doorgaatervoor.punt.nl
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen in deze categorie!
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!
Laatste reacties

  

 

Het is alweer bijna een week geleden, maar mijn moedertje verjaarde. Eigenlijk is zij met haar 80 jaar nu een bejaarde. Dat rijmt,  het is alleen niet waar, mijn moeder is verre van een bejaarde. Ons mam is nog prima bij de tijd en weet goed wat ze wil.

Zus en ik verzochten de hele familie om een A4-tje te fröbelen met een wens, anekdote of herinnering. Al die bijdragen bundelden wij in een versierde map en het werd een prachtig document. Mijn moeder was er verguld mee. Vooral de zwart-wit foto’s uit de jaren ’40, waarop haar beide ouders stonden, maakten haar emotioneel. We spraken de wens uit nog lang van haar te mogen genieten, gaven haar cadeaus en hieven het glas. Op dat moment miste ik weer erg mijn andere zus, we zijn toch niet compleet zonder haar.

De volgende dag was het weer feest, want we gingen naar Parijs. We wandelden in het park rondom de Eiffeltoren, kwamen hijgend van al die trappen bij de Sacré Coeur aan en genoten van de sfeer en de heerlijke zon.
De volgende dag sjouwden we over de Champs-Elysées, maakten selfies bij de Arc de Triomphe en deden een tour in een open bus, zoals het echte toeristen betaamd.
We lunchten met uitzicht op de Notre Dame. Op zijn Frans met rode wijn erbij. Dat bleek later op de middag voor een wat loom gevoel in de beentjes te zorgen, maar à la.

We doorkruisten de stad met de metro en shopten nog wat links en rechts. ’s Avonds streken we neer in een gezellig tentje. De ober gooide heel gezellig een vol glas rode wijn over mijn ecru jeans en splinternieuwe trui. Zoals vriendin D later zei: wat een incroyable dombo! Ik spoedde mij naar het hotel, schoot in mijn oude spijkerbroek en trok een andere trui over mijn hoofd. Nadat de betreffende ober zevenhonderd keer ‘I am sorry’ had gezegd en ik de aangeboden fles wijn had afgeslagen, aten we ons maal. Na afloop kissebisten we nog wat over de vergoeding, mijn broek en trui waren immers voor eeuwig naar de gallemiezen.

De laatste dag bezochten we het Cité des Sciences et de l’Industrie; een soort interactief wetenschap- en techniekmuseum. We zagen een prachtige film over de ruimte in het planetarium, deden allerlei proefjes en lachten om onszelf in een filmpje. Aanrader!
Nadat we bijna vast zaten in de parkeergarage omdat het betalingssysteem niet werkte, de kinderen al juichten dat we dan nóg langer in Parijs moesten blijven, reden we dan toch terug naar huis.

Soms is het leven een feest.

Reacties (9)

Maanden geleden kocht ik een boekje over Madrid. Het plan was om in de herfstvakantie naar die stad te gaan. Ik checkte ticketprijzen, zette leuke hotelletjes bij mijn favorieten en droomde zo een beetje verder.
Ineens realiseerde ik me dat onze student geen herfstvakantie heeft. Natuurlijk is het goedkoper om vier tickets te kopen en is het bovendien makkelijker om een appartement voor vier dan voor vijf te vinden, maar leuk is het natuurlijk niet. Het is niet wat een moeder wil, met twee van haar drie zonen een stad ontdekken. Ik voel me toch al zo geamputeerd de laatste tijd.

Ongetwijfeld zal het wel vaker voorkomen in de nabije toekomst, dat oudste er niet bij kan zijn. Maar om nu meteen, de eerste vakantie sinds hij op kamers woont, met zijn vieren zo’n leuk tripje te maken, dat voelde toch niet goed.
Dus boekte ik een huisje aan het water in Friesland. Niet in Groningen, hoewel daar ook water is, want dat staat dan weer zo truttig. Haha. Dit is gewoon verkapte truttigheid.

Enfin, we gaan dus een paar dagen naar Friesland. Het schijnt dat we zelfs vanuit de achtertuin van het huisje met een boot naar Schiermonnikoog kunnen. Hoe leuk is dat? Geen idee, want ik ben er nog nooit geweest. Dus als u leuke tips heeft, gooi maar in de reactiebox.

Ik hoorde trouwens dat het maar een half uurtje rijden is van ons huisje-aan-het-water naar Groningen. Nah, is dat even handig!







Reacties (16)

Van de week ging het ineens over kamperen. Geloof het of niet, maar ik heb dus nog nooit van mijn leven gekampeerd. Ik zie weleens zo’n verzameling bontgekleurde tenten op een veld en voel daar dan niks bij. Het is niet dat ik een hekel heb aan campings of zo, want als ik weleens bij een vriendin een dagje op de camping kom, dan zit ik ’s avonds altijd meteen op Marktplaats naar caravans te kijken en dan zeur ik of lief bij zijn volgende auto een trekhaak wil bestellen.

Nu zullen er vast mensen die zeggen dat bivakkeren in een caravan niet echt kamperen is. Maar ik vind, dat als je de hele dag op tuinstoelen zit en kookt op zo’n butagas ding en water moet tappen bij een kraantje even verderop, dan is dat kamperen.
Van de week vertelde iemand dat het gebrek aan muren (in het geval van een tent) een gevoel van vrijheid geeft. Dat het dan net lijkt of je buiten slaapt.
Nu heb ik in mijn hele leven welgeteld één keer buiten geslapen, op een strand nog wel. Dat was na een avondje barbecueën met iets teveel wijn op Curaçao. Het buiten slapen was op dat moment niet zozeer een keuze, maar meer de meest verantwoorde oplossing. Op de één of andere manier kan ik me niet meer herinneren hoe het voelde om geen muren om me heen te hebben. Wel weet ik nog dat mijn hoofd als beton voelde, de volgende ochtend.

We hebben twee keer een huisje op een camping gehuurd, in Frankrijk. Stiekem vond ik het wel fijn dat ik na het koken de troep in de vaatwasser kon zetten, toen ik de buurkinderen ruzie hoorde maken wie er aan de beurt was om de afwas te doen. Uiteindelijk zag ik de vader van het gezin mopperend met een teiltje met potten en pannen over het terrein sjokken. Ik ben dan een heks en heb leedvermaak. Ook vond ik het fijn dat ik mijn eigen douche had en niet met mijn schone jurkje en een toilettas onder mijn arm naar één of ander gebouw hoefde te lopen, waar dan de haren van de voorganger nog in het putje zitten.

Ik zit nu een beetje negatief te doen, omdat ik dat leuker vind voor het stukje, maar ik wéét het natuurlijk helemaal niet hè?! Ik ben van huis uit niet opgegroeid met kamperen, de enige haringen die ik ooit gezien heb, waren de zoute haringen van de markt.










Reacties (17)

Persoonlijk verkies ik het strand boven een zwembad. Hoe lekker het ook is om een verkoelende duik te nemen in een zwembad, ik prefereer een zandstrand.
Al die mensen die zeuren over ‘al dat zand’, ik begrijp dat niet. Dat er zand in grote hoeveelheden op een zandstrand ligt, lijkt mij toch een minimale voorwaarde.
Natuurlijk plakt dat aan je voeten als je uit zee komt, maar op ieder fatsoenlijk strand staan douches, dus dat spoel je er zo weer af.

Ik vermaak mij kostelijk op het strand. Het leukste is een familie of groep mensen volgen die net arriveren. Er wordt uitgebreid bekeken waar ze hun kamp zullen opslaan. Alsof het wat uitmaakt of je drie meter naar links of naar rechts ligt. Enfin, meestal gooien de kinderen dan hun T-shirt en korte broek of jurkje ergens in het zand, schoppen hun slippers uit en rennen naar de golven.

Moeder raapt zuchtend de zooi op, vouwt het op en legt het in een tas. Vader is druk met de parasol. Op aanwijzing van zijn vrouw steekt hij het ding in het zand. Sinds wij een soort schroef hebben die je in het zand kunt draaien, waait die van ons nooit meer weg. Des te meer hilariteit als dat bij een ander wel gebeurt.

Dan komt de zonnebrandcrème uit de tas. Vrouw smeert man en kinderen in, man smeert vrouw in. Je ziet dan dat vrouwen dat subtiel doen, ze gebruiken niet meer dan nodig is en letten erop dat verbrandingsgevoelige plekken worden meegenomen in het smeerproces; oren, neus, nek, flanken en knieholtes. Een man knijpt de halve fles leeg en even later zie je een glanzend witte vrouw naast hem liggen. Zij moppert nog wat van ‘niet zovééhéél!’, maar het leed is al geschied. Die avond zal ze een nog net zo blanke rug hebben, maar wel vuurrode flanken, nek en knieholtes, het arme mens.

Uiteindelijk keert de rust terug. Na een poosje komen de kinderen terug uit zee. Ze grijpen hun handdoek en gooien daarmee een paar kilo zand over mama’s net ingesmeerde rug. ‘Wég, met die handdoek!’ roep zij geagiteerd. De kinderen zijn zich van geen kwaad bewust. Twee minuten later vragen ze om een ijsje. Eerst doet vader net of hij niks hoort. Moeder lijkt verdiept in haar boek ‘Vijftig tinten’. Dat heeft ze speciaal voor de vakantie bewaard. Dan hebben ze namelijk weer tijd voor seks. Hoewel dit genre niet haar manier van eh.. nou ja, doen is, krijgt ze er wel een bepaald gevoel bij. Een beter gevoel dan thuis in Heerhugowaard.

De vraag om een ijsje duurt al meer dan kwartier en gaat op een steeds zeurderiger en dwingender toon. Uiteindelijk gaat pa overstag, geeft de kinderen vier euro en gebaart naar de strandtent. Hebben ze wat ze willen en hebben we dat ook weer gehad, zie je hem denken. Net als hij weer met gesloten ogen van de zon geniet en niet meer denkt aan zijn drukke baan in de Randstad, komen de kinderen terug. ‘We moeten meer geld pap!’. IJsjes zijn namelijk duur aan de Costa.

De kinderen likken tevreden aan hun ijsje, moeder zucht nog eens en glimlacht af en toe boven haar boek en papa loert stiekem naar de topless zonnende Spaanse meiden voor hem.










Reacties (7)

Daar ben ik weer mensen, gebruind en al. Het was een tópvakantie, daar aan die Spaanse Costa. Sorry voor als u iemand bent die houdt van bergen beklimmen, beroemde musea en die soort zaken, dan klikt u maar even door. Ik had gewoon een ordinaire strandvakantie. Zo enorm relaxed, echt, ik geeuw er nog van.

Deed ik dan helemaal niets? Jawel, natuurlijk wel: we zaten in een kabelbaan in Barcelona, (dus eigenlijk heb ik toch wel een berg beklommen), we tennisten (maar niet zo vaak want een baan huren kostte twintig euro), we sjouwden door Gerona en door tal van kleine, middeleeuwse nederzettingen en schattige dorpjes. Maar ik lag ook heel veel aan het strand met mijn meer dan 70 boeken. Gelukkig stonden die op de e-reader, anders was het natuurlijk geen vakantie geweest.

Enfin, we waren zo ontzettend blij voor middelste dat zijn gips eraf mocht, vlak voor ons vertrek. Nu zou hij heerlijk kunnen zwemmen, duiken en plonzen in zee, zwembad en jacuzzi.
Dat liep een tikje anders; hij kreeg namelijk de eerste donderdag een middenoorontsteking en mocht de rest van de vakantie niet meer onder water en ook geen spetters krijgen in dat oor. El doctor gaf een tas vol medicatie mee. Dus toen de broertjes en de vrienden op zo’n banaan achter een speedboot gingen, kreeg hij een dikke Magnum.

Verder waren er ook nog vrienden van ons; we borrelden, gingen samen naar het strand, vierden twee verjaardagen en waren net een Bertolli familie, toen we met tien man op ons terrasje aan de maaltijd zaten. Gezelligheid!

Op een dag waren we op een strandje in een baai verderop. Aan het einde van de middag vonden we onze teint voor die dag genoeg bijgewerkt en braken op. Zoals altijd keek lief naar de lucht (tic die hij van zijn vliegtijd heeft overgehouden). ‘Er komt een buitje aan’ sprak hij de legendarische woorden. ‘Nou, dan gaan we’ zei ik en pakte de hele zooi bij elkaar. Onderweg werd de lucht wat dreigender en we waren dan ook blij dat we thuis waren. De deur was nog niet achter ons dicht of het kwam met bakken uit de lucht. Geen regen, maar hagelstenen, zo groot als tennisballen. Spectaculáir mensen! Maar eerlijk gezegd ook een beetje eng. De bliksem flitste, het stormde en het leek of er een oorlog was uitgebroken. Takken zwiepten van de bomen en vuilcontainers kiepten om. We sms’ten onze vrienden om te checken of zij safe waren. Gelukkig waren ook zij net thuis. Hun jongens hadden een half uur ervoor nog op de surfplank gestaan! De andere vrienden zaten in Barcelona en hadden nergens last van.
Toen alles na een paar uurtjes weer back to normal was, telden we de deukjes in onze auto.
Daarna deden we een wijntje op de goede afloop, tenslotte waren er ook mensen die alles kwijt waren (auto, caravan) of die lichamelijk letsel hadden opgelopen.

En nu zijn we weer terug. Zoals altijd, heb ik daar moeite mee. Ik verlang naar het Spaanse ritme, de taal, het uitzicht op de bergen en de zee. Vanavond eten we tapas.












Reacties (8)

Ik had gehoopt hier verslag te kunnen doen van ons verblijf in de Provence. Vorige week reden wij maar liefst 1100 km om toch vooral nog even te kunnen genieten van wat zonnestralen, een zwembadje, eten op een terrasje en zulks. Toen we bijna op de plaats van bestemming waren, kregen we een melding via ons navigatiesysteem voor gladheid. De temperatuur was gedaald naar vier graden en het sneeuwde. Echt waar mensen! Ik ging op meivakantie en ik waande me op wintersport.

Hoe blij was ik, dat ik nog snel de warme jassen van de jongens in de auto had gegooid en mijn eigen lange laarzen in de schoenentas had gedeponeerd! De regen striemde in onze gezichten, toen we de deur van ons verblijf openmaakte. Een koud chalet, want we waren de eerste bewoners van het seizoen. Ik zette de mini verwarming op ‘max’ en maakte gauw warme koffie. Toen de koffie net doorgelopen was, viel de stroom uit.

Lief en ik keken elkaar aan. Ik wilde niet meteen gaan klagen en zeiken, maar het was eerlijk gezegd wel wat ik het liefste wilde. Omwille van de jongens trokken we een grimas en beloofden om ’s avonds ergens lekker te gaan eten. Ergens waar het warm is, voegde ik er in gedachten aan toe. Het licht floepte weer aan en we keken eens naar buiten. De regen kwam met bakken naar beneden.

De volgende dag was de temperatuur weliswaar naar 8 graden opgelopen (Hoezee!), maar de regen kwam nog steeds met bakken uit de lucht. Rillend in mijn zomerjasje, maar gelukkig wel met mijn warme laarzen aan, vertrokken we naar Orange. Een mooie stad, maar in de regen toch wat troosteloos. Na warme koffie en chocolademelk in een typisch Frans café, reden we de route door de Gorges d’Ardèche. Prachtig! Af en toe renden we uit de auto met onze paraplu om een foto te maken.

De dag erna zagen we Avignon, waar we uiteraard even naar het pauselijk paleis gingen en naar de beroemde brug. Ook Nimes bleek een prachtige, oude stad. We bezochten er het colosseum en deden de audio rondleiding. Zo bleven we toch weer twee uurtjes droog!

Voor woensdag stond het Aerodrome van Montélimar op het programma. Dit is grotendeels buiten. Aangezien het wederom hoosde van de regen, besloten we om de 1100 km naar huis te aanvaarden. We genoten van onze overnachting in een geweldig hotel in Trier, aten er ’s avonds een heerlijk diner en reden de volgende dag naar Oberhausen.

Nog nooit was ik in het shopwalhalla Centro geweest, dus dat moest er maar eens van komen. We shopten nog wat, dronken koffie bij de Starbucks en gingen toen lekker naar ons warme huis. De volgende dag begon in Nederland de zomer.

Als kers op de taart kregen we van de camping een mailtje dat ze bijna honderd euro van onze creditcard zouden inhouden, omdat het huisje niet schoon was achtergelaten. Terwijl ik u kan verzekeren dat de plee blonk en de badkamer glom.











Reacties (14)

Kent u die reclame van Sunweb? Met Harry? Ik moet daar iedere keer om lachen. Hier in huis zeggen we telkens: ‘Bedankt Harry’. Heel flauw, ik weet het.
Waarom vind ik het eigenlijk een leuke reclame? Geen idee, ik denk omdat het over reizen gaat en dat is ‘zeg maar echt mijn ding’.

Het is toch best sneu als je een opleiding in het toerisme volgt en er helemaal geen werk in kunt vinden. Arme Doortje Dessing.
Om toch een beetje aan mijn drang naar het geven van reistips te voldoen, dien ik graag mensen van advies. Ook ongevraagd ja.
Bijna altijd wordt dat gewaardeerd. Zo ontving ik vorige week een whatsapp’je van een tennismaatje. Hoe dat plekje in Spanje ook alweer heette waar ik afgelopen zomer zo enthousiast over was. Ik gaf hem de plaats en nog een accomodatie tip.
Dinsdagavond vroeg mijn schoonheidsspecialiste welk huisje ze het beste kon boeken op het park dat ik haar vorig jaar had aanbevolen. Ze is er afgelopen zomer geweest, maar wil nu in een ander huisje op dat park. Dat had ik vorig jaar ook al tegen haar gezegd, maar toen had ze al geboekt. Ik gaf haar het mailadres van een huiseigenaar.

In het paasweekend speelt middelste een internationaal voetbaltoernooi in de Dolomieten. We gaan met een klein groepje ouders mee. Ik heb me ongevraagd opgeworpen als reisleidster. Ik zocht een hotel uit, mailde de eigenaar of we korting konden krijgen en voilà; we gaan met 11 man naar Rovereto en logeren in een fijne bed & breakfast. Uitzicht op de bergen, omgeven door de prachtige natuur. De wandelroutes beginnen zo ongeveer bij de voordeur van het hotelletje.

Vanochtend een sms’je van een vriend: ‘Wij gaan naar hetzelfde gebied als jullie in de zomervakantie. Omdat je zo enthousiast erover was. Misschien kunnen we ter plekke nog wat leuks samen ondernemen?’. Het lijkt me leuk om met onze gezinnen naar het vulkanisch landschap te gaan daar. Wandelschoenen en picknickmand mee, holadiejee.

Dus mocht u nog een adviesje nodig hebben met betrekking tot uw vakantie, klop dan gerust aan. Mocht u plannen hebben om naar Curaçao af te reizen, dan kunt u mij het beste erbij boeken. De beste gids die zich u maar kunt wensen. En ik doe het gratis. Nou ja, bijna gratis, slechts een ticket kost het u.












Reacties (19)
Naar de geboortestad van de paella. Een door mij geliefd gerecht. Ik at het afgelopen zondag, een uurtje na aankomst! Eigenlijk ben ik het meeste fan van de paella marisco (met vis en schaaldieren) maar in Valencia, waar ik was, is het paella Valenciana (met kip en konijn) wat de klok slaat. Simpel, maar lekker. De combinatie van de Spaanse sfeer, een glas vino tinto, de zon en zo’n bordje voor mijn neus; ik word daar blij van.



Na deze late lunch, wandelden wij maar eens richting de Stad van de Kunst en de Wetenschap, een apart deel van Valencia, op een steenworp afstand van ons appartement. We troffen daar de hele familie van www.hetrechtvandesterkste.nl voor het eerst. Het voelde meteen goed. We dronken gezellig wat aan de rand van het water en sloten het kleine meisje in ons hart. Tot over twee weken Tijmen en José!



Achter ons werd het Valencia Open gespeeld. Lief en zoon zagen zomaar Djokovic in het wild lopen. Ik baalde dat ik mijn tennisracket thuis had gelaten. Misschien had hij….?

We logeerden achthoog in een flatgebouw tussen de Spanjaarden. Geen toerist te bekennen. Het complex bestond uit vier gebouwen, met in het midden een gemeenschappelijk zwembad, tennis- en squashbaan en een gym. Fijn voor de Spaanse kindertjes, want in een flat zonder balkon ben je natuurlijk wel een keertje uitgespeeld. Er was een kleine bodega, waarschijnlijk opgericht door de buurtvereniging, althans zo leek het. De lokale mannen keken iedere avond op twee grote schermen voetbal, de dames speelden spelletjes rond de tafel. Je kon er boeken lenen, gezelschapsspellen of een recept opzoeken uit een hele rits kookboeken, maar ook een eenvoudige maaltijd eten. Iedere avond zaten wij er even bij en werden door iedereen vriendelijk begroet. We bestelden allemaal één of twee drankjes en betaalden nooit meer dan €10.

Maandag bezochten we het L’Oceanogràfic, het grootste aquarium van Europa. Een heel rustig en mooi aangelegd park met tal van bijzondere vissen en vogels. Een oase van rust in de drukke stad. Bij de dolfijnenshow werd Coen uitverkoren om mee te doen. Natuurlijk betaalden we een fortuin voor de foto die de fotograaf van hem maakte. Het via een code op Twitter of Facebook slingeren was dan wel weer gratis.



Dinsdag namen we de bus naar het centrum. Overal waar we keken zagen we prachtige gevels, kerken en gebouwen. De arena deed me een beetje aan het Colosseum in Rome denken. Het stationsgebouw is zó mooi, dat je bijna de trein zou missen.
Net als de Spanjaarden lunchten wij tussen 14:00 en 16:00 uur en genoten van al het lekkers dat op het menu del dia stond.



Woensdag namen we een andere bus, dit keer richting strand. Een enorm breed zandstrand, waar anderhalve kip en een paardenkop lag. En wij dus. Op een bedje in de zon las ik wat hoofdstukken van het boek ‘The Help’, waarvan ik een tijdje terug de verfilming al zag. Tegen de middag lunchten we aan de boulevard in één van de vele eettentjes.



Op de terugweg kwamen we langs een kapsalon en ik opperde dat Coen wel een knipbeurt kon gebruiken. Zodoende lag hij even later achterover en werden zijn blonde lokken door een Spaanse schone gewassen, geknipt, weer gewassen, geföhnd en gestyled. ‘Qué cambio!’ riep het personeel enthousiast uit bij het zien van de metamorfose. Ik had een nieuw kind! Helaas weer geen meisje
J




Donderdag voegde ook oudste, die de hele week in het appartement had zitten blokken voor de aanstaande schoolexamens, zich weer bij ons. We bezochten wederom het centrum en vulden ieders garderobe aan. Het wemelde er van de FC Twente supporters. Helaas werd het een wedstrijd waarvoor je beter niet naar Spanje had kunnen afreizen en ook net die avond regende het pijpenstelen. Ik had te doen met mijn tennismaatjes die en masse hun voetbalclub waren komen aanmoedigen. De volgende dag, op de luchthaven, zag ik dat ze er nog een kater van hadden. Ik niet, mijn hoofd was licht en ik voelde de zon nog nagloeien op mijn wangen.



Lees meer...   (3 reacties)
Haar besluit stond vast. Ze had er niet lang over na hoeven denken. Niet dat het had gekund. Het idee was ontstaan kort nadat ze thuis was gekomen.
Anna reed rustig terug. Vandaag was ze uit het ziekenhuis ontslagen, na een verblijf van vier weken.
Het aanbod van vrienden en familie om haar op te halen en naar huis te brengen, had ze vriendelijk doch beslist afgeslagen. Het was tijd om even alleen te zijn.

Haar gedachten gingen terug naar de afgelopen maanden. Een tijd waarin ze was veranderd van een vrolijke, onbezorgde jonge vrouw in iemand wiens leven een absurde wending had genomen.

Ze draaide de volumeknop van haar radio wat hoger en zong hard mee. Het deed haar goed zich te laten gaan. Wekenlang had ze immers plichtsgetrouw alle raad en advies van haar arts en de verpleging opgevolgd. Trouw alle medicijnen tot zich genomen.
Gillend had ze weg willen rennen, maar ze had het niet gedaan.

Bij het stoplicht keek ze even naar de auto rechts van haar. De bestuurder keek haar aan. Het was een jonge man, zag ze. Hij lachte, waarschijnlijk omdat ze zo hard zat mee te zingen. Ze lachte terug en voelde zich wat lichter.
Even wierp ze een blik in haar achteruitkijkspiegel. Niemand kon aan haar zien wat er aan de hand was. Nog niet.

Daarom moest ze het nu doen. Nu het nog kon. Met één hand wreef ze over haar hoofd en voelde of het sjaaltje nog op zijn plek zat. Het was een vrolijk oranje met geel geval, wat goed paste bij haar topje en rok. Laat in ieder geval mijn kleding vrolijk zijn. Dat was haar motto geworden.

Een half uurtje later parkeerde ze haar kleine zwarte auto in de parkeergarage onder het appartementengebouw. Op een drafje liep ze naar de lift, maar bedacht zich toen. Voortaan zou ze de trap nemen, dat zou haar conditie ten goede komen.
Hijgend bereikte ze de derde etage. Ze diepte de sleutels uit haar tas en slaakte een zucht van verlichting toen ze haar eigen stek weer binnen trad.

Met een zwaai gooide ze haar tas op de bank en liep regelrecht door naar de gezellige woonkeuken. Op de tafel prijkte een enorme bos voorjaarsbloemen. Nieuwsgierig las ze het kaartje ‘Fijn dat je weer thuis bent, kus E’. Ze herkende onmiddellijk het handschrift van haar zus. Evelien , die altijd voor haar klaar stond.

In de koelkast vond ze een keur aan lekkernijen. Evelien had het weer goed geregeld. Met een glimlach pakte ze een zakje van de bovenste plank. Een tompouce van de HEMA. Hoe vaak had ze samen met haar zus een tompouce gegeten? Het roze glazuur wat aan hun lippen bleef kleven en waarmee ze dan een snor maakten en typetjes gingen uitbeelden. Hoe hard hadden ze daar als kind al niet om kunnen lachen? Even ging er een steek door haar heen.

Om haar gedachten te verzetten maakte ze thee. Met de hete thee in haar ene en de tompouce in haar andere hand, liep ze terug naar de woonkamer. Voor het raam bleef ze staan. Iets te hard zette ze haar mok op de salontafel waardoor het water over de rand spatte. Morgen zou er een kring zitten. Maar wie maalde er nog om een kring op de tafel?

Langzaam ontleedde ze de tompouce: eerst at ze het met roze glazuur bestreken bladerdeeg, om daarna de zachte gele pudding in haar mond te stoppen. Het smaakte anders dan anders. Ze had dat ook gelezen in de vele artikelen. Je smaak kan veranderen. Nou, dat klopte dan alvast.

Net toen ze de laatste hap wilde nemen, rinkelde de telefoon. Met een volle mond nam ze op. ‘Ik wilde even zeker weten of je veilig thuis bent gekomen en of je toch niet liever hebt dat ik even kom’ klonk een serieuze Evelien .
Anna slikte en veegde met haar mouw langs haar kin en mond. ‘Anna?’

‘Ja ja, het gaat goed hoor. Dankjewel voor de lekkernijen en de bloemen. Lief van je’. Krampachtig probeerde ze opgewekt te klinken. Maar Evelien kende haar zus door en door. ‘Ik spring nu in mijn auto en ben over een kwartier bij je’. Meteen daarna was de verbinding verbroken. Anna realiseerde zich dat haar zus precies had geweten waar ze nu behoefte aan had. Beter dan dat zij het zelf had geweten.

Was het niet altijd zo geweest in hun leven? Evelien die altijd zo goed wist hoe ze moest handelen. Die altijd zo zeker van haar zaak was. Evelien , haar grote steun en toeverlaat. Dat was wel weer gebleken de laatste maanden.

Anna liep naar de eettafel en zette haar computer aan. Zestig ongeopende mailtjes verschenen voor haar op het scherm. Ze begon ze één voor één te openen.

Wel tien van haar collega’s, allen informeerden ze hoe het met haar ging en stuurden haar hun groeten. Sommigen zelfs met ‘liefs’ ondertekend. Dat had ze van Willem niet gedacht. Die leek juist altijd een beetje afstandelijk.

Zeker acht mails met reclame. Ze klikte ze achter elkaar weg.
Een bericht van haar leesclubje. Met mooie woorden omschreven haar leesvrienden hoe ze zich hadden gevoeld toen ze het bericht over haar ziekte hoorden. En met net zoveel prachtige zinnen hoeveel sterkte ze haar wensten en hoezeer ze haar misten. En dat ze hoopten dat ze gauw weer zou kunnen deelnemen aan hun wekelijkse bijeenkomsten. Anna zuchtte, dat hoopte zij zelf ook.

Toen ze bijna halverwege was, hoorde ze de voordeur open gaan.
Evelien omhelsde haar en gaf haar een zoen. ‘Ik had je niet alleen moeten laten gaan’. Ze keek er schuldbewust bij. ‘Doe niet zo raar, Eef, ik had het toch zelf gezegd, dat ik alleen wilde zijn. Maar ik ben nu toch wel heel blij dat je er bent. Ik heb net de tompouce opgegeten, sorry, anders hadden we hem kunnen delen’. Ik zat net even mijn mail door te spitten. Wil je thee?’. Anna ratelde maar door. Evelien pakte haar bij de schouders en zette haar neer op de bank.

‘Kom eens even hier’ ze knuffelde haar zus en drukte haar een klein pakje in haar hand. ‘Omdat je zo sterk bent geweest en omdat ik van je hou’. Anna kreeg tranen in haar ogen en staarde naar het cadeautje.
Ze trok het lintje eraf en zag een sticker van een juwelierszaak. Toen ze het doosje opende, lag er een prachtige zilveren ring met een fel turkoois steentje in. Sprakeloos keek ze Evelien aan. ‘Prachtig’ was alles wat ze uit kon brengen.

Evelien pakte de ring en schoof hem aan de hand van haar zus. Ze had de ring zelf gepast in de winkel, Anna en zij hadden immers altijd dezelfde maat van alles gehad. Maar door haar ziekte had Anna wat aan gewicht verloren en dus was ze er niet zeker van geweest of de ring wel zou passen. Gelukkig was dat het geval. ‘Het is veel te gek joh’. Anna draaide haar hand zodat ze de ring goed kon bekijken.
‘Niets is voor jou te gek en ik hoop dat hij je geluk brengt. Op deze manier ben ik altijd een beetje bij je. De steen is een Amazoniet en staat voor vitaliteit en levenskracht, neemt spanningen en stress weg en werkt helend’.

Anna liet deze informatie even op zich inwerken en keek van de ring naar haar zus. Wat lief van Eef om dit aan haar te geven. ‘Dank je, Eef’ ik zal hem vanaf nu niet meer af doen.

Samen pakten ze de tassen van Anna uit en ruimden wat op. Aan het einde van de middag was Anna uitgeput. Maar ze zou weer energie krijgen. Anna zou gaan reizen. Reizen zoveel als ze nog kon.

  

Lees meer...   (17 reacties)
Nog maar amper uitgeslapen van het kampioensfeest van Coen, zaten wij alweer in de trein naar Berlijn. Het was een billenknijpende wedstrijd die zaterdag, tegen de Spartanen in Enschede, maar ons team won en werd daarmee kampioen in de hoofdklasse. Dat was maar goed ook, want wij ouders hadden er een enorme heisa van gemaakt. Voor ieder teamlid én voor de trainer een oranje poloshirt, bedrukt met rugnummer (met daarin een piepklein FC Twente logootje) en naam. Dat oranje was natuurlijk zeer prijsbewust gekozen; zo hoeven we van de zomer geen nieuwe shirtjes voor het aanmoedigen van Oranje.



Verder kregen de mannen kleine, net echte, kampioensschalen met inscriptie van de KNVB, was er champagne met eigen etiket in plastic flutes en zelfs een platte wagen voor een eretochtje over het parkeerterrein van de club. Uiteraard ook een patatje mét, aangeboden door het jeugdbestuur. Man man, wat een feest. De wedstrijd was om 10:00 uur en uit betrouwbare bron heb ik vernomen dat de laatste feestgangers om 18:30 uur het clubhuis verlieten.

Wij vertrokken richting Bad Bentheim en sprongen daar in de trein naar Berlijn. In vier uurtjes sta je dan heel relaxed op het Berliner Hauptbahnhof. Een architectonisch apart gebouw overigens.
Tijdens de reis had jongste zich verdiept in allerlei wetenswaardigheden over de stad. Met dank aan een attente dame op de voetbalclub die zelf een boekje voor kinderen had samengesteld, toen zij de stad afgelopen zomer bezochten. Het kwik was inmiddels gestegen naar 28 graden.

Laat in de middag arriveerden we bij ons appartement, dat zich op een steenworp afstand van het Hauptbahnhof bevond. Het stond in een soort hofje, waardoor wij geen enkel geluid van de straat hoorden en derhalve geslapen hebben als ossen. Dit kan echter ook veroorzaakt zijn door het feit dat ik mijn voetzolen minstens drie centimeter heb afgesleten van het vele lopen.
Vanuit het appartement was het een minuut of vier wandelen naar het dichtstbijzijnde metrostation. Wij namen de lijn naar Friedrichschain, dat tot de val van de muur tot Oost Berlijn behoorde. Op zich zijn er niet eens zoveel bezienswaardigheden in dit deel, maar de sfeer is er leuk.



We bezochten de East Side Gallery (een behouden stuk Berlijnse Muur) wat nu versierd is met graffiti. We vonden een Mexicaans restaurantje aan de rand van het Volkspark. Een gezellig park, vol met jonge mensen die er in groepjes bij elkaar zaten, al of niet rond een barbecue of met gitaar in de hand.

Maandag was het Koninginnedag, maar daarvan hebben wij helemaal niets meegekregen. Wij vertrokken na het ontbijt met de U-bahn naar de Brandenburger Tor, zagen de Reichstag en het indrukwekkende Holocaust Monument.



De Reichstag is dan weer apart met zijn glazen koepel bovenop een eeuwenoud gebouw. Bij het kruispunt naast het Holocaust Monument zagen we de Trabi Safari voorbij komen; een tour die je zelf in een oud Trabantje kunt doen. Geinig!



Lunchen deden we op de Potzdamer Platz. Natuurlijk waren we ook even naar het Sony Center.
We aten op de Hackescher Markt, erg toeristisch weliswaar, maar wij zijn immers toeristen, dus wat maakt het uit. Veel mooie gevels te zien tussen de vele terrasjes.
’s Avonds deden we een borrel op de Alexanderplatz, een groot plein waar je de wereldklok kunt bewonderen. Wat ik overigens niet deed, wat een lelijk ding zeg.

De volgende dag was het Dag van de Arbeid. We hadden al begrepen dat de Polizei in opperste paraatheid was gebracht. Er werden rellen verwacht bij de linkse protesten tegen het kapitalisme. Normaliter is er op deze vrije dag veel muziek, cultuur en gezelligheid, maar helaas ook onrust en geweld. Dat scheen dit jaar nog een graadje erger te worden. De jongens vonden het ‘vet cool’ zoveel ME busjes als er overal stonden! Het enige wat wij ervan gemerkt hebben was een protestmars die we vanuit de S-bahn zagen.
We gingen naar het Museuminsel en maakten een wandeling langs de Spree. Bewonderden de Berliner Dom en de vele musea. Overal zie je strandjes en parkjes, wat maakt dat de stad een heel relaxte indruk maakt. Uiteraard wandelden we door Unter den Linden.



Telkens als we overstaken, vertelde Maurits ons of we in voormalig Oost of West Berlijn waren. Dit kun je zien aan het bekende ‘Ampelmannchen’, het mannetje op het voetgangersverkeerslicht. Het is een wat dikker figuurtje dan op de Westerse verkeerslichten, met hoed en marcherend over de weg als het groen is. Bij rood staat hij met wijde armpjes. Deze verkeerslichten dreigden uit het straatbeeld te verdwijnen, maar dankzij een groep die in 1996 ‘Redt het Ampelmannchen’ oprichtte, is hij in ere hersteld. Overal zie je het mannetje opduiken op producten in souvenirwinkels.



Bij Checkpoint Charlie maakten we behalve de foto’s die iedereen er maakt, nog een wandeling langs de tentoonstelling die er langs de straat loopt. De rillingen liepen mij over de rug, ondanks de 30 graden, bij het zien en lezen van dit alles. Je kunt het je bijna niet voorstellen. Tijd om even een luchtige foto te maken:




Een eindje verder zagen we in de stoep kleine bronskleurige tegeltjes waarin de namen van de Joden die daar gewoond hadden stonden, met hun beroep en sterfdatum. Iets wat ik had gemist als www.creatiefmetquirk.wordpress.com het met niet had verteld.




De laatste dag besloten we naar de Kaiser Wilhelm Gedachtsniskirche te gaan. Deze ligt dichtbij Charlottenburg in het Westelijk deel van de stad. Het was nog wel een eindje reizen, doordat de U-bahn maar tot een bepaald deel reed, iets met onderhoud. Hierdoor moesten we met bussen verder, tot we uiteindelijk dichtbij de Kurfürstendamm
 
waren. Hoe het precies kwam weet ik niet, maar op een bepaald moment liepen we te winkelen en vulden hier de rest van de middag mee. Natuurlijk bezochten we ook nog even het KaDeWe (het Kaufhaus Des Westens) maar met alleen afdelingen als Dior, Chanel en Louis Vuitton ben ik daar snel klaar mee.

 ‘s Avonds aten we weer in Friedrichschain en toastten op een geslaagde citytrip.



Lees meer...   (7 reacties)
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl