doorgaatervoor.punt.nl
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen in deze categorie!
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!
Laatste reacties

  

 

Niet de hele uitzending van de Nationale herdenking vlucht MH17 heb ik gezien. Ik schakelde in op het moment van de stilte. Daarna klonk het Wilhelmus. Daar raak ik altijd een beetje geëmotioneerd van.
Woorden, gesproken en gezongen volgden. Een meisje die haar beide ouders was verloren. Wat dapper, zoals ze daar zo stond.

Op Twitter las ik de reacties in mijn tijdlijn. Mensen voelen hun eigen verdriet weer bovenkomen, net als ik. Alle woorden over verlies en onmacht kun je op jezelf betrekken als je iemand die je dierbaar was, bent verloren.
Ik dacht aan mijn zusje. Niet voor het eerst deze dag. Vanochtend had ik het er met mijn moeder nog over, dat ze komende vrijdag weer jarig zou zijn.

De afgelopen keren gingen we naar haar graf, legden er bloemen en stonden er stil in ons gezamenlijk verdriet. Ik weet niet zeker of ik er troost vind, daar in die tuin, maar toch is het wel een mooi ritueel. Soms ga ik alleen naar haar toe, wied wat onkruid, poets het zand van het marmer en zet er een bloemetje of een bloeiende plant neer.  Het is niet zozeer de omgeving maar meer dat ik even de tijd neem om heel bewust dichtbij haar proberen te zijn. Natuurlijk kan dat ook thuis achter de strijkplank of ’s nachts in bed. Maar dan zijn er altijd zaken die afleiden, dat is nu eenmaal zo in een druk bestaan.

Als ik dan terugrijd, neem ik meestal een weggetje langs landerijen en niet door de stad, dan praat ik in mezelf een beetje tegen haar. Soms vertel ik dingen die zijn gebeurd of iets waarvan ik weet dat zij erom zou moeten lachen. Dat doet me dan goed. Stiekem hoop ik dat als er iets tussen hemel en aarde is, dat zij dan ook even kan gniffelen.

Bijvoorbeeld dat er nu toch weer een wanstaltige lantaarn op het graf naast haar is neergezet. Of die lelijke plastic rozen die er, waarschijnlijk met de allerbeste bedoelingen, staan in een onooglijk vaasje, een eindje verderop. Soms ook dingen die in de familie spelen. Dan vertel ik haar over onze moeder en dat ze haar zo mist. Ik weet het ook allemaal niet hoor, of het wel of niet zin heeft om dat soort dingen te doen. Maakt ook niet uit, ook ik doe het met de beste bedoelingen. Voor haar, voor mij, voor ons.

 

Reacties (6)

In mijn mail zat een uitnodiging. Of ik mij wilde melden in een kamertje, op een bepaald tijdstip. Gelukkig wel op een voor mij bekende locatie.
Er werd me een heel verhaal verteld, bepaalde zaken die verduidelijking nodig hadden, werden uitgebreid toegelicht met foto’s en overzichten.

Ik luisterde aandachtig en knikte begrijpend.
Op korte termijn zou ik een beslissing moeten nemen, zoveel was duidelijk. De bijeenkomst duurde ongeveer een half uur.
Er werd me een mailadres opgegeven met de opdracht binnen een week wat te laten horen. Nee, ik was niet aan het solliciteren, want zo lijkt het misschien. Het ging over iets compleet anders.

De tweede opdracht was om geheimhouding te verzekeren. Ik moest mijn mond houden hierover en het er met niemand over hebben. Nou ja, met mijn lief dan, dat mocht dan wel. Uiteindelijk ging het ons allebei aan, maar kon hij er niet bij zijn op dat moment.
De eerste opdracht was appeltje eitje. Ik mailde binnen een dag terug. Geen twijfels over wat ik zou zeggen. Lief en ik waren het daarover meteen eens.

De tweede opdracht vind ik heel erg moeilijk. Een paar dagen mijn mond houden, dat lukt me wel. Maar twéé maanden?! My goodness.
Ik ben eh.. nogal extravert en zwijgen is zeg maar niet mijn ding. Net als geheimen. Ik hou niet van geheimen. Mijn zonen hebben dat van mij, die kunnen ook nooit iets voor zich houden. Moederdagcadeaus kreeg ik vroeger al een week eerder van ze.

Iedere keer als ik er bijna over wil beginnen, denk ik aan de strenge blik van degene tegenover me in dat kamertje. Soms google ik thuis wat zaken die ermee te maken hebben. Maar uitsluitend op mijn eigen telefoon, want op de Ipad zien de jongens de historie van bezochte sites.

Nog een week of zeven volhouden. Spannend man.

 

Reacties (10)

Ik twijfelde tot een uur voor aanvang. Wat als ik me niet op mijn gemak zou voelen? Of als ik na een half uur wel met iedereen uitgepraat bleek te zijn?

Mijn oudste zoon ging ’s morgens even op de koffie bij zijn oma, mijn moeder. ‘Zeg maar tegen oma dat ik vanmiddag waarschijnlijk een uurtje op die reünie blijf, en dat ik dan daarna nog wel even bij haar thee kom doen’ riep ik toen hij in mijn auto stapte en ik op mijn fiets sprong.
Mijn moeder woont nog altijd in het huis waar wij in 1970 kwamen wonen. Het huis waar ik mijn hele jeugd heb doorgebracht. In het verlengde van onze straat stonden drie basisscholen. Drie verschillende geloven op een rijtje. In deze tijd te debiel voor woorden, maar het was toen zo.
Iedere school met haar eigen speelplaats, wel een gezamenlijke gymzaal en een gezamenlijk voetbalveld. Achter mijn school was een groot terrein met heuvels en houten huisjes om in te spelen; wij noemden het altijd het ‘Indianendorp’.

Mijn (katholieke) basisschool heette de Anne Frankschool.  Zaterdag memoreerde Herman het feit dat wij nog toestemming van de vader van Anne Frank hebben gekregen om de school zo te noemen. Het was de eerste school in Nederland met die naam. Jammer dat het naambord jaren later verwijderd werd en er een bord met ‘Het Mozaïek’ werd opgehangen.  De Anne Frankschool was niet meer.

Een beetje afwachtend liep ik het schoolgebouw binnen. Ik herinnerde mij nog het opstapje bij de deur. In de verte hoorde ik opgewonden stemmen, gelach en kreten van herkenning. ‘Hé Dorien! Wat gaaf dat je er bent!’ mijn hartsvriendin uit mijn basisschooltijd verwelkomde me. Zij was ook de organisator van deze bijeenkomst. Dat verbaasde mij niks, zij was altijd degene die het voortouw nam.

Al gauw kreeg ik van allerlei oud klasgenoten zoenen op mijn wangen en een klop op mijn schouder. Ik groef in mijn geheugen en kleurde als ik werkelijk niet wist wie mij daar zo hartelijk begroette. Gênant! De knapste jongen van de klas had nu een grijze baard. Zijn ogen nog net zo mooi als toen, dat zag ik wel. De slimste jongen van de klas was nu kaal. Hilarisch genoeg zat hij in het kappersvak, zo vertelde hij later.
Die aparte knaap van toen was nu psychiater in Brabant. Het mooiste meisje van de klas heeft een internationaal bedrijf met 22 man personeel in het westen van het land. De jongen die een universitaire studie afrondde, organiseert nu bierwandeltochten en als hij daar niet van rondkomt, klust hij bij als deejay.
Een knul bij wie ik altijd graag thuiskwam, is twee keer voor de dood weggesleept, maar het gaat nu heel goed met hem.
De branieschopper van de groep is niet veranderd, ik heb hem de hele middag en avond gehoord.
Mijn beste vriendinnen bleken nog steeds heel erg leuk. Wat hebben we veel meegemaakt in de afgelopen 36 jaar.

Maarten vertelde dat hij een briefje met onzichtbare inkt had geschreven, waarin hij zijn liefde verklaarde aan Jolanda. Hij legde het briefje na schooltijd in haar lessenaar, tezamen met een stift waarmee je de inkt weer zichtbaar kon maken. Ik weet nog dat je die stiften kon kopen bij de HEMA. De volgende ochtend sloeg de paniek bij hem toe. In alle vroegte liep hij naar school en haalde het briefje weer weg. Jolanda heeft nooit geweten hoe zijn hart naar haar uitging. Tot afgelopen zaterdag. Het hoge woord kwam er na al die jaren uit.

Arthur pakte mijn hand. ‘Jou moet ik ook nog wat vertellen…’ zei hij met zijn charmante lach. Some things never change. ‘Ik heb heel lang een ringetje voor jou gehad. Ik wilde het aan je geven, omdat ik je altijd zo lief vond met je mooie rode haren’. Hij keek me met zijn donkere ogen aan. Arthur was de enige kleurling bij ons op school. Ik vond het altijd te gek, maar hij leek me zo onbereikbaar. De dag dat hij eindelijk de moed bij elkaar had verzameld om mij de ring te geven, zag hij dat mijn pinknagel heel onverzorgd was. Er zullen wel rouwrandjes onder mijn nagels hebben gezeten. We speelden namelijk altijd buiten in het Indianendorp.
Arthur knapte daarop af. Zaterdagavond, bij het afscheid nemen, kneep hij nog even in mijn wang en zei dat het toch jammer was geweest, dat het zo gelopen was. Ik knikte en keek nog eens naar mijn gemanicuurde nagels.

Ik kan mij niet anders herinneren dan dat ik van mijn 12e tot mijn 17e in een constante staat van verliefdheid verkeerde. Patrick stond gedurende een jaartje ook op die lijst. Gelukkig was het wederzijds en ondernamen we spannende dingen. Zo kreeg ik mijn eerste zoen van hem op de brug bij de vijver in onze buurt. Het was donker. Ik had altijd een mooi excuus om ’s avonds af te kunnen spreken, wij hadden immers een hond.

Patrick en ik waren net in een amoureuze toestand beland, toen we een plons hoorden. Zijn fiets was door een stelletje malloten in het water gegooid. We deden onze schoenen uit, trokken de fiets uit het water en bedachten hoe hij dit thuis ging vertellen. De fiets was immers beschadigd en zat onder de modder. Daar ging ons romantisch samenzijn.
De verliefdheid bleef en we spraken af voortaan de fiets thuis te laten. We verloren elkaar uit het oog maar beiden herinnerden we ons dit avontuur.

Een van mijn hartsvriendinnen, toen al enorm creatief en praktisch, is docente geworden in creatieve vakken. Geen spatje veranderd! Wat hebben we altijd veel lol gehad samen. Aan het einde van de avond liepen we samen naar onze auto’s, het voelde weer net zo vertrouwd als toen.

Mijn moeder zat ’s middags vergeefs op de uitkijk. De volgende dag vertelde ik haar alle verhalen bij de koffie.

 



















Reacties (10)

Het is alweer bijna een week geleden, maar mijn moedertje verjaarde. Eigenlijk is zij met haar 80 jaar nu een bejaarde. Dat rijmt,  het is alleen niet waar, mijn moeder is verre van een bejaarde. Ons mam is nog prima bij de tijd en weet goed wat ze wil.

Zus en ik verzochten de hele familie om een A4-tje te fröbelen met een wens, anekdote of herinnering. Al die bijdragen bundelden wij in een versierde map en het werd een prachtig document. Mijn moeder was er verguld mee. Vooral de zwart-wit foto’s uit de jaren ’40, waarop haar beide ouders stonden, maakten haar emotioneel. We spraken de wens uit nog lang van haar te mogen genieten, gaven haar cadeaus en hieven het glas. Op dat moment miste ik weer erg mijn andere zus, we zijn toch niet compleet zonder haar.

De volgende dag was het weer feest, want we gingen naar Parijs. We wandelden in het park rondom de Eiffeltoren, kwamen hijgend van al die trappen bij de Sacré Coeur aan en genoten van de sfeer en de heerlijke zon.
De volgende dag sjouwden we over de Champs-Elysées, maakten selfies bij de Arc de Triomphe en deden een tour in een open bus, zoals het echte toeristen betaamd.
We lunchten met uitzicht op de Notre Dame. Op zijn Frans met rode wijn erbij. Dat bleek later op de middag voor een wat loom gevoel in de beentjes te zorgen, maar à la.

We doorkruisten de stad met de metro en shopten nog wat links en rechts. ’s Avonds streken we neer in een gezellig tentje. De ober gooide heel gezellig een vol glas rode wijn over mijn ecru jeans en splinternieuwe trui. Zoals vriendin D later zei: wat een incroyable dombo! Ik spoedde mij naar het hotel, schoot in mijn oude spijkerbroek en trok een andere trui over mijn hoofd. Nadat de betreffende ober zevenhonderd keer ‘I am sorry’ had gezegd en ik de aangeboden fles wijn had afgeslagen, aten we ons maal. Na afloop kissebisten we nog wat over de vergoeding, mijn broek en trui waren immers voor eeuwig naar de gallemiezen.

De laatste dag bezochten we het Cité des Sciences et de l’Industrie; een soort interactief wetenschap- en techniekmuseum. We zagen een prachtige film over de ruimte in het planetarium, deden allerlei proefjes en lachten om onszelf in een filmpje. Aanrader!
Nadat we bijna vast zaten in de parkeergarage omdat het betalingssysteem niet werkte, de kinderen al juichten dat we dan nóg langer in Parijs moesten blijven, reden we dan toch terug naar huis.

Soms is het leven een feest.

Reacties (9)

 

 

 

Vandaag was een speciale dag
De dag waarop mijn zusje werd geboren
Tweeënvijftig jaar geleden

Vandaag was een speciale dag
De dag waarop mijn zusje jarig zou zijn
Een dag waarop ik haar zo graag zou zien

Vandaag was een speciale dag
De dag dat ik mijn zusje niet zoende
En niet feliciteerde

Vandaag was een speciale dag
Ik stond met bloemen bij haar graf
In plaats van met een cadeautje achter mijn rug

Vandaag waren er tranen in plaats van taart
Een brok in mijn keel, toen ik mijn arm
om mijn moeder, haar zoon en mijn zus sloeg.

Vandaag was een speciale dag
Ik fluister haar naam
Ik denk aan haar, aan ons

 

Reacties (16)

Sinds ik twee banen heb, ben ik natuurlijk heel druk. Niet alleen met het werk zelf, maar ook met onthouden. Ik moet ineens van nóg eens 30 collega’s onthouden hoe ze heten, voor welke groep ze staan, of ze aan het begin of juist aan het einde van de week werken (want: bijna allemaal parttimers in het onderwijs). Verder krijg ik nu twee keer zoveel mail, moet ik nog meer wachtwoorden onthouden en moet ik niet vergeten om de telefoon op te nemen met de juiste schoolnaam. Grappig is dat mensen aan de andere kant van de lijn soms ook in verwarring zijn. Zo belde vorige week iemand van het bestuur van de stichting waaronder beide scholen vallen. Hij verontschuldigde zich omdat hij dacht dat hij de verkeerde school had gebeld.

Buiten dat het gewoon heel leuk is om ineens zoveel mensen te leren kennen, is het ook confronterend. Op beide scholen is het gebruikelijk dat in de (vertrouwelijke) personeelsmail naast mededelingen betreffende de school of de gang van zaken, ook persoonlijke dingen worden gemeld. Dat is niet altijd het blije babynieuws of de nadere jubilea, maar ook langdurige ziekte, echtscheidingen, overlijden van naaste familie of enge operaties.

Op mijn eigen school probeer ik altijd een attente collega te zijn. Een kaartje, bloemetje of mailtje. Er zijn tijden dat ik daar wekelijks mee bezig ben. Daarom heb ik me voorgenomen om op ‘de andere school’ wel te reageren, maar alleen met een mailtje of mondeling als ik de betreffende collega zie. Het is too much!
Noem het flauw of zelfs asociaal, het zij zo. Ik heb daarin voor mijzelf een keuze gemaakt. Tenslotte ben ik eigenlijk te gast op die school, al word ik behandeld alsof ik er al jaren werk.

Een ander besluit dat ik heb genomen: ik doe wel mee met de tweede kerstborrel en het tweede teamuitstapje. Dus.



 





Reacties (8)

Vanmiddag liep ik met een bloemetje in mijn hand de trappen op in het ziekenhuis. Ik bezocht de vader van mijn lieve vriendin J. Sinds mijn veertiende ken ik haar en daarmee ook hem. Dat is dus nu 32 jaar. In het begin was hij gewoon de vader van een schoolvriendin. Die zag je doorgaans weinig, want vaders werkten en bovendien liep ik meestal rechtstreeks door de keuken naar de slaapkamer van mijn vriendin.

Toen echter op haar zeventiende verjaardag haar moeder overleed en wij inmiddels hartsvriendinnen waren, kreeg ik meer oog voor haar vader. Tenslotte was hij op jonge leeftijd weduwnaar geworden. Daar zat hij, met zijn enorme verdriet en een puberdochter. De puberzoon studeerde buiten de stad.
Hij stortte zich op het schaken en later op een studie. Tot op hoge leeftijd stond hij op de tennisbaan.

In de loop der jaren zag ik hem op de verjaardagen van de kinderen van vriendin of als er iets anders te vieren viel. We haalden vaak herinneringen op aan zijn vrouw, ik heb haar immers goed gekend. Altijd vroeg hij hoe het met mijn zonen ging en of ik het allemaal nog wel aankon. Dan lachte hij er zo’n beetje bij, met zijn pretogen. Hij was altijd een beetje een statige, chique man. Zijn kleding kwam van de betere zaken en hij reed in een nieuwe, mooie auto. Hij deed niet aan kaarten, maar aan bridge. Ik moest altijd vreselijk lachen om zijn vaste opmerking op feestjes: ‘Kom, we doen net of we het leuk vinden’.

De laatste tijd bleef de auto in de garage, het ging niet meer. De maaltijden werden bezorgd en de dagelijkse wandeling inclusief kopje koffie in de stad ging moeizaam. Ik zag hem ouder worden en op de laatste verjaardag gaf ik hem een extra knuffel bij het afscheid nemen. Vriendin had het opgemerkt en vroeg me ernaar. Ik vertelde haar eerlijk dat ik bang was dat hij er op een dag niet meer zou zijn. Ze beaamde het. We werden er beiden heel verdrietig van.

Nu is hij, door een valpartij als gevolg van zijn ziekte, in het ziekenhuis beland. Even vreesden we voor zijn leven, maar zoals hij zelf zei: ‘ik ga nog niet dood’.
Vanmiddag dacht hij dat er luchtaanvallen waren en hij stelde mij voor om samen te vluchten. Ik zei dat we veilig waren en dat we gewoon konden blijven kletsen. Het was weer goed. Hij maakte een grap en we lachten, haalden nog even wat herinneringen op. Ik vroeg of hij een wandeling wilde maken over de gang. ‘Bij dat gespuis?’ vroeg hij. Ik begon te lachen en hij lachte met me mee. We wandelden en weer zei hij: ‘Kom, we doen net of we het leuk vinden’. Dit keer moest ik slikken bij die woorden. Ik bracht hem weer terug naar zijn kamer. Een zoen en een knuffel en een zwaai bij de deur. Ik groette het ‘gespuis’ en liep met betraande ogen naar mijn auto.


 

 








Reacties (18)

De dag die ik al een tijdje probeerde te negeren in mijn gedachten, was dan nu echt aangebroken. Het is de dag waar mijn oudste zoon al maanden reikhalzend naar uit had gekeken. Vanaf het moment waarop het verlossende telefoontje van zijn mentor kwam, stond eigenlijk alles in het teken van ‘op kamers’.
Terwijl hij lag te genieten op het strand van Portugal met zijn hele vriendengroep, speurde ik op kamertje.nl naar een leuke kamer. Want ondanks het feit dat ik bijna moest overgeven bij het idee dat mijn eerstgeborene het nest ging verlaten, wilde ik toch ook wel dat hij – als het dan toch moest gebeuren – een fijne plek zou hebben.

Het liefst wilden de vrienden bij elkaar zitten, althans wie er dan van de groep in Groningen gaat studeren. De jongens waaieren uit naar Amsterdam, Delft, Leiden en Groningen dus.
Ons zondagskind had het weer voor elkaar; we vonden een geweldig leuke flat waar zoon met nog twee vrienden gaat wonen. Contracten werden getekend, hij kocht een oud barrel van een fiets bij een fietsjunk en wij haalden de IKEA leeg.

Morgen begint de KEI-week en dus werd er vandaag verhuisd. Nadat ik gisteren drie huilbuien had gehad, dacht ik dat het vandaag wel zou gaan, maar toen de volgepropte auto met de vrienden de straat uitreed, was ik toch blij dat ik mijn zonnebril op had gezet.

Tijmen twitterde op dat moment dat hij een NK tijdrit ging rijden in Bornerbroek. Of we zin hadden om te komen kijken. Nou ja zeg, dat is hier om de hoek! We propten een boterham naar binnen en sprongen in de auto. Hij zou om 12.29 uur van start gaan, dus we  hadden nog ruim een half uur. Bij aankomst in Bornerbroek zagen we meteen José, Tijmen en Koosje Jans, dus we hoefden niet te zoeken. José haar halve familie was er ook en zo kwam het dat Tijmen de grootste fanclub van alle deelnemers had. We moedigden hem aan, de kinders smulden van een ijsje en voor we het wisten was hij alweer over de finish. Wat een snelle man! We kletsten nog even en toen gingen we weer verder. Het was een onverwacht genoegen hen even te zien.

Thuis liep ik een beetje met mijn ziel onder mijn arm. De mannen gilden dat FC Twente had gewonnen van Feyenoord, maar het maakte mij eerlijk gezegd niks uit. Ik pakte mijn boek en ging in de tuin zitten. Lief kwam bij me zitten en ineens stonden we op en begonnen we met alle tuinmeubels te schuiven. Het werd een complete metamorfose en om het te vieren schonken we een wijntje in. We stuurden een berichtje naar zoon hoe het hem verging en kregen een enthousiast verhaal terug.

We brachten een toost uit op onze oudste en in gedachten dankte ik op mijn blote knieën de uitvinder van whatsapp.









Reacties (10)

Bijna een jaar is er voorbij, sinds die afschuwelijke dag dat mijn zusje overleed. Een jaar, het is amper te geloven. Het werd herfst, winter en voorjaar. Ik zocht een mooie foto van haar uit, genomen op een heel gelukkig moment, en zette hem in mijn woonkamer. Iedere dag kijk ik naar haar gezicht. Ze lacht en straalt, daar op dat tafeltje. Ik zet er ’s avonds vaak een kaars bij; dan geeft het licht haar gezicht een warme glans.

Toen ik in Spanje was, moest ik veel aan haar denken. Meer dan anders. Ik besefte dat ik het jaar ervoor op dezelfde plek was, ongeveer om dezelfde tijd. We stuurden sms’jes en ze stuurde me een uitgebreid verslag van een dagje uit. Ik las het op mijn terrasje in de zon. Het werd haar laatste brief aan mij. Er volgden nog enkele sms’jes en daarna was het stil. Oorverdovend stil.

Het afgelopen jaar heb ik een paar keer naar haar gebeld. Ik luisterde dan naar de voicemail, omdat ik haar stem even wilde horen. Op een bepaald moment deed ie het niet meer. Ik sloot dat af, kwelde mezelf ermee, terwijl het me ook troost bood. Dubbel gevoel.

Alles wat gebeurd is, passeerde wel honderd keer in mijn gedachten. Iedere minuut probeerde ik te reconstrueren, maandenlang. Ik vroeg me af wat je nog gehoord hebt, of je ons nog kon volgen, vlak voordat je voor eeuwig je ogen sloot. Ik voelde me schuldig, over dingen waarover ik me niet schuldig hoef te voelen, dat weet ik. Maar toch… verdriet en machteloosheid doen wat met je.

Ik vroeg me af of we alles goed gedaan hebben bij je afscheid. Had je het zelf ook zo gewild en waren de woorden juist gekozen?  Alles hebben we met aandacht en vanuit ons hart gedaan, maar ook met heel veel emoties en in een roes van onwerkelijkheid en intens verdriet.

Laatst vroeg iemand of ik nog veel aan haar dacht. Ik knikte, kreeg een brok in mijn keel, die ik vlug wegslikte en dacht bij mezelf ‘Je hebt geen idee’. Ik denk elke dag aan haar. Mensen die nog nooit iemand hebben verloren, kunnen zich dat misschien helemaal niet voorstellen. Hoeft ook niet, ik zeg het ook nooit. Ze is in mijn gedachten, dat is een onderdeel van mij geworden en ik ben daar blij om. Stel je voor dat ik mijn zus zou vergeten!

Deze dagen ben ik emotioneler dan anders, blijkbaar heeft het toch met deze tijd van het jaar te maken. Alles is hetzelfde als vorig jaar; de warme dagen, de vakantie. Maar nooit zal het meer hetzelfde zijn.

 








Reacties (17)

Vrijdagavond; ik luister naar de schrijver A.F.Th. van der Heijden. De schrijver die het boek ‘Tonio’ schreef. Een boek over de dood van zijn zoon. Omgekomen bij een ongeluk op 21-jarige leeftijd.
Ik ben onder de indruk van zijn woorden, de manier waarop hij vertelt over zijn verdriet. Over de totstandkoming van het boek en het zich verliezen daarin. Over de manier waarop hij rouwt, alleen of samen met zijn vrouw. Wat een liefhebbende vader, wat een immense leegte heeft zijn zoon achtergelaten. Zijn woordkeus en de volzinnen, het eenzame gevoel in zijn verhaal. Het ontroert me.

Met een brok in mijn keel en vochtige ogen luister ik, herken ik. Ik zie het filmpje, waarin de politiewagen met zwaailichten en sirene hard door de stad rijdt. Ik denk terug aan de ambulance waarin mijn zusje lag. Die ambulance haalde ons, mijn zus en ik, in. Ik herinner me dat we ons realiseerden dat zij, onze zus, daar in die wagen lag. Dat we op dat moment, nog geen idee hadden wat voor noodlot ons zou treffen. We handelden, zoals we dat samen konden op dat moment.

Het verdriet om mijn zusje zit voor mijn gevoel ergens in mijn lijf achter een soort deurtje. Meestal staat dat deurtje op een kiertje, soms waait het ineens helemaal open en soms is de deur dicht. Dan heb ik hem zachtjes dichtgedaan of heel hard dichtgesmeten omdat het te rumoerig werd. Zoals je een kind, dat teveel lawaai maakt, toespreekt, soms op zachte toon en soms met verheven stem.
Niemand die de klap, die het dichtslaan met zich meebrengt hoort, dat is weer het fijne ervan. Alleen ik hoor dat, terwijl het geen geluid maakt. Of mijn lief, die naar me kan kijken alsof hij het begrijpt. Ik weet niet helemaal zeker of dat ook zo is, maar dat maakt niet uit.  Alleen al dat hij naar me kijkt is genoeg. We zien elkaar, dat is cruciaal bij rouw voor mij.

De vragen die hij zich stelt, wat er gebeurde in de laatste uren en hoe het kon gebeuren, dat zijn vragen die mij ook bezig houden. Schuldgevoelens die niet nodig zijn, maar wel af en toe door die openstaande deur komen waaien.
Vragen waarop het antwoord niet komt. Het rauwe verdriet dat hij bij zich draagt, het verliezen van een kind. Dat zie ik ook bij mijn moeder en dat raakte me. Pfff… ik staarde even voor me uit bij de aftiteling en nam een besluit. Morgen ga ik dat boek kopen.










Reacties (20)
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl