doorgaatervoor.punt.nl
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen in deze categorie!
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!
Laatste reacties

  

 
Vanochtend stond de telefoon roodgloeiend op mijn werk. Vele kindertjes werden ziek gemeld. In sommige groepen waren wel 8 kinderen ziek. ‘Hopelijk zijn ze vrijdag allemaal weer op school, zodat ze het Sinterklaasfeest niet hoeven missen’ zei ik tegen mijn collega. Ik had het nog niet gezegd of de telefoon rinkelde alweer. Ik nam op met een pen in mijn hand en een kladblok onder handbereik, zodat ik meteen de naam van de leerling kon noteren.
‘Goedemorgen’ klonk een zware stem in mijn oor. ‘Goedemorgen meneer’ zei ik. Het was even stil. Ik probeerde de stem thuis te brengen, het was alsof ik hem eerder had gehoord. ‘Ik wil graag even langskomen, als dat schikt’ sprak de man. Hij klonk rustig en alsof hij nadacht bij ieder woord. Een prettige stem vond ik.
‘Mag ik vragen met wie ik spreek en wie u wilt spreken?’ vroeg ik. ‘Natuurlijk mag je dat, ik wil graag de directeur spreken. En ik ben Sinterklaas’. Natuurlijk! Het was Sinterklaas, ik herkende zijn stem nu ineens weer. Lachend sprak ik de man bij zijn eigen naam aan en zei dat hij welkom was.

Even later wandelde hij ons kantoortje binnen. In zijn handen wrijvend van de kou, keek hij me aan. ‘Ik had jou net aan de telefoon, is het niet?’ zei hij.
Ik antwoordde bevestigend en hij ging er even bij zitten. De man die al jaren achtereen Sinterklaas is bij ons op school, is tevens de man die de Avondwake van mijn vader leidde. Op het moment dat ik daar weer aan terugdacht, begon de man er zelf over. ‘Deze week is het twee jaar geleden hè?’ zei hij zacht. Ik knikte.
Ik herinner me die dag nog goed, ik had besloten die ochtend wel naar mijn werk te gaan, hij zat op de grote stoel als Sinterklaas de kinderen toe te spreken en we wisselden een blik. De avond ervoor had ik hem de teksten voor de dienst gemaild. Diezelfde avond zat ik met mijn moeder en mijn zussen op de eerste rij in de kerk. Gehuld in zwarte kleding, bibberend van de kou op die donkere 5 december. We spraken over mijn vader. Het was de voorbereiding voor de uitvaart de dag erna. Het was een Sinterklaasavond om nooit meer te vergeten.

Ik heb de laatste dagen veel nagedacht over die laatste week van mijn vader. Het was in heel veel opzichten een bijzondere week.
Sinterklaas en ik spraken nog even over die dagen en het deed mij goed dat hij zo belangstellend was.
‘Maar waar ik voor kom’ onderbrak hij mijn gedachten. Mijn collega en ik keken hem vragend aan. ‘Ik kom mijn ontslag indienen’. Zijn stem klonk serieus. Wat ontzettend jammer is het dat deze fijne, rustige man zijn tijd als Sinterklaas erop heeft zitten. Het is hem niet kwalijk te nemen, hij is 76 jaar en zoals hij zelf vanochtend zei: ‘Het is een zware job hoor! Op 6 december ben ik total loss!’.

Terwijl hij zijn kopje koffie dronk, mompelde hij: ‘Ik hoop wel dat de directie me een mooie afvloeiingsregeling biedt!’.


Lees meer...   (17 reacties)
Op Allerzielen (2 november), werd het ‘Vergeetboek’ van de hand van Douwe Draaisma gelanceerd.
Vergeten, zo stelt Draaisma (bijzonder hoogleraar in de geschiedenis van de psychologie aan de Rijksuniversiteit te Groningen)
, dient ergens toe, het is niet een mankement aan ons geheugen, het is er één van de belangrijkste vermogens van. Vergeten is door onze herinneringen gemengd, als gist door deeg. Mooi gezegd, vind ik.

Ik dacht na over het fenomeen ‘vergeten’. Mensen kunnen dat soms zo mooi tegen elkaar zeggen: ‘Ach joh, vergeten en vergeven’. Waarna er met een schone lei wordt verdergegaan. Maar is het wel écht zo, dat we kunnen vergeten? Ik vraag me dat dus serieus af. Je kunt een keer een verjaardag vergeten, of geen koffiemelk hebben gekocht. Misschien je Belastingaangifte niet op tijd ingediend of je mobiele nummer niet aan die ene persoon hebben doorgegeven.
Maar belangrijke zaken, heftige dingen, emotionele momenten, grootse toestanden, geweldige ervaringen of enorme ruzies; die vergéét je toch niet?

Er is een groot verschil tussen verdringen en vergeten. Daar weet ik zelf alles van. Er zijn zaken die ik het liefste wil vergeten, maar het lukt me niet. Dus verdring ik ze maar. Vraag me niet of het gemakkelijker is, ik weet immers het verschil niet.
Het lijkt me een interessant boek, dat Vergeetboek. Ik ga binnenkort eens kijken of ik het kan lenen in de bibliotheek. Ik schrijf dat soort titels achter in mijn agenda, opdat ik het niet kan vergeten.

Wie of wat mag volgens u niet vergeten worden?
 

 

Lees meer...   (14 reacties)


Het is alweer bijna het einde van het jaar. Ik hoor veel mensen hun plannen al bespreken over hoe en met wie zij de kerstdagen doorbrengen. DE KERSTDAGEN. Ik heb er helemaal niets mee, ik zie er eerlijk gezegd tegenop. Ik vind het gewoon niks. Hoe dat komt, dat weet ik denk ik wel, maar dat doet nu hier niet ter zake. Het liefst zou ik rond 6 december op het vliegtuig stappen en op een warm eiland blijven tot 24 januari. Liever langer, maar op 25 januari is onze middelste zoon jarig en het is zo sneu als er niemand op zijn verjaardag is.

Dan volgt daarna nog het overgewaardeerde Oud & Nieuw. Alweer zo’n gedoe waar ik niks mee heb. Oké, die oliebollen en een goed glas champagne sla ik niet af, maar verder mag het wat mij betreft komen te vervallen.

U denkt nu misschien dat ik de komende tijd als een stuk chagrijn mijn dagen doorbreng. Niets is minder waar. Ik word enorm blij van de sfeervolle etalages, de prachtige opgetuigde bomen, de glanzende stofjes van de feestcollecties. Stipt op 1 december hangen wij kleine lampjes in onze bomen in de voortuin. Als ik dan ’s avonds thuiskom, voel ik me warm worden. In december is ons huis een oase van gezellige lichtjes.

Ik houd ervan om mijn huis te decoreren, om overal in huis windlichtjes en kleine dingen op te hangen en neer te zetten die de decembersfeer in huis brengen.
Gisteren nog, kocht ik een van ijzerdraad gevlochten kerstboompje, twee vilten kerstballen en een hartje. Vorige week twee windlichten.

Ik zie er nu al naar uit om straks de kerstboom weer mooi op te tuigen. Ieder jaar probeer ik het op een andere manier te doen.
En zo wordt het vanzelf januari…..

Bent u een fan van december?


 

Lees meer...   (20 reacties)
Een liefhebber van eilanden, dat ben ik. Vraag me niet waarom. Misschien omdat de zee er altijd in de buurt is, misschien omdat eilanders andere mensen zijn dan bewoners van het vaste land. Ik bezocht de eilanden Vlieland, Schouwen-Duiveland, Tholen, Walcheren, Tenerife, Mallorca, Engeland, Kreta, Kos, Rhodos, Isla Margarita, Aruba, Bonaire, Curaçao, St. Thomas, Saba, St. Maarten, Barbados, Dominica, Martinique, Puerto Rico en tot slot de Los Roques archipel. De één nog mooier dan de ander. Sommigen nog ongerept, maar velen door het toerisme ontdekt. En nee, ik ben niet iemand met een landkaart vol punaises boven mijn bureauJ.

In de jaren zestig was er een man, Tom Neale, die zich vestigde op een onbewoond eiland in de Stille Zuidzee. Op driehonderd kilometer van de dichtstbijzijnde bewoonde wereld, leefde hij als een soort Robinson Crusoë. Hij schreef een verhaal over zijn belevenissen, dat uiteindelijk werd gepubliceerd in een boek: An island to oneself. Een geweldig boek, dat ik in één adem heb uitgelezen, enkele jaren geleden.

Van tijd tot tijd overvalt mij de drang om weg te willen uit Nederland. Om de boel de boel te laten hier en met man en zonen een wereldreis te maken. Lekker de Doortje Dessing uithangen. Van de week gingen mijn gedachten weer eens naar oorden ver van hier. Ineens moest ik aan het verhaal van Tom Neale denken. Waarschijnlijk zit hem de bekoring in het feit dat ik het zelf niet zal doen; helemaal alleen op een atol in de Stille Zuidzee zitten. Daarom kun je er zo heerlijk over fantaseren.

Het leuke aan Neale’s belevenissen is dat ze zo verschrikkelijk gewoon zijn. Netjes hangt hij na het afwassen zijn theedoek te drogen, hij bouwt met veel moeite een moestuin op en hij sluit elke dag af met notities in zijn dagboek. Hij gaat zelfs op een belendend eiland op vakantie. Hij legt een ontzagwekkende vindingrijkheid aan de dag; ik kreeg een enorme sympathie voor de man, terwijl ik verlekkerd zijn verhaal las.

Het is niet alleen maar geluk wat hem ten deel valt, op een bepaald moment wordt hij ziek. Als door een wonder wordt hij gered en keert voor een aantal jaren terug naar het vaste land. Maar het eiland Suwarrow zit hem dan al in het bloed en hij keert weer terug naar zijn atol. Ik ga deze week het boek opnieuw van de bibliotheek halen, deze zonderlinge figuur helpt mij de herfstige dagen door.
 

 

Lees meer...   (18 reacties)
‘Oh ja, da’s waar ook, mam: morgenavond is er een informatie avond op school voor alle ouders van de 4VWO leerlingen’. Net toen ik dacht: ‘So what?!’ realiseerde ik me dat ik zelf tot die doelgroep behoor. Na de discussie waarom zoon me dat niet wat eerder had kunnen vertellen, keek ik in mijn agenda. Het zou een uitdaging worden om op tijd op de bewuste ouderavond mijn entree te maken. Man verbleef die dag immers voor een cursus in het land en alle zonen hadden training.
Bijna gaf ik toe aan een innerlijk stemmetje dat zei: ‘joh, blijf toch lekker thuis’, maar ik wil toch weten wat zoon dit jaar te wachten staat. Zodat we adequaat kunnen reageren met argumenten als: ‘Maar je hebt volgende week schoolexamen en dat telt mee voor het eindexamen!’ wanneer er weer een discussie over de thuiskomtijd zat aan te komen.
En natuurlijk wilde ik ook kennismaken met zijn mentor, informatie over de nieuwe vakken vergaren, de maatschappelijke stage en van die dingen.

Toen ik door de grote deuren van de hoofdingang naar binnen liep, overviel mij een gevoel van déjà vu. Nu is dat niet zo gek, ik heb immers zelf op deze school gezeten. Terwijl ik in de aula plaatsnam, balancerend met een plastic bekertje met koffie waaraan ik zowat mijn handen brandde, dwaalden mijn gedachten af naar toen.
Ik was zestien en kwam van een heel wat kleinere school op dit lyceum. Het waren niet mijn twee gelukkigste schooljaren; vaak voelde ik me wat verloren in dit immense gebouw, wat voorheen als klooster dienst had gedaan. Ik herinner me de gebrandschilderde ramen in de aula, wat nu de hippe mediatheek is. Er waren zelfs nog twee lesgevende paters toen.

Ik concentreerde me weer op de spreker en probeerde alle informatie in mij op te slaan. Dat deed de man naast mij handiger; als een volleerd notulist stenografeerde hij alles op zijn kladblokje. Stiekem moest ik lachen toen we na afloop een hand out kregen van wat verteld was en de man dus alles voor niets had zitten stenograferen.

Toen was het tijd om je bij de mentor te vervoegen. Ik dwaalde door de gangen en zag dat die nog altijd hetzelfde waren, de tijd had hier stilgestaan. Een deur zwaaide open en ik keek in de vrolijke ogen van meester BJ. De mentor van mijn zoon. Mijn vroegere gymdocent. In mijn tijd de spetter onder de leraren. Een soort combi van een ski leraar en een surfboy. Ik was zestien en hij was zesentwintig. Ik was niet verliefd of zo hoor, dat u dat niet denkt. Hoewel, dat was ik wel, continu eigenlijk in die tijd, maar niet op hem. Hij was gewoon een heel leuke, jonge leraar. En daar waren er niet veel van. Behalve dan Luciën, van Frans. Hij leerde ons chansons te vertalen, terwijl hij de les luister bijzette door op zijn gitaar te tokkelen. Luciën uit de Elzas. Hij heeft zeker bijgedragen aan mijn liefde voor Frankrijk.

Meester BJ was geen spatje veranderd. Behalve dan dat hij nu een vijftiger is die eruit ziet als een dertiger. Het was leuk, even terug te zijn op mijn oude school. En bijna zou ik hopen dat ik af en toe even bij meester BJ op het matje word geroepen om over zoonlief te babbelen. Bijna. Want ik hoop natuurlijk dat mijn zoon dit jaar zijn overvolle programma goed gaat afsluiten.
 

 

Lees meer...   (16 reacties)
Het is weer bijna september. Buiten het feit dat ik dan weer (zonder schuldgevoel tegenover mijn principes) op laarzen kan lopen, is het ook de tijd voor nieuwe dingen.
Ik krijg de gids voor het nieuwe seizoen van het theater, er lag een overzicht van het nieuwe cursusseizoen van het wijkcentrum en ook bij mijn Zumbaclubje zijn de lessen weer van start gegaan. De inschrijfformulieren voor het winterseizoen voor tennisles zijn inmiddels ingevuld voor twee van mijn zonen en voor mij.
Lief heeft zich aangesloten bij het gevorderden loopclubje en traint ook de winter vrolijk door.
Volgende week zal ik wel een mail krijgen van clubgenoot M of ik weer wil deelnemen aan het wintertoernooi op de dinsdagavond. Natuurlijk geef ik mij dan meteen op, want dat is leuk.

Mijn probleem is een beetje dat ik alles leuk vind. Ik zou heel graag voortaan twee keer per week een uurtje bij de Zumba mijn billen shaken en mijn heupen losgooien, en niet alleen op maandagavond.

Een wens die ik al langere tijd heb, is dat ik me graag zou willen aansluiten bij een kookclubje. Met een groepje enthousiaste en fijne mensen lekkere, aparte dingen koken en ondertussen ook nog wat leren. Leuk lijkt mij dat!

Al twee jaar achtereen zie ik in de buurtkrant dat er een cursus Spaans wordt gegeven in het wijkcentrum. Dat ligt op een steenworp afstand van mijn huis en de cursus wordt bovendien gegeven op een middag dat ik niet werk. Lijkt mij dus heel leuk om te doen. Ik heb al eens enkele jaren Spaans ‘gedaan’ en vond het een superleuke taal.

Laatst vroeg iemand van het tennisbestuur me of ik in de jeugdcommissie wil. Ze zoeken een enthousiasteling die de kar moet trekken. Ik aarzelde en hij maakte daar onmiddellijk gebruik van door te zeggen hoe leuk dat wel niet zou zijn. Eerlijk gezegd; ik hou van organiseren en ik vind het ook belangrijk dat er voor de jeugd leuke dingen worden gedaan op de club. Ik heb nog geen antwoord gegeven.

Die taartworkshop die ik laatst deed, was zó superleuk, dat ik dat wel vaker wil doen.

Maar alles leuk en aardig: waar haal ik de tijd vandaan?
 
 
Lees meer...   (13 reacties)
Het is augustus, lieve mensen. En in augustus draag ik geen laarzen. Principekwestie. Ook geen zomerlaarzen. Want laarzen, dat hoort voor mij bij herfst, regen, kou, winter, sneeuw en ijs. Allemaal zaken waar ik liever verre van blijf. Als het dan toch moet, wanneer de dagen korter worden, het haardvuur om 16:00 uur ’s middags al knettert, de warme chocomelk op tafel staat te dampen en de dikke cadeauboeken van Bart Smit weer door de brievenbus worden gekieperd, dán is de tijd voor laarzen. Dan draag ik ze graag en veel.
U vraagt zich nu wellicht af waar ik naar toe wil met dit logje? Ach, het is ook verwarrend allemaal. Ook voor mij. Laat mij het uitleggen.

Gisteren was hier de zondvloed. Echt, ik overdrijf niet. Wij Tukkers hebben blijkbaar iets heel erg fouts gedaan. Want de hemel ging open en bakken, bakken en nog eens bakken water vielen naar beneden. Onafgebroken regende het van de vroege ochtend tot de late avond. Alsof wij gestraft moesten worden! De kinderen dachten daar heel anders over en vonden het geen straf om hun kano, bodyboard, surfplank of opblaasbootje uit de ondergelopen garage te halen. Wonen aan het water, het was altijd al een droom van mij.

Enfin, ik dwaal weer af. Het stond dus blank hier. En ik liep op mijn open zomerschoentjes met elegante hakjes op mijn werk. Op een bepaald moment moest ik naar de andere locatie lopen. Ik sprong over de plassen, maar kwam in een andere plas terecht. Binnen een halve minuut had ik kliedernatte voeten en sopte ik in mijn mooie muiltjes. En nu komt het: ik ging naar huis en deed sokken en leren laarzen aan. In augustus! Ik schrok er zelf van. Ik worstelde nog even met een stemmetje dat zachtjes zei: ‘Door, je bent gek geworden! Laarzen in augustus, dan kan écht niet! Dat moet je niet doen!’. Resoluut zei ik tegen het stemmetje: ‘Heb je wel gezien hoeveel water er ligt? Hoe koud mijn arme voetjes zijn?’. Het stemmetje zei niets. Ja, het mompelde iets over principes.

Ik droeg laarzen in augustus. Ik at vanavond boerenkool met spekjes in augustus. Zal het vanaf nu met al mijn principes zo gaan?
 

 

Lees meer...   (23 reacties)


Nog in mijn vakantie, mailde ik vanaf mijn laptopje in het Franse huisje met vriendin. Ik wilde haar even een fijne vakantie wensen. ‘Morgen heb ik eerst nog een begrafenis’, schreef ze terug. Vader van het vriendinnetje van haar zoon was tijdens de vakantie in het buitenland overleden. Beide ouders zijn goed bevriend met elkaar. Een meisje van 8 keerde zonder haar papa terug naar Nederland. Ik wenste vriendin sterkte en besefte maar weer eens hoe belangrijk het is om veilig met elkaar terug te keren na je vakantie.

Zaterdagmiddag kwamen wij na een probleemloze reis thuis. Bij de post zat een mooi geboortekaartje; we hebben een jongetje erbij in de familie. Mooi nieuws.
Maandag werd ik gebeld dat een wederzijdse kennis van de beller en van mij ongeneeslijk ziek is. Ik schrok ervan.
Dinsdag stuurde ik een pakje op voor het kleine baby’tje. Tegelijkertijd deed ik twee condoleance kaarten op de bus; de vader van mijn tennismaatje en de moeder van een ander tennismaatje waren overleden. Ik hoorde het te laat om hen nog persoonlijk te kunnen condoleren. Dat had ik graag gedaan.

Toen was er het bericht dat de lief van vriendin plotseling werd opgenomen. Inmiddels weet ik dat er grote zorgen zijn. Ik denk aan haar, aan hoe radeloos ze zich moet voelen.

Gisterenochtend zat mijn buurvrouw in mijn achtertuin; ze vertelde dat haar vader was overleden. Niet onverwacht, maar toch. De man is kortgeleden nog een hele middag bij mij thuis geweest; hij had de sleutels binnen laten liggen. We dronken koffie en hebben gesproken over zijn ziekte. Nu is hij er niet meer. Gisterenavond gingen we naar de afscheidsdienst.

Vandaag kom ik niet zo op gang, alle gebeurtenissen en berichten van de laatste dagen malen door mijn hoofd. Het leven is niet zo vanzelfsprekend meer als je al deze dingen hoort.
 

 

Lees meer...   (16 reacties)


Een beetje onrustig word ik ervan, zo’n dag voor vertrek. De afgelopen dagen maakte ik stapeltjes en vandaag gingen die stapeltjes in tassen. In al mijn ijver pakte ik ook mijn tennisspullen in. Dus de tennisles, die eigenlijk nog voor vanavond gepland stond, heb ik maar afgebeld. Ik ben er toch te onrustig voor nu. Heeft die knul ook een vrije avond.

De tassen staan in de hal en wachten om in de auto gezet te worden. En dan wil ik dus gewoon meteen weg hè?
Het liefst spring ik nu in de auto en knal rechtstreeks naar Daumazan-sur-Arize. Maar ja, ik heb een hardwerkende echtgenoot, die blij is dat hij vandaag een beetje kon bijkomen. Even de knop omzetten van de hectische financiële wereld naar de oase van rust die vakantie heet. Naar het zalige nietsdoen. Niets deadlines en geen targets te halen. Hooguit op de klok kijken of de vier er al in zit, zodat we aan de rosé kunnen.
Het zalige nietsdoen dus. Nou ja, nietsdoen, dat duurt nog even, want hij moet eerst nog bijna 1400 km rijden. Moet ja, want ik doe het niet. Ja, lieve mensen, hier dondert Door dus bikkelhard van haar voetstuk. Want ik doe mij dan wel graag voor als vrouw-van-de-wereld, als wereldreizigster… en dat ben ik ook wel een beetje, maar de waarheid is dat ik een schijtert ben in de auto.
Vlieg mij naar de andere kant van de wereld, ik geef geen krimp. Maar in de auto, met mijn hele kapitaal (ons gezin) een land als Frankrijk doorkruisen, ja, dat vind ik toch altijd wel weer spannend.
Mijn lief rijdt altijd relaxed en bijna met zijn ogen dicht (bij wijze van hoor mensen, niet denken dat hij een soort Hans Klok is), draait zijn hand niet om voor een kilometertje of duizend in de week.
Ik niet, ik krijg al de kriebels als ik de snelweg op moet. Echt mensen, sinds mijn twee ongelukken in één maand, drie jaar geleden, is het alleen maar erger geworden. Ik zie beren op de weg. En beren, die zijn er niet in Hengelo en omgeving. En ook niet langs de Autoroute du Soleil.

Dan is er nog mijn moedertje, die ik achterlaat. Ene zus zit in New York, andere zus is gelukkig wel in Nederland. ‘Pas jij op de winkel?’ vroeg ik haar gisteren. ‘Voor drie!’ zei ze. Dat komt dus heus wel allemaal goed. Maar elk jaar weer opnieuw, heb ik dan toch even de kriebels. Als alles maar goed gaat, als er maar geen ongelukken gebeuren en als we allemaal maar heelhuids terugkomen.
Ik weet het, de kans dat ik of mijn jongens thuis van de trap flikkeren is groter, maar toch..
Als ik eenmaal in ons huis ben op het mooiste park van Frankrijk, dan valt er een last van me af. Dan is alles goed. Dan gaat Het Grote Genieten beginnen!
 

 

Lees meer...   (23 reacties)
John en Ella zijn een stel van in de tachtig. Jarenlang reisden zij met hun gezin door Amerika. Nooit reisden zij om hun horizon te verbreden, maar altijd om plezier te maken. Ze zagen zwemmende varkens en paarden, een Russisch paleis met maïs bedekt, London Bridge midden in een woestijn, kaketoes die over een koord fietsen.

In het boek De Vrijbuiters vertellen zij over de tocht, de laatste tocht die zij willen maken. Die zij samen moeten maken.
Ella heeft kanker en John lijdt aan Alzheimer. Hun leven bestaat alleen nog maar uit doktersbezoeken en medicatie. Ze nemen, tegen alle adviezen van hun artsen in, een besluit: ze gaan een reis maken. Hun kinderen zijn er fel op tegen en maken zich zorgen. Maar John en Ella zijn vastbesloten. Ella beseft heel goed wat men denkt: Twee door pech achtervolgde ouwe sokken die een tocht dwars door het land gaan maken, de één met meer kwalen dan een ontwikkelingsland, de ander zo dement dat hij niet eens meer weet elke dag van de week het is.
Natuurlijk is het geen goed idee, dat weet zij ook. Maar het is altijd nog beter dan ouderdom, ziekte of een val van de keldertrap. Zij en John hebben niets te verliezen. Hun kleine Leisure Seeker Camper was reisklaar.
Ze vertrekken en voelen zich weer gelukkig als zij over de Route 66 rijden en het landschap aan hen voorbij trekt. Zij nemen op tijd hun medicatie, maar lassen ook een ‘cocktailuurtje’ in op de campings waar ze overnachten. Ze proosten met elkaar, kibbelen als echte bejaarden en helpen elkaar liefdevol als het even niet gaat.

Regelmatig vraagt John waar de kinderen zijn. Dan is hij vergeten dat ze reeds lang volwassen zijn en een eigen leven hebben. Ella legt het geduldig uit.
Op een avond spant Ella een oud laken voor de camper en haalt ze een doos dia’s tevoorschijn en een projector. John is verrast dat zij dit heeft meegenomen. Samen kijken ze naar de plaatjes, beelden van hun leven samen trekken aan hen voorbij.
Hun zoon belt en wil dat ze naar huis komen, hij vindt het onverantwoord en wil de politie inschakelen. Ella zegt duidelijk maar beslist dat het prima met hen gaat. En zo is het ook.

Ik heb het boek nog niet uit, maar ben diep onder de indruk. Hoe mooi is de liefde tussen deze twee mensen, hoeveel hebben zij samen wel niet meegemaakt en hoe triest is de wetenschap en het besef dat zij elkaar en het leven binnenkort moeten loslaten.
Hoe wijs is het van Ella om te zeggen, dat niemand kan oordelen over de manier waarop zij hun laatste reis gaan maken. Gezamenlijk, zoals zij dat altijd hebben gedaan.

Het boek grijpt mij naar de keel en ontroert me.
 

 

Lees meer...   (10 reacties)
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl