huiswerk, hoe je je ingespannen hebt om een manege te vinden voor de hobby van je dochter. Dat je daarbij jezelf af en toe moest wegcijferen, nam je voor lief. Dat vind ik mooi om te lezen.
 
Kortom, ik vond het interessant om te lezen hoe het leven jullie daar vergaan is. Ik had het gevoel alsof je tegenover mij zat en mij al je ervaringen vertelde. Dat brengt mij meteen op de kritische noten die ik nog heb; in het begin vond ik het een beetje een opsomming en niet zozeer een verhaal. ‘We moesten… en we moesten….’ deze woorden kwamen veel voor.
Verder wordt de tegenwoordige tijd en de verleden tijd af en toe in één zin gebruikt. Dat leest niet prettig. Het verhaal is naar mijn bescheiden mening niet goed genoeg gecorrigeerd. Er staan een aantal taalfouten in en zinnen die niet goed lopen.
Ik miste informatie over de bevolking en de cultuur zelf. Heb je contact gehad met Arabieren? Of was door hun houding ten opzichte van de buitenlanders niet gemakkelijk mogelijk?

Edith, bedankt voor je openhartigheid in je boek. Het is bijzonder om je eigen verhaal te publiceren, zelfs met foto’s van je gezin erbij. Ik heb er van genoten. En zoals jij zelf ook aan het einde van je boek zegt, hier is het leven ook goed, maar toch…. het blijft kriebelen. Ik denk dat het iets is van expats; je hebt geproefd aan een ander land en dat smaakt naar meer!
 
Hartelijke groet en wie weet tot ziens,
Door
 
 Handelskade, Curaçao
Lees meer...
Ik weet niet wat het is, maar lief en ik hebben het allebei al een paar dagen; heimwee.
Een hevig verlangen naar wat is geweest. Naar wat we hebben meegemaakt. Naar het eiland dat in ons hart zit. Heimwee naar Curaçao.
Vandaag had lief een personeelsfeestje in het Haagse. Daar ontmoette hij twee oud-collega’s uit Curaçao. Ze zaten op het Noordzee strand en rilden van de kou. Deze twee mannen waren voor een paar dagen in Nederland. ‘Bel me meteen, als je op het eiland bent, swa’ sprak de één. ‘Dan gaan we lunchen, swa’. ‘Hoe is het met D? Wil ze niet meer terug”?’vroeg de ander. Hij wist nog precies wie ik was en wat ik had gedaan binnen de organisatie, vertelde lief door de telefoon terwijl hij terugreed naar Twente.
Ik lachte en vroeg hem van alles over de twee mannen. Wat ze deden, hoe het met hun vrouwen ging, wat ze vertelden over het eiland, of er nog nieuwtjes waren.
 
Een Haagse collega vertelde lief dat hij een kaveltje gekocht had op Curaçao en van de pensionado regeling gebruik gaat maken. De bofkont heeft al een huis op het eiland, maar dat is blijkbaar niet groot genoeg. Vorige week werd wéér een andere collega van mijn lief gevraagd voor een opdracht op het eiland. Een drie jarige opdracht! Ik vroeg meteen waarom lief daar zelf niet voor gevraagd was. Dat zou toch logisch zijn? Iemand die niet hoeft in te burgeren?! Maar ik had weer eens te simpel gedacht. Het ging om specifieke kennis.
 
Zo kwam het dus, dat wij deze week al diverse keren over dushi Korsou spraken.
‘Ik krijg weer helemaal de kriebels’ sprak lief nadenkend. Ik kon niet anders dan instemmend knikken. ‘Ik ook…’ zei ik. ‘Kunnen we…. Zullen we… Nee, niet nu hè, dat hadden we afgesproken..ja’. Ik zuchtte nog maar eens diep. 'Ik weet wat je wilt zeggen..' zei lief. Even waren we stil.
 
Zou ik mijn oudste zijn opgebouwde vrijheid ontnemen, zou ik ze hun vrienden ontnemen, zou ik mijn moeder haar kleinzonen ontnemen, zou ik…. Ik vraag me van alles af.
Eén ding weet ik zeker; ik zou me meteen weer thuis voelen. Dat had ik, de laatste keer dat ik er was, onmiddellijk; het gevoel van thuiskomen. ‘Het lijkt wel of jullie hier een tweede leven hebben’ verwoordde oudste het zo mooi. En zo waar is het.
Ben ik dan niet gelukkig hier? vraagt u zich wellicht af. Natuurlijk, het leven is goed.
Maar het leven daar was zó fijn! Het is moeilijk om uit te leggen, het is een gevoel.
Wij houden zo enorm van het licht daar, van bepaalde plekken, van de manier waarop wij ons leven leidden daar. Van de zon, de temperatuur en de eenvoud.
 
Het is heel fijn en goed dat wij onze passie voor het eiland delen. Hoewel we indertijd met goede redenen zijn vertrokken, is het nooit uit onze gedachten geweest om terug te gaan.
In mei 2007 waren we voor twee weken terug. Al bij de eerste blik vanuit het raampje van de KLM kist, begon mijn hart sneller te slaan.
Ik wist precies wanneer de piloot de draai zou inzetten en wat ik als eerste zou zien wanneer we zouden gaan landen.
Toen ik uit het luchthavengebouw op Hato Airport stapte, voelde ik de warme wind in mijn gezicht. Ik haalde diep adem en genoot. Ik was intens gelukkig. Ik werd er helemaal emotioneel van.
 
En nu, nu ik deze week zo’n vreselijke heimwee heb, ben ik weer emotioneel. Ik wil terug. Desnoods voor vakantie, maar wel snel een beetje! Ik praat er met niemand over, want ik geloof niet dat er iemand is die het begrijpt, althans niet in mijn directe omgeving.
Daarom vertrouw ik mijn gevoelens maar toe aan mijn log. Ondertussen veeg ik een traan van mijn wang...
 
 
 
Lees meer...   (30 reacties)

Vandaag een stukje uit de archieven van Door. Omdat Curaçao, het eiland waar een deel van mijn hart ligt, weer in het nieuws is. Eigenlijk gaat het om Saba, maar Curaçao wordt veelvuldig genoemd. Ik ga niet in op het nieuws dat Saba vervroegd uit de Antillen wil stappen, daarvoor lezen jullie de nieuwssites maar. Dit stukje heb ik ooit geschreven voor een weblog over Curaçao.

 

 

 


 
De Dag van de Vlag (2 juli), in goed Papiaments “Dia di Himno y Bandera” . Niet alleen van de vlag dus, maar ook van het volkslied.
De Curaçaoenaar is trots op zijn eiland. Het is mooi als je kunt zeggen dat je “yu Korsou” bent. Het lijkt wel of mensen je anders bekijken, je hoort er wat meer bij, ook al ben je makamba.
 
Wij vertellen dan ook altijd met trots dat onze oudste zoon geboren is op Curaçao.
Ook al heeft hij er maar een klein stukje van zijn kinderjaren doorgebracht, toch blijft het een bijzonder gegeven. Staat ook altijd leuk op diploma’s en in je paspoort.
 
Zijn broertjes zijn stiekem een beetje jaloers, het is immers totaal niet speciaal als je in Hengelo het eerste levenslicht hebt gezien? Zeg nou zelf…
 
 
Even terugkomend op de vlag van Curaçao. Iedereen weet wel dat de kleuren wit, blauw en geel zijn. Maar ken je de gedachten achter dit, in de altijd aanwezige passaat, wapperende stukje stof? Vaak hoor je, als je ernaar vraagt, “blauw is de zee, geel de zon en de sterren zijn Curaçao en Klein Curaçao”.
 
Inderdaad symboliseert de onderste blauwe baan de zee die het eiland omringt.
De bovenste blauwe baan staat voor de blauwe lucht. De gele baan tussen de blauwe banen is de zon, maar de gele kleur staat ook voor de opgeruimdheid van de bevolking. Blauw staat voor de trouw.
 
De grote ster is voor het eiland Curaçao en de kleine voor (hoe kan het ook anders) Klein Curaçao. De punten van de sterren (5) verwijzen naar de continenten waarvan de bevolkingsgroepen afkomstig zijn. Sterren staan ook voor vertrouwen, hoop en verwachting. Waarbij wit symbool staat voor vrede en gelijkheid waarnaar gestreefd wordt.
 
 
Ik vind dat mooi, zo’n hele gedachte achter een vlag. Ik heb eens gekeken hoe wij eigenlijk aan onze nationale driekleur komen maar dat is nog niet eens zo simpel. Er gaan allerlei verhalen, zo zou het in de 16e eeuw een oranje-wit-blauwe geweest zijn…
 
 
Hoe dan ook, blijf lekker vlaggen op Curaçao, want het is een prachtige vlag!

 

Lees meer...   (4 reacties)
 
Daar hadden we het ineens over tijdens het eten, zaterdagavond. Over hoe we elkaar hebben leren kennen. Het was aan de andere kant van de aardbol. Onder de tropische zon. Op het eiland Curaçao. Vriendin K woonde er het eerst. Voor een soort lange wittebroodsperiode vertrokken ze na hun huwelijk naar het eiland voor vijf jaar. Uitgezonden door dezelfde werkgever als die van mij, lief en van de man van vriendin B.

We waren niet de enigen. Iedere paar maanden kwam er wel een nieuwe collega uit het vliegtuig om voor een paar jaar de expat uit te hangen.
Wat geheel niet slecht is hoor, expat zijn. Je woont doorgaans in een heerlijk groot huis, hebt een huishoudster, tuinman en in een enkel geval zelfs een nanny tot je beschikking.

Wij, eenvoudige zielen, hadden alleen een mevrouw die ons huis schoonmaakte en één keer per maand een Portugees die de kokosnoten en de bananen uit de tuin haalde, het pad veegde en de bougainville snoeide. Of zoiets. Ik zou het niet meer precies weten eigenlijk, wat die man allemaal uitvoerde. Ik weet alleen nog dat hij mijn strijkijzer heeft gejat.

Ook wij arriveerden dus als wéér een stelletje expats op het eiland. Traditiegetrouw stond de expat kliek van het kantoor ons op te wachten op het vliegveld. Daarna werden we ‘ingedronken’. En werden we voorgesteld aan de ‘opvangers. Dat hield in dat er altijd iemand was om op terug te vallen. Met al je vragen, problemen of wat dan ook kon je bij je opvangers terecht. In ons geval lieten ze het een beetje afweten. Later hoorde ik dat ik zo zelfstandig overkwam. Dat ze dachten dat Door het wel zou redden. Zonder opvangers. Tsss…

 
Door zat echter eenzaam en alleen aan de rand van het zwembad, die eerste paar weken. Lief was hard aan het werk. Ik had (nog) geen auto tot mijn beschikking en zat moederziel alleen in een gloednieuw vakantieparkje, waar verder nog geen andere mensen te gast waren. Er was geen telefoon en al helemaal geen internet. Het was heel erg 1992, zeg maar. De eerste dagen spetterde ik nog vrolijk in het zwembad en toonde lief dagelijks de voortgang van mijn gebruinde vel. Maar het ging vervelen en ik verlangde naar werk. Helaas kon ik nog niet beginnen, want mijn werkvergunning was nog niet rond. Dat zou ruim zes jaar gaan duren, zo zou later blijken.
 
Aan het einde van de derde week voelde ik me hopeloos alleen en plengde wat tranen. Ik zette me aan tafel en schreef een brief naar huis. Op van dat lichtblauwe, dunne postpapier. Kent u het nog? Met zo’n rood-wit-blauw randje op de enveloppe.

Ineens werd er op de deur geklopt. Daar stond de vrouw van een collega. Ik herkende haar vaag van de borrel op de dag dat wij aankwamen. Ze kwam spontaan langs om te kijken hoe het met me ging. Ik kon haar wel zoenen. Het klikte en even later lagen we aan het zwembad en bleven maar praten. Ik was dolgelukkig met haar gezelschap.
De volgende dag haalde ze me op en liet me kennismaken met nog wat mensen. Ik bloeide helemaal op. Langzamerhand ontstond er vriendschap tussen ons.
Vriendin1 was mijn reddende engel, zou je kunnen stellen.
 
Na een tijdje arriveerde er weer een nieuw stel. Inmiddels behoorden wij tot de ‘oude garde’ en deden dus mee aan het opvangritueel. Ik zie nog, als de dag van gisteren, het stel met hun 9 maanden oude tweeling door de douane naar buiten komen. Twee schattige kleine meisjes met blonde haartjes keken ons aan. Precies hetzelfde gezichtje. Bijna direct sloot ik ze in mijn hart. De ouders bleken leuke mensen.
 
Je moet veel regelen in het begin en de moeder van de meisjes was er dan ook maar druk mee. Niet handig natuurlijk met twee van die handenbindertjes. Ik bood aan om een keertje op te passen. De meisjes droegen enkel een wit luiertje en kropen de hele tijd achter elkaar aan. Ik kreeg het er warm van en was dan ook blij dat hun moeder aan het einde van de ochtend weer terug kwam. Ik bleef nog even kletsen en wederom voelde ik een ‘klik’. We werden vriendinnen, zoals dat heet.

Uiteindelijk hebben we veel meegemaakt met elkaar. Eén voor één keerden we terug naar Nederland. Ik als laatste. De vriendschap tussen ons drieën (en onze mannen) bleef.
Waar we ook woonden. Echte vriendschap kent immers geen grenzen!

 

Lees meer...   (10 reacties)
 
 
Ik vertel graag over Curaçao. Hierbij een stukje over Nanzi.
 
Nanzi de Spin is een bekend figuur uit de Curaçaose folklore, dat elk kind op Curaçao kent. De spin haalt vaak sluwe streken uit om niet in problemen te komen, maar soms gaat het wel eens mis. Nanzi is duidelijk verwant aan Ananci, de West Afrikaanse bedrieglijke spin, maar ook aan andere figuren, zoals Brer Rabbit, die in de volksverhalen van Amerikanen van Afrikaanse afkomst voorkomt. Nanzi komt vaak in moeilijke situaties terecht en redt zich daar ook weer uit (zoals in dit verhaal). De Noord Europese volksverhalen (zoals van Tijl Uilenspiegel) vertonen er veel gelijkenis mee. Dit is een van de bekendste verhalen over Nanzi:
 

Op een zekere dag liep Nanzi te wandelen in de omgeving van het paleis van de koning.
Hij kreeg zin om naar binnen te gaan. Het was namiddag. Alle dienaren lagen in een diepe slaap. Zelfs de soldaat, die bij de deur de wacht moest houden, snurkte zo hard, dat zijn snor op en neer ging. Nanzi stapte meteen de zaal van de koning binnen en ging breeduit  zitten op de stoel van de koning.
  
Het was warm en het duurde niet lang of Nanzi  begon te knikkebollen. Toen de koning de zaal betrad, stond hij verstomd Nanzi in zijn stoel te zien zitten. 'Stop Nanzi in een zak, naai hem dicht en werp hem in zee', schreeuwde hij razend. De soldaten duwden Nanzi in de zak en naaiden de zak dicht. Nanzi brak het koude zweet uit.
Deze keer leek het er inderdaad op, dat hij niet zou ontsnappen. De soldaten liepen een lange weg in de brandende zon en kregen een vreselijke dorst. Daar kwamen zij langs een kroegje. Op dat ogenblik voelden zij, dat ze niet meer konden lopen. Ze zetten de zak op de grond voor het kroegje, om naar binnen te gaan en een stevig glas bier te drinken.
Nanzi bleef bevend achter in de zak. 'Is daar iemand?', schreeuwde hij zo hard als hij maar kon. Een schaapherder kwam naar de zak. 'Man, hierin kun je heel mooie dingen zien, het is vreemd, maar waar. Zo mooi, zo als je nooit gezien hebt en ook nooit zult zien,' zei Nanzi.
  
De domme herder geloofde Nanzi. 'Ach, laat mij ook eens zien,' smeekte hij. 'Wel, heel eventjes dan,' zei Nanzi. De schaapherder maakte zak open. Nanzi sprong eruit, duwde de herder in de zak en knoopte de zak heel stevig dicht. Hij pakte de hoed van de man en liep achter de schapen aan, alsof er niets gebeurd was. Even later kwamen de soldaten uit het kroegje en hesen de zak op. De arme herder schopte en schreeuwde alsmaar,'Laat mij er uit, laat mij er uit!', maar ze gooiden de zak gewoon in zee. Later die dag ging de koning een eindje wandelen en prijsde zich gelukkig dat hij eindelijk van Nanzi af was.
  
Stomverbaasd was hij toen hij Nanzi achter een kudde schapen zag lopen. 'Maar Nanzi, lig jij niet op de zeebodem?' vroeg hij vol verbazing. 'Daar was ik, Majesteit. Maar weet u, Koning, daar is heel veel te zien,' antwoordde Nanzi.'In de diepte van de zee zijn fantastische dingen te zien: diamanten, edelstenen, zakken vol goud.' 'Ik wil ook die fantastische dingen zien,' riep de koning en hij beval zijn soldaten hem in de zak te stoppen en hem in zee te werpen. Natuurlijk verdronk hij.
Nanzi bleef in het paleis en nu kan hij zo vaak als hij maar wil in de stoel van de koning zitten.

 

 

(vertaald en bewerkt uit Cuentanan di Nanzi door W.J.H. Baart)
  

 

Lees meer...   (3 reacties)
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl