doorgaatervoor.punt.nl
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen in deze categorie!
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!
Laatste reacties

  

 

Maandag begint het eindexamen. Vandaag zei iemand tegen me: ‘goh, dan heb je straks een zoon op de universiteit, een zoon op de middelbare én een zoon op de basisschool’. Ja, daar had ik nog niet bij stilgestaan. Ik word meegezogen in alles wat deze grote veranderingen in het leven van mijn zonen met zich meebrengt. Want u kunt wel zeggen dat het allemaal goed komt, en dat zal ook vast, maar ik vind het toch wel een momentje als er ééntje uitvliegt.

Oudste stapt redelijk relaxed het eindexamen in. Hij heeft gestudeerd tot hij scheel zag. Hij staat er redelijk goed voor. Als alles normaal verloopt en hij niets verknalt, zou hij moeten slagen.

Middelste maakt zich enorm druk over het nog aan te schaffen mobieltje. De rugzak van het goede merk is inmiddels gekocht, dus dat ei is gelegd.
Ik herinner me nog goed van oudste dat hij dat ook enorm belangrijk vond.
Grappig dat ze allebei een tas met print hebben gekozen en niet de geijkte zwarte variant, die bijna iedereen heeft.
Over het mobieltje wordt druk overleg gevoerd en vooral onderhandeld. Ik voel veel voor een abonnement waarbij je een plafond kunt instellen, zo kom je nooit voor verrassingen te staan. Tenslotte zit die rekening van honderden euro’s, zes jaar geleden, van oudste me nog vers in het geheugen.

Jongste ziet het allemaal maar aan. De middelbare, de universiteit, het is zijn voorland. Wel handig als je dat een beetje bij je broers kunt afkijken. Vooralsnog maakt hij zich druk over het kamp, volgend jaar in groep 8. Traditiegetrouw spelen ze daar ’s avonds een ‘moordspel’ in het bos. Jongste heeft nu al gevraagd of hij dan binnen mag blijven. We hebben het over juni 2104 hè mensen. Je zult maar angst voor donker hebben.

En wij? Wij kijken op websites van kamerverhuurders, sturen mailtjes met allerlei vragen en hebben zelf ook een advertentie op het web geslingerd. Intussen denk ik af en toe terug aan de tijd dat ik zelf op kamers ging wonen. Ik was ook zeventien en met mij is het ook goed gekomen. Is toch een hele geruststelling.









Reacties (13)

Dit weekend had ik even tijd om te zitten. Dat was er de hele week nog niet van gekomen. Nou ja, op mijn werk dan, maar het schijnt niet de bedoeling te zijn dat ik daar achterover hang met een kop cappuccino. Er is niet eens cappuccino. Wel gewone ‘zetkoffie’, maar dan hangt het er maar net vanaf welke collega die gezet heeft, of het te pruimen is.

Enfin, ik zat dus en bedacht me opeens dat ik dit weblog ook nog heb! Mensen, was ik dat toch in alle hectiek bijna vergeten. Sorry hoor, als u hier tevergeefs een kijkje hebt genomen, op zoek naar nieuw leesvoer.
Iemand merkte al op dat de vrijmibo uit het vorige logje al een week duurde!

Het was een beetje een drukke toestand hier. Er waren doktersbezoeken waarover ik moest nadenken, er was een CITO uitslag (met bijbehorend blij kind), er waren fysio- en orthodontistafspraken (met bijbehorend beduidend minder blij kind), er was een zieke collega die bezocht moest worden, er belde een leerkracht of ik mijn zieke zoon wilde ophalen. Er waren voetbaltrainingen en voetbalwedstrijden, een zoon die zomaar zijn rijbewijs haalde en waarvoor ik dus een taart ging bakken. Er lag een reisgids met een aantrekkelijke aanbieding naar me te lonken.
Kortom, wie maalde er om dit weblog?

Dan is er nog de kwestie van het clubblad van mijn tennisclub. In een enthousiaste bui riep ik dat ik wel in de redactie wilde. Bleek dat de redactie uit twee leden bestond en dat mijn aanbod uit de hemel kwam vallen, omdat er juist eentje het stokje wilde overdragen.
Heb ik weer. Het is dus niet dat ik niet schrijf hè? Alleen u ziet het niet. Ik schrijf aan de tennissport gerelateerde stukjes en ga me binnenkort verdiepen in de opmaak van het geheel. Niet gehinderd door enige kennis hierover overigens. Komt vast goed.

Dus mocht u zich afvragen of ik onder een steen lig, dan bent u hierbij gerustgesteld.









Reacties (9)

Mijn zoon wilde naar de bioscoop met de hele klas. Op vrijdagmiddag. Ik was blij verrast dat ze iets gezamenlijk zouden gaan ondernemen, er is namelijk nogal een verdeling in die groep. Het leek me een prima idee.
Ik informeerde hoe laat de film zou beginnen. ‘We fietsen met elkaar meteen uit school door, want hij begint om vier uur’ liet zoon weten. Ik knikte instemmend, waren ze mooi voor donker weer thuis.

Ineens bedacht ik me, dat ik niet had gevraagd naar welke film ze zouden gaan. Het bleek een film die weliswaar als adviesleeftijd twaalf jaar had, maar waarin ik bij de omschrijving ook de woorden seks, coke en horror tegenkwam. Het woord komedie zag ik even over het hoofd.
Ik fronste mijn voorhoofd en vertelde zoon dat ik een beetje twijfelde bij het lezen van dat alles. ‘Maar iederéén mag!’. Hij werd boos en zei dat hij ‘dan weer de enige was die van zijn moeder niet mocht’. Alsof ik zo’n taart ben van wie niets mag!

Mijn gedachten maakten allerlei sprongen van opvoeden naar medelijden en van inlevingsvermogen naar bezorgdheid. Ik begreep hem, maar ik probeerde ook mijn gevoel uit te leggen. ‘Ik zeg niet meteen dat je niet mag, ik zeg dat ik niet zeker weet of ik dit geschikt voor jou vind’ legde ik rustig uit.
Ik zag strijd op zijn gezichtje. ‘Waarom ga je niet naar die film met Ushi?’ vroeg ik. ‘Die is echt alleen maar om te lachen, dat vind vast iedereen leuk’.
Maar wat ik al dacht: een jongen uit de klas, de door mij altijd in gedachten bestempelde ‘leader of the group’ had bedacht dat ze naar deze film zouden gaan. En als de leader dat bedenkt, dan heeft de rest te volgen. Zo werkt dat een beetje bij hun in de groep. Ik vind dat heel erg, maar het is lastig om er wat tegen te doen.

Na een tijdje ging het allang niet meer over de bewuste film. Zoon keek me aan en zei dat hij diep in zijn hart helemaal niet perse mee wilde. Maar hij was bang voor opmerkingen als hij niet mee zou gaan. Mijn hart smolt bij zoveel eerlijkheid en ik prees hem de hemel in dat hij me dit zo open vertelde. Ik keek hem heel diep in zijn ogen en zei hem dat hij een geweldige jongen is, die niet hoeft mee te doen om erbij te horen. Dat hij zijn eigen beslissingen in het leven moet nemen en zich niet moet laten leiden door wat anderen allemaal vinden.
Hij is wie hij is en dat is een fantastische knul. Eentje van wie ik uit elkaar barst van liefde. Ik zag opluchting en wat traantjes en toen hebben we lekker geknuffeld.

Eigenlijk mocht hij van mij inmiddels best naar die film, want na het bekijken van de trailer viel het wel mee met de seks en de coke en zulks. Maar ik heb liever dat hij naar tien andere films gaat, die hij zelf uitkiest.











Reacties (9)

Vanochtend zat ik op open zee. Ik voer in een grote boot, als enige passagier. De zee was blauw en de lucht helder. Geen idee waar we precies waren, het deed er ook niet echt toe. Het belangrijkste was, dat ik daar was. Ik had namelijk iets belangrijks te doen.

Het schip werd vakkundig een eind uit de kust geloodst, tot we echt op volle zee waren.
Geen idee wie de kapitein was, ik had er geen oog voor. Kun je nagaan hoe ik met mezelf bezig was, normaal heb ik echt wel oog voor een stoere kapitein.

De zee was rustig, maar niet spiegelglad. De golven kabbelden tegen de zijkant van de boot. Er was geen land meer in zicht en ook geen enkele andere boot.
Ik heb geen idee wat voor soort vaartuig het was, in ieder geval geen zeilboot want die herken ik nog net. Ook geen cruiseschip, want dat zou niet passen bij wat ik van plan was.
Gewoon een stevige witte boot.

Toen ik het idee had dat we een goede plek hadden bereikt, haalde ik diep adem.
Ik tilde een bak van de grond. Die bak, een vierkante, had ik zelf aan boord gebracht, onder mijn arm.
Er zaten ondefinieerbare dingen in. Iemand anders zou er geen wijs uit worden. Die zou zelfs zeggen dat er helemaal niets in die bak zat, het zag er voor een ander leeg uit.
Zelfs ik, die het er toch echt allemaal zelf in had gestopt kort daarvoor, wist het niet meer precies. Het deed er ook eigenlijk niet toe, of ik het allemaal exact kon benoemen. Misschien was het juist wel goed dat ik gewoon alles op een hoop had geveegd en het in die bak had gekieperd.
Gekieperd ja, ik had het niet echt met zorg erin gelegd. Ik had een rigoreuze bui, zo van: hop, weg ermee.

Ineens deed ik het: ik tilde de bak over de reling en gooide met een vastbesloten blik de inhoud in zee. Ik keek hoe alles steeds verder van mij wegdreef. Een stem vroeg of ik niet ook de bak erachter aan wilde laten gaan. Hoewel er in een splitsecond in mij opkwam dat zulks niet echt een milieuvriendelijke actie zou zijn, deed ik het toch. Ik had hem immers niet meer nodig.













Reacties (17)

Van de week zat ik in een wachtkamer. Vreselijke ruimtes vind ik dat. Mensen die boe noch bah zeggen en een oude meuk aan tijdschriften. Enfin, terwijl ik door een Happinez uit 2011 bladerde, zag ik vanuit mijn ooghoek de man naast mij met zijn potje urine spelen. Ja echt! Ik was namelijk bij een prikpost.

Ik kon mijn aandacht niet meer bij het tijdschrift houden, hoewel dat sowieso moeilijk is bij de Happinez. De man draaide met het potje in zijn handen. Ik stelde mij zo voor dat hij het liet vallen. Dat het deksel eraf zou vliegen en zijn ochtendwater over de vloer van de wachtruimte zou spetteren.
Afgezien dat het natuurlijk een goor idee is, zou het wel wat leven in de brouwerij brengen.

Terwijl ik zulke vreemde overpeinzingen had, stak de laborante haar hoofd om de deur. Met een stralende glimlach vroeg ze: ‘Wie wil er geprikt worden?’. Het leek wel of ze aan een groep kinderen vroeg wie er een lolly wilde.
Ik stond op en liep naar binnen. Ze moest wat gegevens noteren. ‘Bent u van een twee- of een drieling?’ Ik keek vreemd op van deze vraag.
‘Nee, hoezo?’ vroeg ik. Het bleek om het voorkomen van persoonsverwisselingen te gaan.

Ik stroopte alvast mijn vest op.
‘Wat een mooie aders hebt u’ complimenteerde de prikjuffrouw mij.
Mooie aders, ik had het nog niet eerder van iemand gehoord. Ik keek er nog eens goed naar, tenslotte is het leuk als iemand iets mooi aan je vindt. Ik vond er eerlijk gezegd geen bal aan, aan die aders van mij. Een blauw streepje, meer is het niet. Maar misschien werkt zoiets wel net als bij kunst; de kunstenaar of de kunstliefhebber ziet er van alles in, terwijl ik vaak denk: tja.










Reacties (16)

De dagen, de weken, ze glijden voorbij
Al vier weken ben je er niet meer bij
Ik ben je kwijt, voor altijd
Ik probeer verder te gaan
Soms lukt het best wel goed, soms krijg ik het niet gedaan

Ik vraag me af waar je bent
Of je daar misschien anderen kent
Of er überhaupt hierna iets is
Ik weet het niet, ik gis en gis

Ik zou er zoveel voor willen geven
om je even terug te zien, al was het maar voor even.

Lees meer...   (14 reacties)
Toen ik afgelopen week mijn werk weer hervatte, waren er twee leuke berichten: twee kerngezonde baby’tjes waren geboren. Nieuw leven. Twee kleine jongetjes, geen broertjes overigens, mocht u dat denken.
Voor beide ventjes kocht ik vandaag een cadeautje. Ik houd daarvan, kleine babyspulletjes door mijn handen laten gaan in zo’n winkel vol met zwangere vrouwen of nieuwbakken moeders.

Een half uur daarvoor zat ik nog in het mij inmiddels bekende kamertje bij de bloemist. Ik zocht namens het team en de ouders een stijlvol rouwarrangement uit. Voor de bijzondere man uit mijn logje van jl. 16 mei. We waren allemaal voorbereid op dit heengaan, maar toch is het slikken dat zo’n bijzondere, fijne man er niet meer is.
Vanavond en morgen nemen we met het hele team afscheid.

Terwijl ik in mijn autootje van de bloemist naar de Prénatal reed, liet ik mijn gedachten de vrije loop. Ik dacht aan mijn zusje, ik dacht aan de twee nieuwe baby’tjes, ik dacht aan opa H. Ik draaide het raampje open en liet de wind door mijn haren blazen. De radio deed ik uit.

Ik dacht ook aan een mail, die ik kreeg van vriendin J.
Ze had een bladzijde uit een boekje met uitspraken van kinderen voor me gescand. Er stond in een kinderlijk handschrift: ’Lieve God, in plaats van mensen te laten doodgaan en alsmaar nieuwe te maken, kunt u die we al hebben, niet gewoon houden?’.

Het klinkt zo simpel en we zouden het soms zo graag willen. Maar die twee blije moeders dan? Leven en dood, het ligt dichtbij elkaar. Ik zuchtte maar eens.
 
 
Lees meer...   (6 reacties)

De dagen van regelen zijn bijna voorbij. De brievenbus ligt niet meer vol met kaarten en ook de bloemenbezorger heb ik de laatste dagen niet meer aan de deur gehad.
Het wordt wat rustiger om me heen.
Ik heb (neem) tijd om alles te laten landen. Om te laten bezinken wat er is gebeurd.
Het verhaal hoef ik niet meer een paar keer per dag te vertellen.

Ik realiseer mij dat het gewone leven zijn aanvang weer gaat nemen. Dat is goed. We moeten verder.
Er moet weer gekookt worden op de gekste tijdstippen; thuis- en uitwedstrijden, trainingen, vergaderingen en andere activiteiten vullen de agenda’s.

De eerste dagen na het afscheid bezocht ik de plaatselijke Albert Heijn. Ik liep op een drafje langs de schappen, mikte in mijn mandje wat er op mijn lijstje stond.
Met neergeslagen blik sloot ik aan in de rij bij de kassa, hopend dat ik geen bekenden tegenkwam. In de auto slaakte ik een zucht van verlichting. Ik trok me weer terug in mijn eigen wereld, die op dat moment groot genoeg was om te kunnen behappen.

Ik merk aan mezelf dat ik weer belangstelling heb voor de dingen om me heen. Gisteren plande ik een etentje met mijn tennisvriendinnen en ging naar de verjaardag van een goede vriend.
Mijn lach klonk door de keuken, om een opmerking van mijn jongste.

Ik fietste weer naar mijn tennisvereniging en stond langs de lijn op de voetbalclub.
Natuurlijk ontbijt ik regelmatig met beschuit met tranen, of lig ik ’s nachts zachtjes snikkend op mijn kussen, maar het komt goed.
Liefde, verbondenheid en veerkracht is wat we hebben en delen met elkaar.

Toen ik vanochtend mijn blik neersloeg en naar de grond keek, zag ik door mijn tranen, de draden liggen. Ik probeer ze voorzichtig op te pakken. Eén voor één.



 

Lees meer...   (20 reacties)
Het leuke shirtje wat ik had gekocht, bevatte na slechts één keer wassen, drie gaatjes. Ondanks dat ik het met alle zorgvuldigheid had behandeld en het zelfs in een wasnetje had gestopt voor ik het in de machine mikte.
Enfin, ik reed dus terug naar de winkel om een nieuwe los te peuteren.

Ineens zag ik achter mij een politiebusje opdoemen. Na een tijdje leek het wel of ze mij volgden. Nu ben ik nog van de generatie die ontzag heeft voor de blauwe dienders, dus ik bleef een beetje nerveus in mijn achteruitkijkspiegel kijken wat er gebeurde. Ze bleven mij strak volgen.
Even later parkeerde ik mijn Fiëstaatje en vrijwel meteen toen ik wilde uitstappen, stopte het politiebusje naast me. De schrik sloeg mij om het hart.
Koortsachtig dacht ik na wat ik verkeerd kon hebben gedaan. Riem om, papieren bij me, richting aangegeven, niet te hard (hoewel ik dat niet helemaal zeker wist, ik rijd namelijk bijna altijd ietsje te hard, maar noem dat zelf sportief), niemand klem of omver gereden. Check.

‘Goedemiddag mevrouw’ begroette de forse man mij. Zijn vrouwelijke collega bleef op een afstandje staan. ‘Goedemiddag’ stamelde ik. Ik word altijd een beetje nederig als ik voor zo’n uniform sta. En deze was ook XXL.
‘Hebt u net zitten bellen onder het rijden?’ vroeg hij met barse stem.
‘Ik?’ (ja wie anders, muts) deed ik heel verbaasd. ‘Nee hoor, ik heb dat niet gedaan’. ‘Echt niet!’.
Ik werd een beetje paniekerig, want ik zag mezelf al een vette bekeuring krijgen voor iets wat ik echt niet had gedaan.
‘U mag mijn telefoon checken, dan kunt u zien wanneer ik voor het laatst gebeld heb’ zei ik. ‘Nou, ik weet het ook niet zeker hoor mevrouw, maar het leek erop’ zei de agent.
‘Dus ik geloof u op uw woord. Fijne dag verder’. Voor ik het wist, reden ze weer weg, mij beduusd achterlatend. Een paar mensen die stil waren blijven staan aan de overkant van de straat, keken mij aan. Ik voelde de ogen op mij gericht en had de neiging te roepen dat ik heus niets had gedaan. Ik haalde snel een parkeerbonnetje en nam een vluchtroute door de HEMA.

Flikken Hengelo, het bestaat! Fijne winkels waar je gewoon een nieuw shirtje krijgt trouwens ook.

Lees meer...   (14 reacties)
Al jaren kennen wij hem, vader en opa H. De man is iedere zaterdag van de partij om de wedstrijden van zijn kleinzoon te zien. Hij is zelfs opgenomen in de mailgroep van de ouders van de spelers, zodat hij altijd op de hoogte is van alle wedstrijden en activiteiten. Samen met ons, ouders, staat hij langs de lijn.
Een aardige, betrokken opa van één van de spelers uit het team van middelste. Onze zoon en zijn kleinzoon zijn behalve teamgenoten ook vriendjes; ze spelen en logeren regelmatig bij elkaar.

Vorig jaar winter speelden de beide jongens allebei bij FC Twente. Op woensdagmiddag, tijdens de trainingen, stonden opa H en ik dan naast elkaar langs het trainingsveld. Vaak dronken we tussendoor een kopje koffie samen. We kletsten over van alles en nog wat, want zo’n training duurt alles bij elkaar wel twee uur. Ik wist van het stille verdriet van het verlies van zijn vrouw, maar ook van het plezier wat de kleinkinderen hem geven. Iedere week logeert zijn kleinzoon bij hem. Wat fijn als je zo’n band met je opa hebt. Soms moest ik daar een beetje van slikken, mijn kinderen hebben dat niet (gehad) met hun beide opa’s.

Op één van de allereerste trainingen die mijn middelste bij de voetbalacademie had, kreeg hij een harde trap tegen zijn knieschijf. Het knietje moest gehecht worden en er waren tranen bij onze blonde held. We waren nog niet thuis van de huisartsenpost, of de telefoon ging. Opa H belde om te vragen hoe het met de knie van C was. Dat vond ik zó attent en lief van hem! Het is me altijd bij gebleven.

Opa werd ziek, ernstig ziek, maar herstelde redelijk en als vanouds was hij weer van de partij op zaterdag. De laatste weken was hij niet zo fit, viel kilo’s af en voelde zich niet top. Inmiddels weten we dat het niet lang meer zal duren of opa H zal niet meer in ons midden zijn. Zelf is hij zich heel erg bewust van dat trieste feit en heeft een aantal zaken geregeld.

Van de week ging lief even bij hem langs. Zomaar, voor een kopje koffie en even horen hoe het gaat. Ik heb diepe bewondering voor hoe opa H omgaat met de situatie. Zo open en ogenschijnlijk gemakkelijk als hij praat over het naderende einde en zijn stille verdriet daarover. Vanavond zag ik hem weer en spraken we over hoe het nu is. Ik sloeg mijn arm om hem heen en verzekerde hem dat ik veel aan hem denk de laatste dagen. We gaven elkaar drie zoenen en een dikke knuffel voordat ik met drie uitgelaten jongens, waaronder zijn kleinzoon, terug naar mijn auto liep. Terwijl zij hun kampioensschap vierden, pinkte ik een traantje weg.
 

 

Lees meer...   (14 reacties)
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl